Mijnen en clustermunitie in Laos

40 jaar na einde blijft oorlog slachtoffers eisen

  • Twee ontmijners in een veld houden papieren vast en kijken naar een informatiebord met cijfers en kaarten.
  • Een tienerjongetje zit op een boomstam en staart naar de grond. Zijn ontblote rug tonen de littekens van een explosie met achtergebleven oorlogsresten.

De Vietnamoorlog ligt al decennia achter ons, maar de ongelukken met achtergebleven explosieve oorlogsresten blijven legio. In Laos valt er gemiddeld één slachtoffer per week. Handicap International is druk bezig de regio te saneren.

Laos is het land met de meeste oorlogsresten ter wereld. De statistieken zijn schrikbarend: enkel al in de eerste negen maanden van 2014 werden er door Handicap International ongeveer 1.500 bommen onschadelijk gemaakt.

Momenteel worden 121 dorpen schoongemaakt door Handicap International, telkens er explosieve oorlogsresten worden gevonden. Twee andere ontmijningsoperatoren zijn verantwoordelijk voor de overige 109 dorpen. Dit betekent mijnenvrije dorpen voor 10.000 dorpelingen! Ook organiseert Handicap International sensibiliserings- en preventieacties voor de lokale bevolking.

De organisatie is momenteel actief in het oosten van het land, in drie districten op van de provincie Savannakhet: Nong, Sepone en Vilabuly. In de loop van 2015 zullen de ontmijningsactiviteiten zich nog uitbreiden naar een bijkomend district.

Ontmijnen is teamwork

Handicap International identificeert de terreinen die ontmijnd moeten worden via onderzoek en via haar contacten met de dorpelingen, de autoriteiten en de ontwikkelingspartners. De organisatie zet in Laos tien interventieteams in, die elk uit evenveel personen bestaan en telkens zes ontmijners in hun rangen hebben.

  • Drie teams leiden het technische onderzoek m.b.v. detectors
  • Zes teams ruimen achtergebleven oorlogstuig op (inspectie met detectors en uitkammen van het gebied)
  • Een team houdt zich bezig met de dringende ontmantelingen

Terreinen worden volgens prioriteit geklasseerd aan de hand van twee criteria. “In eerste instantie is dat de ‘besmettingsgraad’ van het terrein: we gaan ervan uit dat als ergens clustermunitie wordt gevonden, er nog meerdere niet-ontplofte projectielen in de buurt moeten zijn”, verkaart Mélanie, projectverantwoordelijke voor Handicap International in Laos. “Op de tweede plaats komen de ontwikkelingsperspectieven voor de geïdentificeerde zone: als het dorp bijvoorbeeld een school wenst te bouwen, zijn we verplicht om er de grond en omgeving te onderzoeken en indien nodig te saneren.”

Handicap International werkt hiervoor samen met de districthoofden, die de teams van onze organisatie in Laos inlichten over hun ontwikkelingsprojecten, zoals het bouwen van scholen, gezondheidscentra of wegen. “Zo kan German Agro Action (GAA), die projecten rond rijstculturen en visvijvers heeft, contact met ons opnemen als ze nood hebben aan onze tussenkomst om de omgeving te ontmijnen”, legt Mélanie uit.

Monnikenwerk

Zes maanden na de sanering wordt elk terrein opnieuw bezocht om na te gaan of de bevolking het daadwerkelijk in gebruik heeft genomen. De evaluaties van 2012 en 2014 tonen aan dat dit in 94% van de gevallen ook zo is.

“Het is een echt monnikenwerk”, benadrukt Mélanie. “We moeten langzaam en zeer nauwkeurig te werk gaan. De terreinen die wij ontmijnen, bevinden zich in een landelijke zone en in vrij dichtbeboste gebieden, die dikwijls moeilijk te bereiken zijn.”

Handicap International helpt verder ook kwetsbare gezinnen (armen of gezinnen die een persoon met een handicap tellen), door de akkers te saneren waar zij een landbouwproject willen opstarten, zoals de verbouwing van moestuinen of rijstvelden.