“Wanhoop bij families die alles hebben verloren”

  • Medewerkster van Handicap International spreekt Mohammed toe die in rolstoel zit

Ondanks opeenvolgende periodes van staakt-het-vuren, is de ellende in Gaza ver van voorbij: veel families verloren al hun bezittingen in slechts enkele dagen en verkeren in grote nood. Samah Abu Lamzy, projectverantwoordelijke van Handicap International in de Gazastrook, legt uit.

Opeenvolgende periodes van staakt-het-vuren tussen Israel en Hamas  lieten toe dat de meest dringende behoeftes van de mensen in Gaza werden beantwoord en dat humanitaire organisaties hun acties konden verderzetten. De rampspoed die de bevolking ervaart, is echter nog lang niet voorbij. In de zeven jaar dat Samah Abu Lamzy werkt voor Handicap International, kwam ze meerdere keren in aanraking met menselijke ellende. Toch valt het leed van de families die ze de laatste dagen heeft ontmoet haar erg hard:

“De verschillende periodes van staakt-het-vuren zorgden ervoor dat we de families konden bezoeken met wie we telefonisch in contact stonden tijdens de gevechten en van wie we wisten dat ze hadden moeten vluchten, omdat hun buurten werden gebombardeerd. We konden hen voorzien van basishulp en probeerden een beter zicht te krijgen op hun noden. Tijdens het laatste staakt-het-vuren kon ik bijvoorbeeld Obaida terugzien. Obaida is een jongetje met een handicap die samen met zijn hele familie gevlucht is van thuis. Hij leeft op dit moment met zijn mama, broers en zussen in een klaslokaal, dat ze delen met nog 70 andere mensen die allemaal hebben moeten vluchten. Zijn mama is ten einde raad, omdat ze haar huis kwijt is. Ze is bovendien zwanger en kan in de huidige omstandigheden niet de vereiste medische opvolging krijgen. Ook is een gewone handeling als naar het toilet gaan niet evident, omdat de school er niet op voorzien is om zoveel mensen tegelijk te huisvesten.”

Obaida heeft dankzij een mobiel team met o.a. kinesitherapeuten revalideersessies kunnen volgen. “Ik zag hem lachen tijdens de sessies, maar het kon me niet gelukkig maken”, zegt Samah. “Het herinnerde me eraan hoe onschuldig hij is en hoe onrechtvaardig het is dat hij door al deze ellende moet gaan.”

Rantsoeneren

Elke dag worden de teams van Handicap International geconfronteerd met families die in extreem harde en armoedige omstandigheden leven. Onder hen ook Mohammed, wiens rolstoel dringend moest worden aangepast. Hij leeft met 120 andere personen in een schoollokaal dat is omgetoverd tot vluchtoord. “We krijgen twee flessen water per dag en eten uit blik, dat we verdelen in kleine porties voor ontbijt, middagmaal en avondeten”, legt zijn moeder uit.

“Maar de leerlingen komen waarschijnlijk gauw terug naar school en ik heb schrik dat we zullen moeten weggaan, nog voordat we een andere schuilplaats hebben gevonden. Ik kan er niet van slapen ’s nachts. Mijn hele familie leefde in dezelfde buurt als ik en die is helemaal platgebombardeerd. Iedereen is naar scholen gevlucht in de hoop er een veilig onderkomen te vinden.”