Cambodja: het gewone leven van een buitengewone familie

  • Sophak en haar man aan het werk in hun kleine huis

Sophak Phal is een jonge dertiger met een handicap die met haar man en twee kinderen op dertig kilometer van Kompong Cham, op de route naar Phnom Penh, woont. Het gezin woont in een piepklein huisje, dicht bij een pagode.

Haar oudste dochter van amper vier heeft zich juist op de schoot van haar moeder gevlijd terwijl ze een pauze houdt. Sophak is naaister, maar bij haar zal je geen kleren om te verstellen vinden. Ze werkt bijna uitsluitend voor een vereniging uit Phnom Penh die haar orders voor artisanale hebbedingen doorgeeft: handtasjes, portemonnees, zijden portefeuilles of portefeuilles uit gerecycleerd materiaal. Haar dagen zijn goed gevuld: ’s ochtends staat ze om zes uur op en doet ze het huishouden voor ze begint te naaien tot vier, soms tot vijf, met een uur pauze aan het einde van de ochtend. Ongeveer elke twee weken moet ze naar Phnom Penh om stoffen en modellen op te halen. “Ik hou van mijn werk. Wat ik moet maken is mooi. Dankzij dit werk heb ik een regelmatig loon en kan ik bovendien thuis blijven bij mijn man, die ook gehandicapt is.”

Het ongeval

Sophak is op een mijn gestapt toen ze twintig was en ze hebben haar rechterbeen moeten amputeren. Ze was het bos ingetrokken met vriendinnen om hout te sprokkelen. Ze had nog nooit horen praten over een ongeval in haar regio. “Ik herinner me nog mijn angst en zorgen over mijn toekomst. Mijn moeder heeft geld geleend bij de buren om de reis naar Phnom Penh te betalen, nadat ze had gehoord dat slachtoffers van een mijnongeval er gratis werden behandeld. Een maand na mijn amputatie, ben ik om een prothese gegaan en heb ik opnieuw leren lopen.”

Het leven gaat voort

Daarna heeft ze een jaar lang een opleiding in een centrum gevolgd waar ze het beroep naaister heeft geleerd. Daar heeft ze ook haar toekomstige man leren kennen die er een opleiding elektriciteit volgde. Hij had polio toen hij klein was. Hij is een mooie man met een gespierd bovenlijf dat in schril contrast staat met zijn verschrompelde benen, een gevolg van de polio waaraan hij leed als kind. “Dan heb ik werk gevonden en zijn we elkaar zo'n vijf jaar uit het oog verloren. Toen ik mijn eerste gsm kocht, heb ik hem gebeld. Hij wou eerst werk vinden voordat we een gezin zouden stichten. We zijn vijf jaar geleden getrouwd, tijdens het waterfestival.”

Na hun huwelijk kocht het koppel het huisje waarin het nu nog steeds woont. Ze kregen een dochtertje en drie maanden geleden kwam er nog een kindje bij. “Mijn dochter heeft een voorkeur voor haar papa, dat is duidelijk, glimlacht Sophak. Maar het zal bij twee kinderen blijven, ik zou niet weten hoe we ze anders moeten opvoeden.” Haar man werkt als hersteller, zijn winkel draait goed - het huis ligt op een goede locatie - en de mond-tot-mond reclame zorgt voor bekendheid. “We hebben ons nooit gediscrimineerd gevoeld door onze buren. Ze bewonderen ons eerder omdat we onze handicap hebben overwonnen en werk hebben gevonden. Ze helpen ons ook, bijvoorbeeld om water van de pomp naar het huis te dragen.”

Sophak en haar man worden nog steeds opgevolgd in het revalidatiecentrum van Handicap International in Kompong Cham. Zij voor het onderhoud of de vervanging van haar prothese, hij voor zijn rolstoel. Daarbuiten leiden ze een leven zoals alle andere bescheiden families in Cambodja. En daarom juist zijn ze buitengewoon!