Mentaliteitswijziging over wapens en explosieven nodig in Mali

  • Twee animatoren van Handicap International tonen middenin een kring van toehoorders sensibiliseringsafbeeldingen
  • kinderen houden een zeil vast met sensibiliseringstekeningen tijdens een sensibiliseringssessie
  • Groep kinderen luistert en kijkt naar een man die een afbeelding vasthoudt.

Na een hevige strijd in 2012 en 2013 bleven veel wapens achter in Noord-Mali, die tot op vandaag slachtoffers maken. Om ongelukken en handicaps te voorkomen, sensibiliseerde Handicap International sinds maart 2016 al bijna 20.000 inwoners over de gevaren van lichte wapens en explosieve oorlogsresten.

Elke dag trekken teams van twee of drie animatoren naar de dorpen om de mensen te wijzen op de gevaren van vuurwapens en explosieve resten. Ze roepen de bewoners bijeen en houden vervolgens een sessie van één uur, waarbij ze hen aan de hand van afbeeldingen met bijschrift tonen welke basishandelingen hen voor de gevaren kunnen behoeden. Handicap International identificeerde tussen maart en mei 2016 70 nieuwe slachtoffers van ongevallen met lichte vuurwapens en springtuigen in de regio’s Gao, Kidal en Timboektoe.

“De bewoners zijn zich doorgaans amper bewust van de gevaren van een wapen”, legt Pascal Mvogo uit, verantwoordelijke voor het project om wapengeweld in te dijken. “Onlangs nog vond een dorpsbewoner een granaat in de buurt van zijn woning. Die bewaarde hij onder zijn bed. Wie een wapen vindt, moet dat melden aan de autoriteiten. Springtuigen die achterblijven na de gevechten zijn niet altijd herkenbaar. Een boobytrap kan bijvoorbeeld op een blik tomaten lijken.”

Maar niet enkel onwetendheid is een bepalende factor. In Noord-Mali is vrijwel iedereen gewapend, zelfs kinderen. Een wapen dragen wordt gezien als een teken van mannelijkheid, wat het niet eenvoudig maakt om mensen te overtuigen hun wapen op te geven. Bovendien hebben wapens een hoge handelswaarde, waardoor ze er moeilijk afstand van kunnen nemen.

Wapenbezit door kinderen tegengaan

Om zich te behoeden voor onenigheden met gewapende personen, vermijden de animatoren van Handicap International rechtstreeks contact met hen. In plaats daarvan spreken ze de mensen in hun omgeving aan. Ze focussen daarbij op wapenbezit door kinderen, een fenomeen dat niet als vanzelfsprekend mag beschouwd worden. Ze stimuleren volwassenen om op gewapende jongens in te spreken, hen op de gevaren te wijzen en ervoor te zorgen dat ze hun wapens afgeven.

Ook de boodschap van onze animatoren over eerste hulp aan slachtoffers van explosieve resten is duidelijk: ze mogen niet naar het slachtoffer toesnellen, aangezien er nog andere springtuigen kunnen liggen, maar moeten met het slachtoffer praten en de persoon proberen geruststellen totdat de echte interventie kan gebeuren door professionals.

Handicap International leidde al ontmijningsacties in 2013 in de Malinese regio’s Mopti, Ségou en Timboektoe.

Preventie en hulp in 20 landen

Momenteel is Handicap International actief in 20 landen om de risico’s te beperken die gepaard gaan met de aanwezigheid van mijnen, explosieve oorlogsresten, lichte wapens en wapens van klein kaliber. Dat doen we aan de hand van sensibiliseringscampagnes, conflictbemiddeling, risicobeheer (waarbij getroffen gebieden in kaart worden gebracht) en het uitwerken van alternatieve oplossingen met en voor de getroffen gemeenschappen.

Onze teams bieden eveneens hulp aan de meest kwetsbaren – zoals personen met een handicap, ouderen, kinderen, ... –, vluchtelingen, ontheemden en mensen die rechtstreeks gevaar lopen door de aanwezigheid van wapens.