Arivera Nyiranziza (68 jaar)

Na een aanval op haar geboortedorp, bleef Arivera over, en leefde ze tien jaar alleen op straat. Nu woont ze in een ontheemdenkamp, waar ze wordt begeleid door onder andere Handicap International.

Het is meer dan tien jaar geleden, maar Arivera herinnert het zich als de dag van gisteren. De rebellen vallen haar geboortestreek Ufamando binnen. Haar drie kinderen en haar man worden, net als de helft van het dorp, genadeloos afgeslacht. Zij wordt bewerkt met machetes en heeft wonden boven haar wenkbrauw, haar benen en tot de dag van vandaag is de rechterkant van haar lichaam verlamd.

Arivera wordt naar het ziekenhuis gebracht en verhuist daarna naar Masisi waar het op dat moment rustiger is. Ze is er alleen. En dakloos. ‘Ik probeerde me te redden door aardappelen te verkopen, maar ik heb nooit het geld gehad om een huis te huren. Soms sliep ik bij mensen die me plaats aanboden. Soms op straat.’

Na bijna tien jaar hakt ze de knoop door en besliste ze dat ze beter af is in een ontheemdenkamp dan alleen op straat. Eten krijgt ze van ngo’s. Of van wat ze krijgt op straat als ze gaat bedelen aan de markt. Maar het is moeilijk om daar te geraken. Het kamp, dat liefst 3.000 mensen herbergt, ligt op een steile heuvelwand en met haar half verlamde lichaam geraakt ze nauwelijks boven. Op het moment dat ze krukken krijgt van Handicap International, is haar glimlach dan ook bijna buitenaards.