Kakuma vluchtelingenkamp, Kenia

Hulp voor een jonge vluchteling

  • Moses met blauwe broek en geel stapt over een open aarden vlakte met bomen en barakken op de achtergrond
  • Moses zit geknield neer op een matrasje op de grond
  • klaslokaal met studenten in witte t-shirt en groene broek aan hun bureau en leraar aan het krijtbord

Eerst was er een slangenbeet waardoor zijn been moest worden geamputeerd. Later moest hij zijn land ontvluchten voor een burgeroorlog. Een gemakkelijk leven heeft de Zuid-Soedanese Moses nog niet gekend. Maar dankzij de steun van Handicap International is Moses hoopvol voor de toekomst: “Vandaag kijk ik enkel nog vooruit!”

Wanneer de 7-jarige Moses in de rivier speelt, roept hij het plotseling uit: een slang heeft hem in zijn been gebeten. Hij haast zich uit het water, maar er is geen dokter – laat staan een ziekenhuis – in het dorp om naartoe te gaan voor verzorging. Na enkele maanden raakt zijn been lelijk ontstoken. Er blijkt maar één oplossing: zijn been moet worden afgezet.

Vanaf dat moment gaat Moses niet meer naar school en stopt hij met sport. Hij gaat naar voetbalwedstrijden zonder er zelf aan deel te nemen: de voetbalkoning staat aan de zijlijn. De moed zakt de jongen in de schoenen.

Het is zijn oom die de alarmbel luidt: "Het al niet makkelijk om maar met één been door het leven te gaan. Maar als je nu ook niet naar school gaat, ben je helemaal verloren.” Hij neemt zijn neefje mee naar Djoeba, de hoofdstad van Zuid-Soedan, waar Moses uiteindelijk zijn getuigschrift lager onderwijs zal behalen. Toch houdt Moses geen goede herinneringen over aan deze periode: “Ik vertrok met niet meer dan twee T-shirts mee en nam afscheid van mijn ouders, broers en zussen, die ik niet meer zou zien. Mijn prothese was niet meer aangepast en ik kon me maar moeilijk verplaatsen. Alles was moeilijk."

Op de vlucht voor de burgeroorlog

In december 2013 barst de burgeroorlog los in Zuid-Soedan. Zijn oom, die zich als soldaat in de strijd heeft geworpen, sterft en Moses blijft op 16-jarige leeftijd alleen achter. Met de steun van UNMISS [1] komt hij in het Kakuma vluchtelingenkamp terecht, in het noordwesten van Kenia. Meer dan 180.000 vluchtelingen, op de vlucht voor geweld in hun land, verblijven er momenteel. [2] Handicap International is er sinds april 2014 actief, om ervoor te zorgen dat de meest kwetsbare mensen in het kamp betere bescherming en hulp (o.a. revalidatiebehandelingen, loophulpmiddelen, protheses) genieten en een betere toegang krijgen tot de basisvoorzieningen.

Na drie maanden in het vluchtelingenkamp ontmoet Moses er onze ergotherapeuten. Ze onderzoeken zijn been en geven hem eerst een paar krukken. Even later brengen ze hem naar het revalidatiecentrum van Kangemi, waar hij een nieuwe prothese krijgt en revalidatiesessies kan volgen. Een enorme verbetering: eindelijk is de intense pijn weg aan zijn been en kan hij zich terug zonder veel problemen verplaatsen.

"Moses is achttien jaar, een kind”, zegt Reiza Dejito, coördinatrice van de vluchtelingenacties van Handicap International in Kenia. “Hij heeft een handicap en heeft hier geen familie. Moses is iemand die bescherming nodig heeft. In Kakuma is 50% van de mensen met een handicap het slachtoffer geweest van inbreuken op de mensenrechten. Ze werden geconfronteerd met fysiek of verbaal geweld, werden gemarginaliseerd en gediscrimineerd: deze mensen zijn nog kwetsbaarder dan de anderen." [3]

Streven naar inclusief onderwijs

Na een half jaar in het vluchtelingenkamp volgt nog meer goed nieuws voor Moses: het ministerie van Onderwijs geeft hem de officiële toelating om naar school te gaan. “Doordat mijn diploma in Djoeba was achtergebleven, kon ik niet naar school gaan. Ik bleef maar wachten. Dat was moeilijk, maar God heeft me geduld gegeven, dus ik wachtte", legt Moses uit.

John Kimani, die voor Handicap International in Kenia streeft naar inclusief onderwijs, verduidelijkt de inspanningen die hiervoor nodig waren: “We hebben het ministerie van Onderwijs in Zuid-Soedan gecontacteerd en gevraagd om ons zijn diploma te bezorgen. We hebben eveneens een lang gesprek gehad met de directrice van de school en hebben zijn uniform, schoenen en boeken betaald. De materiële elementen mogen zijn opleiding niet in de weg staan”.

De eerste schooldag

27 mei 2015 wordt uiteindelijk Moses’ eerste schooldag sinds lang. Gekleed in een wit hemd en groene broek en omringd door tweeënvijftig klasgenoten, houdt hij zich goed recht. Zijn ogen glinsteren wanneer hij op het einde van de dag zijn verhaal doet: "Het was een fantastische dag. Ik ben super blij. Ik ga dingen leren. En misschien zelfs terug voetballen! Mijn verleden, dat wil ik achter me laten. Vandaag wil ik enkel nog vooruit kijken."

 

[1] United Nations Mission in the Repucblic of South Sudan

[2] OCHA: meer dan 184 527 vluchtelingen in juni 2015. 43% van de vluchtelingen is afkomstig uit Zuid-Soedan, 36% komt uit Somalië. Het kamp vangt ook Ethiopiërs, Burundezen, Congolezen (Democratische Republiek Congo), Eritreeërs, Oegandezen, Rwandezen, Soedanezen, Burkinezen en Kameroeners op.

[3] Volgens een studie die uitgevoerd werd door de ngo International Rescue Committee, juli 2014.