China: de noden na aardbeving

Een team van Handicap International werkt momenteel in Ya’an, een stad in de provincie Sichuan in het westen van Centraal-China. Die regio werd op zaterdag 20 april 2013 geteisterd door een dodelijke aardbeving. De hulpverleners van Handicap International brengen nu ter plekke de dringendste noden in kaart. «Wij willen vooral complicaties en blijvende beperkingen voorkomen, en dan vooral bij gekwetsten die niet werden geëvacueerd», vertelt Eric Weerts, specialist voor noodhulp en revalidatie bij Handicap International.

Het epicentrum van de aardbeving met een kracht van 7,0 op de schaal van Richter, bevond zich in Lushan, op amper twintig kilometer van Ya’an. Ongeveer 1,8 miljoen mensen leven, volgens cijfers uit 2004, in deze regio. Sichuan had wel vaker met aardbevingen af te rekenen. In mei 2008 werd het gebied door een gelijkaardige ramp getroffen. Handicap International heeft zich toen al voor de noodlijdende bevolking ingezet. «Dankzij onze ervaring met de ramp van 2008, konden wij nu onmiddellijk onze plaatselijke partners mobiliseren. Vanuit Beijing stuurde Handicap International een team om, samen met hen, de grootste behoeften op te meten», zegt Eric Weerts.

«Volgens de Chinese regering», bevestigt Eric Weerts, «zijn er ongeveer 200 dodelijke slachtoffers te betreuren, en meer dan 11.000 gekwetsten, van wie er 7 tot 8 procent heel erg aan toe zijn. Over de zwaargewonden maak ik me niet zoveel zorgen: die worden geëvacueerd, en krijgen in gespecialiseerde ziekenhuizen de nodige zorgen of operaties. Nee, het gaat vooral om de lichter gekwetsten. Want die moeten ter plaatse blijven, in de getroffen gebieden zelf, vaak in ziekenhuizen die niet de nodige zorg kunnen verstrekken. Natuurlijk leveren die wel eerste hulp af, een gips bijvoorbeeld, maar daarna stuurt men de patiënten vaak veel te vroeg naar huis. Zij worden dus helemaal niet opgevolgd als er complicaties opduiken, of letsels die niet meteen zichtbaar zijn. Die kunnen veroorzaakt worden door inwendige breuken of oedemen. Maar ook doordat patiënten door de pijn bepaalde bewegingen blijven vermijden, waardoor hun spieren gaan verschrompelen. Daar komt nog bij dat revalidatiezorg, en ook advies over elementaire hygiëne, vaak helemaal ontbreken. Die zijn juist zo belangrijk om te voorkomen dat gewonde mensen blijvende handicaps oplopen. En dan heb ik het nog helemaal niet over de angst voor de vele naschokken: mensen, en in de eerste plaats gekwetsten, moeten gerustgesteld én gehuisvest worden.»

«Op lange termijn zal de aardbeving zich laten voelen in het leven van 500 tot 600 mensen», voorspelt Eric Weerts. Zijn schatting baseert hij op het aantal slachtoffers van twee eerdere aardschokken in de regio, in 2008 (Provincie Sichuan) en 2010 (Provincie Quinhai). «Zodra gewonde mensen uit het ziekenhuis ontslagen worden, beseffen zij plots dat hun bestaan totaal veranderd is en dat zij de gevolgen van de ramp hun hele leven lang met zich mee zullen dragen. Hun huis is niet aangepast aan hun beperkte mobiliteit, zij kunnen geen fysiek werk meer aan, hun beroepsleven moet er volledig anders gaan uitzien. In het kader van de wederopbouw van de getroffen gebieden, moet Handicap International erop toezien dat ook de behoeften van deze mensen worden ingevuld.»

De evaluatiemissie van Handicap International duurt nog tot eind deze week. Daarna wordt een actieplan uitgewerkt. Al bij de aardbeving van 2008 heeft Handicap International een handje toegestoken in de ziekenhuizen van de hoofdstad Chengdu en in de plaatselijke klinieken van de provincie Sichuan. Het ging toen om ondersteuning van medische teams, behandeling van gewonden, leveringen van medisch materieel en opleidingen.