Handicap International meer dan 20 jaar aanwezig in Irak

  • Kind bekijkt tekeningen voor sensibilisatie

Handicap International is sinds 1991 aan de slag in Irak om de slachtoffers van de Golfoorlog te helpen. Vandaag vervolgt Handicap International haar sensibiliseringscampagnes om mensen te informeren over het gevaar van mijnen en explosief oorlogstuig.

De organisatie wil eveneens van start gaan met sensibilisatiecampagnes over de gevaren van lichte wapens. De organisatie steunt nog steeds het revalidatiecentrum KORD, dat ze bij haar ontstaan in Iraaks Koerdistan heeft opgericht.

Ontmijning en sensibilisatie over de risico’s van mijnen en exposief oorlogstuig

Vanaf 2003, onmiddellijk na de val van het regime van Saddam Hoessein, gaat Handicap International van start met acties om het gevecht aan te gaan tegen mijnen en niet-ontploft oorlogstuig die de bevolking dagelijks bedreigen: ontmijning, sensibilisering over de risico’s en protheses aanbrengen bij de slachtoffers. Een team van 10 ontmijners gaat aan de slag in de buitenwijken van Bagdad en neemt de dichtstbevolkte gebieden die bezaaid liggen met explosief oorlogstuig onder handen. Naast deze rechtstreekse campagnes worden vooral ook Iraakse ontmijners opgeleid, die vandaag nog steeds actief zijn op het terrein om deze missie, die nog decennia zou kunnen duren, verder te zetten.

Parallel hiermee hebben de teams van Handicap International sensibilisatiecampagnes op touw gezet: 50.000 affiches werden opgehangen in ziekhuizen, moskeeën en aan de muren van Bagdad en 200.000 folders over preventie werden rechtstreeks aan de bevolking uitgedeeld. De organisatie heeft informatiesessies georganiseerd met imams en dokters die werkzaam zijn in ziekenhuizen en in poliklinieken, zodat ook zij de preventieboodschappen zouden kunnen verspreiden.

Met het oog op de nog steeds onveilige situatie in het land en om de capaciteiten van de nationale instellingen te ontwikkelen en te verdiepen, werkt Handicap International vandaag aan de sensibilisatie van de bevolking. Ze doet dat met de steun van de Iraakse partners van de centra die actie ondernemen tegen de mijnen in het land, alsook met de steun van de lokale organisaties. In 2012 werd het personeel van deze centra, zowel in het zuiden als in het centrum en in het noorden, opgeleid en kregen ze de technieken aangeleerd om de mensen te informeren over de gevaren van explosief oorlogstuig. Deze medewerkers, die gesteund worden door Handicap International, hebben vervolgens 140 vrijwilligers geworven die op hun beurt meer dan 8.500 Irakezen, waarvan ongeveer de helft kinderen, rechtstreeks ingelicht hebben. Handicap International biedt eveneens steun door materiaal te leveren (handleidingen, informatieborden, folders…) dat gebruikt worden door het opgeleide Iraakse personeel.

Handicap International beperkt risico’s van lichte wapens

Handicap International bekommert zich ook over de risico’s die lichte wapens met zich meebrengen. De organisatie, die, vooral in Libië al sensibilisatiecampagnes over deze wapens leidt, wil ook dergelijke projecten starten in Irak. Lichte wapens hebben er sinds 2003 140.000 gekwetste of dodelijke burgerslachtoffers gemaakt. In eerste instantie gaat de organisatie de meest risicovolle gebieden in Irak in kaart brengen en gaat ze preventieberichten uitsturen die beantwoorden aan de noden van de gemeenschappen.

Deze lokale campagnes worden door Handicap International gesteund om de reglementering op deze wapens te bevorderen. Handicap International kreeg reeds erkenning voor haar strijd tegen de onaanvaardbare gevolgen van deze wapens voor de burgerbevolking. Ze is een van de zes organisaties die de Internationale Campagne tegen Landmijnen (ICBL), die geleid heeft tot de ondertekening van het Verdrag van Ottawa tegen deze wapens in 1997, mee heeft opgericht. De organisatie heeft in 1997 voor haar inzet, samen met de andere ngo’s van de ICBL, de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen. In 2003 heeft Handicap International eveneens bijgedragen aan het gevecht tegen clusterbomen. Ze is een van de leden die de Coalitie tegen Clusterbommen (CMC) mee heeft opgericht. Deze coalitie speelde een hoofdrol in de uitwerking van het Verdrag van Oslo dat sinds 2008 een verbod legt op deze wapens. De organisatie blijft zich verder inzetten zodat de regeringen de verplichtingen van deze twee verdragen in de praktijk brengen, in het bijzonder wat betreft de steun aan de slachtoffers.

Vandaag de dag verdedigt Handicap International een sterk Verdrag tegen de illegale wapenhandel. Van 18 tot 28 maart 2013 vindt in New York een reeks onderhandelingen plaats voor de aanvaarding van een Verdrag over de wapenhandel (TCA). “Dit verdrag beoogt de reglementering van de klassieke wapenhandel (de wapens die niet biologisch, chemisch of nucleair zijn) om zo iedere onverantwoorde overdracht te vermijden (naar regeringen die de mensenrechten niet in acht nemen bijvoorbeeld) en om de illegale handel te verhinderen en te bestrijden”, legt Marion Libertucci uit, Advocacy Officer voor Handicap International.

Een dergelijke tekst kan rekenen op de steun van talrijke organisaties uit de burgermaatschappij en van talrijke staten, in het bijzonder van de Europese en Afrikaanse staten. Het proces is in juli 2012 echter in een impasse geraakt. Hierbij lag de mislukking van de eerste onderhandelingen, waarbij de Verenigde Staten de voorgestelde tekst weigerden te aanvaarden, aan de basis. Maar een verpletterende meerderheid van de staten wou de onderhandelingen verderzetten om de goedkeuring van een dergelijk verdrag af te dwingen. Handicap International betreurt het echter dat sommige staten nog steeds een minimalistische versie van de tekst verdedigen. Ten eerste dekt deze versie de volledige lading wat betreft munitie, wapentypes en -onderdelen niet expliciet. Ten tweede voorziet ze ook geen strikte omkadering inzake de levering van vergunningen. En ten derde verplicht ze de staten niet tot volledige transparantie wat betreft de export. Enkel duidelijke, volledige en dwingende maatregelen kunnen de onverantwoorde of illegale overdrachten aan banden leggen.

Protheses in Iraaks Koerdistan

Sinds 1991 is Handicap International werkzaam in Iraaks Koerdistan en helpt ze de slachtoffers van de Golfoorlog en van de mijnen en explosief oorlogstuig, vooral met revalidatiecampagnes en -sessies. De organisatie heeft zo het revalidatiecentrum (KORD) in Sulaymaniyah opgericht, in Iraaks Koerdistan.

De organisatie beheert in 2003 niet enkel twee revalidatiecentra en drie mobiele antennes om in geïsoleerde en vaak door oorlog bedreigde gebieden op te treden, maar levert ook het nodige materiaal voor kinesitherapie en protheses aan het Institute of Medical Technology van Bagdad. Dat instituut, dat tijdens het conflict geplunderd werd, kan dankzij de steun van de organisatie meer dan 300 geamputeerden helpen met een prothese.

In 2008 en 2009 heeft Handicap International steun verleend aan de organisatie Artsen Zonder Grenzen om reconstructieve chirurgie voor de gekwetsten van de Iraakse oorlog mogelijk te maken.

Vandaag blijft Handicap International KORD steunen door praktische opleidingen en technische begeleidingen aan te bieden aan Iraakse kinesitherapeuten, orthesisten en prothesisten.