Verhalen uit Angola

foto van een jongen die oefeningen aan een installatie bij hem thuis

Handicap International is sinds halfweg jaren negentig actief in Angola, aanvankelijk om de vele slachtoffers van landmijnen te helpen. Pas in 2002 kwam er einde aan de decennialange burgeroorlog die honderdduizenden menslevens eiste. Duizenden Angolezen werden het slachtoffer van landmijnen en niet-ontploft oorlogstuig. Handicap International zorgde voor prothesen en startte revalidatiecentra op.

 

Na de oorlog, vanaf 2003, breidde Handicap International haar activiteiten uit in Angola. Met het 'Mine Risk Education'-programma werkte de organisatie ook aan preventie en sensibilisering.  Medewerkers gingen het terrein op om mensen te waarschuwen voor de gevaren van de talloze niet-ontplofte landmijnen die nog in de bodem staken. Een moeilijke klus, want de bevolking wilde na de oorlog zo snel mogelijk terugkeren naar hun dorpen en landbouwgronden...

 

Handicap International zette zich vervolgens ook in voor Angolezen met andere handicaps (niet veroorzaakt door landmijnen), zoals polio, verlamming en letsels na ongevallen,... De organisatie stimuleerde onder meer het zogenaamde 'gemeenschapsgericht revalideren', opdat mensen met een handicap kunnen revalideren in hun eigen gemeenschap, met behulp van vrienden en familie. Er kwamen ook projecten om mensen met een handicap de kans te geven zelf voor een inkomen te zorgen.

 

In 2005 gaf Handicap International de leiding over haar revalidatiecentra in handen van de Angolese overheid. In de loop van 2012 worden de Angolezen ook verantwoordelijk voor de andere projecten van Handicap International in Angola. Tot eind 2013 blijft Handicap International een aantal projecten van op afstand ondersteunen. Vervolgens is het aan de Angolezen om het heft helemaal in eigen handen te nemen.