Een dagelijkse realiteit

Meedogenloze mijnen in Colombia

  • Groen en weelderig berglandschap in Colombia
  • Portret van Pablo, stoere tiener die er dankzij zijn oogprothese heel normaal uitziet
  • Irma, op een stoel met dochtertje op de schoot en vader op de achtergrond, zit voor het huis dat ze deelt met haar 8-koppige familie
  • Pablo zit aan tafel in een deftig wit hemdje met zijn kindjes naast hem

Colombia bekleedt een trieste tweede plaats op de wereldranglijst van landen met het grootste aantal nieuwe slachtoffers van mijnen en andere explosieve oorlogsresten. Achter de statistieken zitten mensen als Pablo, Irma en Oberney. Met één verkeerde stap werden zij allen burgerslachtoffer in het gewelddadig conflict tussen leger, gewapende oppositiegroepen en criminele bendes, waarbij veelvuldig mijnen worden gebruikt.

Ongevallen met mijnen – heel vaak geïmproviseerde explosieven – doen zich voor in meer dan 60% van alle Colombiaanse gemeenten. Deze ongevallen houden rechtstreeks verband met het gewapende conflict dat het Zuid-Amerikaanse land al meer dan vijftig jaar in een wurggreep houdt. Want in hun strijd om macht en territorium behoort het gebruik van mijnen tot de vaste tactieken van de gewapende oppositiegroepen. [1] Daarnaast zorgen de zogenaamde bandas criminales, die ontstonden na de demobilisatie van de paramilitairen en die zich inlaten met drugshandel en andere criminele activiteiten, ervoor dat de vruchtbare Colombiaanse grond elke dag met nieuwe mijnen wordt bevuild.

Hoewel wereldwijd nergens zoveel militairen worden gewond of gedood door mijnen als in Colombia, zijn 45% van alle mijnenslachtoffers burgers. Explosieven die geen onderscheid maken tussen de voet van een militair en die van een burger, treffen gewone mannen en vrouwen tijdens hun dagelijkse activiteiten op het veld of rond het huis. Deze burgerslachtoffers behoren meestal tot de armste sociale klasse en leven in geïsoleerde gebieden waar geen ziekenhuis noch gezondheidscentrum te bespeuren valt. Alarmerend is trouwens het aantal kindslachtoffers, dat sinds een vijftal jaar stijgt en met de laatste cijfers een niet eerder gekende piek kent. [2] 

Levenslang

Wie een ongeval met een mijn al overleeft, moet meestal verder door het leven met een handicap. Handicap International staat de Colombiaanse burgerslachtoffers bij om met hun beperking een kwaliteitsvol leven te leiden.

In samenwerking met lokale partnerorganisaties helpt ons team mijnenslachtoffers revalideren met onder meer kinesitherapie, protheses, verzorgingskits en rolstoelen. Slachtoffers krijgen ook psychosociale ondersteuning en worden geholpen bij hun socio-economische integratie na het ongeval. Zo begeleidt Handicap International voormalige landbouwers voor wie een nieuwe job zich opdringt, nadat het veld bewerken op de Colombiaanse bergflanken fysiek onmogelijk is geworden. Onze organisatie wijst de mijnenslachtoffers eveneens op hun rechten die de Colombiaanse wet voorziet en helpt hen deze af te dwingen.

Na meer 15 jaar werken in deze context, is Handicap International in januari 2015 het accreditatieproces gestart om te beginnen ontmijnen in Colombia. We willen onze expertise aanwenden om gronden mijnenvrij te maken en deze terug te geven aan de miljoenen Colombianen die ontheemd zijn door het gewapende conflict. Het is een uitstekende aanvulling op de reeds bestaande hulp van ons team ter plaatse, die een constructieve invloed kan uitoefenen op de huidige vredesinspanningen.

De overlevenden

Pablo kreeg een oogprothese van Handicap International en krijgt psychosociale begeleiding.

“Ik was 14 jaar toen ik mijn rechteroog verloor door een mijnscherf. Mijn toekomst stortte in. Dankzij mijn oogprothese zie ik er terug uit als voorheen. Daarvoor liep ik rond met een verband over mijn holle oogholte en steeds met mijn zonnebril op, omdat ik me beschaamd voelde. Mijn prothese maakt me onbeschrijflijk blij.”

Irma krijgt kinesitherapie en psychosociale en logistieke ondersteuning van Handicap International.

“Als mijn dochtertje Maria Angel groot genoeg is, vertel ik haar alles over mijnen en de gevaren ervan. Zelf wist ik amper iets, toen ik als kind op een mijn trapte en mijn been verloor. Ik was hout aan het sprokkelen in de heuvels vlakbij. Mijn grootste schrik is dat Maria Angel hetzelfde overkomt.”

Oberney kon een buurtwinkel openen dankzij Handicap International en krijgt psychosociale begeleiding.

“Mijn lichaam zit vol mijnscherven. De pijn gaat nooit weg en werken op het veld lukt niet meer. Om geld te verdienen, heb ik een winkeltje geopend met de hulp van Handicap International. Zo verzeker ik een toekomst voor mijn kinderen. Zij zijn mijn grootste motivatie om vooruit te gaan.”

 

[1] Waaronder de FARC (‘De Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia’) en de ELN (‘Het Nationaal Bevrijdingsleger’). De FARC zou volgens het Landmine Monitor Report 2014 de grootste mijnenlegger zijn van alle rebellengroepen wereldwijd.
[2] 35% van alle burgerslachtoffers zijn kinderen, zo stelt het Landmine Monitor Report 2014.