Senegal

In Senegal onderneemt Handicap International acties voor kinderen met een handicap. In de Casamance regio doet onze organisatie beroep op haar expertise in de strijd tegen antipersoonsmijnen.

Interventiedomeinen

  • Kinderen met een handicap onderwijzen
  • Handicaps voorkomen
  • Mensen met een handicap helpen integreren op de arbeidsmarkt
  • Handicaps voorkomen bij mama’s en kinderen
  • Personen met een handicap helpen integreren in de samenleving
  • Strijd voeren tegen de mijnen, clusterbommen en explosieve oorlogsresten

Lopende acties

In de regio van Dakar en Casamance onderneemt Handicap International talrijke acties voor kinderen met een beperking:

  • Preventief werk in het kader van moeder- en kindgezondheid, waarbij afwijkingen zo vlug mogelijk worden opgespoord en behandeld
  • Het toegankelijk maken van scholen en sportieve activiteiten, opdat ook kinderen deze kunnen volgen
  • Bestrijding van seksueel geweld tegenover kinderen met een handicap

Voor volwassenen met een handicap heeft onze organisatie een project lopen rond professionele integratie. Een ander project heeft als doel dat er meer rekening wordt gehouden met personen met een handicap in de programma’s die strijden tegen hiv en aids.

Een andere belangrijke interventie van Handicap International in Senegal bestaat erin de bevolking van Casamance te beschermen tegen antipersoonsmijnen en antitankmijnen, die hun leven bedreigen en de ontwikkeling van hun regio belemmeren. Onze organisatie begon in 1999 met haar verwoede strijd tegen achtergelaten antipersoonsmijnen door een grote sensibiliseringscampagne te lanceren om de bevolking te wijzen op de gevaren ervan. In 2006 bouwden we een orthopedie- en revalidatiecentrum in het regionaal hospitaal van Ziguinchor, om de slachtoffers van deze wapens te helpen. Handicap International startte in 2007 met ontmijningsactiviteiten in dezelfde regio. Na een eerste fase van vijf jaar werden de ontmijningsactiviteiten onderbroken, om hernomen te worden in oktober 2015.

Situatie in het land

Senegal is een belangrijke economische sterkhouder in West-Afrika, maar de rijkdommen zijn ongelijk verdeeld. 45,1% van de inwoners leven in een situatie van extreme armoede. Personen met een handicap horen hier zeker bij. In het zuiden van het land, in Casamance, leven de mensen nog steeds onder de bedreiging van antipersoonsmijnen.

Het juridisch kader ten opzichte van de kwestie van handicaps in Senegal evolueert positief sinds de goedkeuring van het VN-verdrag inzake rechten voor personen met een handicap in 2010. [1] Maar de wetten die daaropvolgend werden aangenomen, hebben zich nog nauwelijks vertaald in concrete politieke acties. Mensen met een beperking in Senegal ondervinden dagelijks moeilijkheden om toegang te krijgen tot fundamentele rechten zoals gezondheid, onderwijs en werkgelegenheid. Ze blijven het slachtoffer van discriminatie en hebben nog een strijd te gaan om hun fundamentele rechten te laten erkennen. Sinds 1995 vecht Handicap International helpt Handicap International hen hierbij.

Verder lijdt het land ook erg onder het conflict dat al 30 jaar aansleept tussen het Senegalese leger en de “Mouvement des forces démocratiques de Casamance”, die de autonomie van de betrokken regio opeist. Dit conflict verarmt het land en remt de ontwikkeling ervan af, vooral door het gebruik van antipersoonsmijnen. De toegang tot (veilige) landbouwgrond wordt hierdoor dus erg beperkt in de regio, die als ‘de graanzolder van Senegal’ wordt beschouwd. Tussen 1988 – het jaar waarin Senegal het verdrag van Ottawa ondertekende dat antipersoonsmijnen verbiedt – en 2012 steeg het aantal gekende slachtoffers van mijnen tot 854. Meer dan 600 onder hen overleefden, maar hebben nu nood aan verzorging, orthopedische apparatuur en medische, sociale en economische begeleiding. De grote meerderheid van mijnenslachtoffers leeft in extreme armoede.

Team van Handicap International in Senegal: 54
Aanvang van het programma: 1995

[1] Dit verdrag heeft als doel mensen met een handicap hetzelfde volle genot van mensenrechten  en fundamentele vrijheden te gevan als aan anderen, deze rechten en vrijheden te bevorderen en te beschermen. Het verdrag streeft ook de bevordering na van respect voor hun intrinsieke waardigheid.