Antipersoonsmijnen : 150% meer slachtoffers in de laatste 3 jaar!

  • Sayed, een jongetje van 6 jaar

Het verslag van de Landmine Monitor 2017 maakt gewag van een spectaculaire stijging van het aantal nieuwe slachtoffers van mijnen en explosieve oorlogsresten, en dit al voor het derde opeenvolgende jaar. Minstens 8.605 mensen kwamen om het leven of raakten gewond door deze wapens in 2016, tegenover 3.450 in 2013. Die stijging met 150 % is vooral toe te schrijven aan de bijzonder zware balans in de conflictgebieden in Afghanistan, Libië, Oekraïne en Jemen.

Het verslag toont aan dat het aantal nieuwe slachtoffers van industriële of geïmproviseerde antipersoonsmijnen en explosieve oorlogsresten op een jaar tijd met bijna 25 % is toegenomen, van 6.967 slachtoffers in 2015 naar 8.605 slachtoffers in 2016. Tussen 2014 en 2015 was het cijfer al bijna verdubbeld (6.967 nieuwe slachtoffers in 2015 tegenover 3.993 in 2014). De stijging van 3.450 in 2013 naar 8.605 in 2016 betekent dat het aantal nieuwe slachtoffers in drie jaar tijd 2,5 keer hoger ligt.

De zwaarste cijfers sinds 1999!

Deze balans is bovendien de zwaarste sinds de eerste publicatie van het verslag van de Landmine Monitor in 2000 (9.228 geregistreerde slachtoffers in 1999). Het aantal nieuwe slachtoffers stijgt hiermee voor het derde opeenvolgende jaar, na 15 jaar van nagenoeg onafgebroken daling.

Antipersoonsmijnen blijven veruit de meeste dodelijke wapens en troffen ook in 2016 voornamelijk burgers. In 78 % van de gevallen ging het om burgerslachtoffers, waarvan 42 % kinderen.

Een andere zorgwekkende bevingind is dat sinds de eerste publicatie van het verslag in 2000 er nog nooit zo veel kindslachtoffers van deze wapens en zoveel slachtoffers van geïmproviseerde mijnen (springtuigen die door de strijdende partijen zelf gemaakt werden) werden opgetekend. 1.554 kinderen werden in 2016 het slachtoffer van mijnen. 1.805 personen werden het slachtoffer van geïmproviseerde mijnen. Alleen al in Afghanistan vielen 1.180 slachtoffers.

61 besmette landen 

In 2016 werden de meeste nieuwe slachtoffers van industriële of geïmproviseerde antipersoonsmijnen en explosieve oorlogsresten geregistreerd in Afghanistan, Libië, Syrië, Oekraïne en Jemen. Alles samen werden wereldwijd in 56 landen en gebieden slachtoffers van mijnen opgetekend.

De Landmine Monitor bevestigt het nieuwe gebruik van antipersoonsmijnen door de regeringstroepen van Myanmar en Syrië tussen oktober 2016 en oktober 2017. Ook niet-staatsgerelateerde groepen hebben antipersoonsmijnen gebruikt, inclusief zelf vervaardigde, in minstens 9 landen: Afghanistan, India, Irak, Myanmar, Nigeria, Pakistan, Syrië, Oekraïne en Jemen.

Dit gebruik heeft ervoor gezorgd dat de bodem met nog meer niet-ontplofte explosieven bezaaid ligt, wat op lange termijn het leven van talloze mensen in gevaar brengt. Wereldwijd zijn 61 landen en gebieden ‘besmet’ met mijnen en explosieve oorlogsresten. Handicap International roept de staten op om hun steun te verlenen aan bewustmakingsprogramma’s over de risico’s, aan ontmijningsprogramma’s en aan hulp voor de slachtoffers, want dat alles is voor die landen en gebieden absoluut nodig.

“De antipersoonsmijn is het ‘wapen van de lafaard’. Voor de overlevenden zijn de gevolgen zwaar en van lange duur: de explosieve lading wordt meestal berekend om sterk genoeg te zijn om het been van het slachtoffer af te rukken. De mijnen doden en veroorzaken complexe verwondingen die vaak tot ernstige handicaps en zware psychologische trauma’s leiden. Ze leiden tot invaliditeit – meestal het gevolg van de amputatie van een van de onderste ledematen - en die invaliditeit gaat vaak gepaard met een sociaal stigma dat het voor het slachtoffer moeilijk maakt terug te keren naar een normaal leven. We moeten de staten en de gewapende groepen blijven duidelijk maken dat het gebruik van deze wapens verboden is en dat het internationaal recht moet worden nageleefd,” benadrukt Jean Van Wetter, algemeen directeur van Handicap International België.