Diana Mora verminkt door een aanslag

  • Diana Mora verminkt door een aanslag

Diana is 22 jaar en veiligheidsmedewerkster bij de stad. Het is haar eerste job. Ze heeft eindelijk een contract gekregen, ook al is het slechts voor drie maanden. Die bewuste dag is haar moeder in Medellin, dus vraagt Diana aan een vriendin om op haar baby te passen terwijl zij gaat werken. “Ik had nog maar net mijn werk verlaten toen er op straat, vlak bij mij, een enorme ontploffing gebeurde.” Een aanslag van een gewapende groep. “Diezelfde week waren er al vijf aanslagen geweest tegen de stadspolitie”, voegt ze eraan toe. Diana staat te dicht bij de explosie en wordt getroffen in het gezicht. Ze wordt meteen blind aan haar linkeroog en heeft enorm veel pijn. “Ik was volledig van de kaart. Toen zag ik een jongen voorbijrijden met een motorfiets en hij merkte op dat ik bebloed was en dringend hulp nodig had.” Hij reageert snel en in minder dan één uur brengt hij haar per motor naar het ziekenhuis.

Helaas kunnen de artsen haar oog niet redden. Na een week ziekenhuis wordt Diana ontslagen, maar ze weigert om terug te keren naar San Carlos. “Ik was bang dat er mij weer iets zou overkomen als ik terugkeerde.” Dus verhuist ze samen met haar zoon naar Medellin, in de hoop er werk te vinden. Tevergeefs, want tot nog toe is ze nergens aangenomen. Ze voelt zich uitgesloten en gediscrimineerd. Haar familie leeft al een tijdlang extra zuinig om haar een oogprothese te kunnen betalen.

Diana wordt echt niet gespaard door het leven. Drie jaar na het ongeluk komen haar moeder en haar broer Jorge haar opzoeken in Medellin. Wanneer ze naar huis terugkeren, worden ze vermoord door een gewapende groep die denkt dat ze de rivaliserende groep hebben geholpen. “Er is zelfs nooit een echt onderzoek geweest”, huilt Diana.

Sindsdien is ze nooit meer teruggekeerd naar San Carlos. Ze heeft er al haar bezittingen achtergelaten, want “het zijn hoe dan ook toch maar materiële dingen”.

Onlangs is mijn prothese gevallen en beschadigd. Gelukkig kan ik ze nog altijd inbrengen!” Ze heeft dus echt een nieuwe prothese nodig, en niet louter om esthetische redenen, zoals de Colombiaanse regering denkt, die weigert om een nieuwe prothese te bekostigen. Diana voelt zich nog altijd even slecht wanneer ze in de spiegel kijkt. Ze haat het ooglid dat over haar kunstoog valt en haar telkens weer doet terugdenken aan het incident. Ze heeft ook moeite met de nieuwsgierige blikken van onbekenden die haar aanstaren.

Enkele maanden geleden maakt ze kennis met Handicap International, want een andere broer, Luis, was op een mijn getrapt. Ze zoekt hulp voor hem en krijgt het nummer van Lina, psychologe bij Handicap International. Wanneer ze elkaar ontmoeten, vraagt Lina wat haar overkomen is. Uiteindelijk kunnen broer en zus profiteren van het bijstandsprogramma van de organisatie. Diana is dan ook vol hoop bij haar afspraak met een oogarts. Dankzij Handicap International zal ze immers een nieuwe prothese krijgen en een kleine chirurgische ingreep ondergaan, waardoor ze eindelijk weer een normaal gezicht zal hebben. Ze is nog altijd bijzonder sterk onder de indruk van de dramatische gebeurtenissen in haar leven en begint te wenen. “Er gaan zoveel gevoelens door mij heen: zowel droefheid over het verleden als geluk en hoop voor de toekomst“, vertelt ze met een schuchtere glimlach.