Mijnen in Colombia

“Ik wil niet dat mijn dochter hetzelfde overkomt”

  • Irma streelt haar dochtertje liefdevol over het hoofd
  • Irma wast haar dochtertje aan een waterbak buiten met behulp van een pannetje, afgeschermd door golfplaten.
  • Irma met dochter op de arm in de kleine keuken, naast haar mama.
  • De vader van Irma kuist zijn geweer terwijl haar dochtertje vlak naast hem op de grond zit

Simpel is het niet, als jonge Colombiaanse door het leven gaan met een beperking en intussen een dochtertje opvoeden. Maar Irma, die een been verloor in een mijnenongeval, probeert een zo normaal mogelijk leven te leiden. "Dankzij mijn prothese kan ik vrijwel alles doen om voor mijn dochtertje te zorgen. Enkel achter haar aan rennen lukt in mijn toestand niet."  

De 25-jarige Irma woont met haar eenjarige dochter Maria Angel, haar zus, drie broers en ouders in een simpel rijhuisje in Zaragoza, een gemeente in het noorden van Colombia, een van de meest door mijnen bevuilde landen ter wereld. Binnenin sieren Mariaplaatjes en engelenfiguren de grijze betonstenen. Boven de inkom prijken de woorden ‘Dios es amor’, God is liefde. Net op die plaats zal de vader des huizes ostentatief zijn wapen kuisen tijdens ons gesprek met zijn dochter.

Irma is geamputeerd aan haar linkerbeen tot boven de knie, als gevolg van een mijnenongeval. Ze was elf jaar toen ze mee hout ging sprokkelen om bezems te maken, die de familie verkocht om brood op de plank te krijgen. “Het was vlakbij ons huis, op de plek waar we altijd hout zochten”, vertelt ze. “Plots trapte ik op iets dat een knal gaf en een grote vlaag stof deed opwaaien. Ik lag gewond op de grond en riep dat ik niet wilde doodgaan.”

Levenslange zorg nodig

Irma belandde in het ziekenhuis, maar overleefde. De rest van haar leven zou ze aangepaste zorg nodig hebben voor haar verminkte linkerbeen. In het revalidatiecentrum van Medellín, de tweede grootste stad van Colombia, werd ze doorverwezen naar Handicap International. Onze organisatie volgt haar sindsdien op.

Ons lokale team in Colombia zorgt ervoor dat ze kinesitherapie krijgt en voorziet logistieke steun, zoals transport naar het revalidatiecentrum. Monica, psychologe voor Handicap International, geeft Irma ook psychologische ondersteuning.

Want simpel is het niet, als jonge Colombiaanse door het leven gaan met een beperking en intussen een dochtertje opvoeden. Dat doet ze alleen, want de vader liet haar in de steek toen ze twee maanden zwanger was. “Soms raak ik in paniek, wanneer ik geen geld heb voor eten of pampers voor Maria Angel bijvoorbeeld. Gelukkig kan Monica me kalmeren met haar goede raad. Voor de rest kan ik dankzij mijn prothese vrijwel alles doen om voor Maria Angel te zorgen. Enkel achter haar aan rennen lukt in mijn toestand niet.”   

Ambassadrice

Toen Irma jaren geleden op een landmijn trapte, wist ze amper iets over deze wapens en de gevaren ervan. Omdat ze niet wil dat anderen moeten meemaken wat haar is overkomen, is ze intussen ambassadrice geworden en gaat ze bij mensen thuis om hen te sensibiliseren over mijnen.

“Door ervoor te zorgen dat anderen minder gevaar lopen, haal ik nog iets goeds uit mijn ongeval. Dat maakt me wel trots. Ook als Maria Angel groot genoeg is, zal ik haar alles vertellen over mijnen. Ik geef haar al het educatieve materiaal dat ik hier heb liggen. Dat haar hetzelfde zou overkomen als mij, hier in de heuvels vlakbij, is mijn grootste schrik. Ik zal er alles aan doen om dat te voorkomen.”