Libanon, land verwoest door clusterbommen, ontvangt internationale conferentie

  • Een ontmijner aan het werk in Libanon

Vandaag begint in Beiroet, Libanon, de tweede conferentie voor de partijen die het Verdrag van Oslo (verbod op clustermunitie) hebben ondertekend. De delegatie zal daar nagaan hoe ze het Verdrag in de volgende vier jaar kunnen uitvoeren: explosieven ruimen, voorraden vernietigen en slachtoffers helpen. De conferentie heeft een grote symbolische waarde, aangezien ze vijf jaar na het drama in Zuid-Libanon plaats vindt: Israël dropte toen 4 miljoen clusterbommen over de regio, het merendeel tijdens de laatste 72 uur van het conflict.

Nieuws: Aghanistan en Swaziland bannen clusterbommen

Tijdens de eerste dag van de conferentie inzake clustermunitie in Libanon heeft Afghanistan de conventie inzake clusterumunitie geratificeerd, ondanks de druk van de Verenigde Staten om dit niet te doen. Dit is opmerkelijk en goed nieuws, want Afghanistan is een land dat zwaar geplaagd is door clusterbommen.  Vandaag, dinsdag 13 september, heeft ook Swaziland zich aangesloten bij de landen die clustermunitie willen bannen. Dit brengt het aantal landen dat de Conventie inzake clustermunitie heeft getekend op 110 en het aantal dat heeft geratificeerd op 63. Handicap International hoopt dat dit de druk kan opvoeren op de landen die zich nog steeds niet scharen achter deze internationale overeenkomst.

De zware aanval met clusterbommen in Zuid-Libanon vijf jaar geleden,  heeft de internationale opinie sterk beïnvloed en het proces in Oslo een boost gegeven; dit leidde in 2008 tot de ondertekening van het Verdrag dat clustermunitie verbiedt. Handicap International heeft zich sterk geëngageerd in de politieke strijd en is actief op het terrein, zoals in Libanon, waar we ‘vervuilde’ gronden opruimden en die daarna opnieuw vrij maakten voor de lokale bevolking.

Tijdens het Israëlische bombardement op het zuiden van Libanon in de zomer van 2006, werden maar liefst 4 miljoen clusterbommen gedropt, de meeste tijdens de laatste 72 uur van het conflict. Vele honderdduizenden bommen ontploften toen niet en bleven er liggen, te wachten tot een burger de bom per ongeluk doet ontploffen.

Meer dan een derde van de landbouwgrond van Zuid-Libanon werd zo onbruikbaar, wat meer dan 3.000 landbouwers rechtstreeks trof. Volgens het Landmine Action rapport van 2008 zullen de opruiming en de menselijke en economische schade tussen 154 en 233 miljoen dollar kosten. Ayman Ghazal, die in 2007 aan het hoofd stond van het ontmijningsteam van Handicap International vertelt: “Veel mensen gingen toch gewoon door met hun landbouwactiviteiten op de aangetaste gronden omdat ze geen andere keuze hadden. Dagelijks riskeerden ze hun leven om te kunnen overleven.”

Na Kosovo, Afghanistan en Irak heeft de menselijke tragedie in Libanon de internationale publieke opinie ervan overtuigd dat clustermunitie gruwelijke gevolgen heeft. Het conflict gaf een boost aan het proces van Oslo en leidde twee jaar tot de ondertekening van het Verdrag van Oslo (verbod op clustermunitie) twee jaar later. Daarom is het hoogst symbolisch dat net Libanon de tweede ontmoeting van de verdragspartijen van het verdrag van Oslo organiseert. Meer dan honderd staten nemen deel en zullen er bepalen hoe ze in de volgende vier jaar het Verdrag in de praktijk zullen omzetten. Het gaat dan onder andere over het ruimen van bommen, het vernietigen van de voorraden en de begeleiding van de slachtoffers. Er wordt verwacht dat sommige staten die nog niet hebben getekend, hun intentie om toch toe te treden kenbaar zullen maken. Voor de verdragspartijen is de conferentie het moment om aan te kondigen hoeveel financiële middelen ze zullen vrijmaken voor ontmijning en slachtofferbegeleiding. Handicap International ijvert ervoor dat de verdragspartijen hun engagement om slachtoffers en hun familie te helpen, naleven.

Handicap International werkt al sinds 1992 in Libanon. Tussen 2007 en 2009 heeft zij meegeholpen aan het ruimen van de munitie in Zuid-Libanon. De ploegen van Handicap International hebben in de regio Tyr zo’n 700.000 vierkante meter geruimd. In de streek hebben we ook 140.000 clusterbommen onschadelijk gemaakt. Mevrouw Srour, 85 jaar, getuigt: “Toen de teams van Handicap International me kwamen vertellen dat mijn grond vol explosief tuig lag en dat ik er niet mocht op werken, wou ik hen eerst niet geloven. Het was toen hun ontmijners verschillende bommen op mijn land hebben gevonden en onschadelijk hebben gemaakt, dat ik besefte hoeveel geluk wij hebben gehad dat ons niets is overkomen.”

Sinds 2010 werkt Handicap International ook rond de problematiek van landmijnen die Libanon vervuilen. Het is de enige humanitaire organisatie die ontmijnt in het Noorden van het land. De ngo heeft al 16.000 vierkante meter ontmijnd en het merendeel van de gronden werd al terug in gebruik genomen door de plaatselijke bevolking.