Musa Tubali (10 jaar)

Musa is blij even te kunnen ontsnappen uit het vluchtelingenkamp. In het ziekenhuis van Goma, waar hij door Handicap International is heengebracht, kan hij even tot rust komen. En zal hij, als alles goed gaat, misschien een prothese krijgen.

De tienjarige Musa Tubali, zijn dertienjarige zus, zestienjarige broer en ouders leven al drie maanden in een ontheemdenkamp in Oost-Congo. Mama, papa en zus zijn op het veld gaan werken. Neema, Musa’s oudere broer, past op hem.

Ze zijn gevlucht uit Kaloba. Een hele dag hebben ze gestapt. Al die tijd heeft Neema Musa op zijn rug gedragen, want de jongen stapt heel moeilijk. Toen Musa vier maanden oud was, lag hij rustig te slapen in hun huis. Zijn mama was even om water. Net op dat moment vielen rebellen het dorp binnen en vonden ze Musa. Met een machete kapten ze zijn tenen en een hand af. De rebellen moeten Musa tegen de muur hebben gegooid of met een hard voorwerp hebben geslagen, want zijn been was verbrijzeld.

Twee en een half jaar geleden kreeg Musa een prothese. Intussen is hij een pak gegroeid waardoor de prothese te klein is. Hij kan nog nauwelijks stappen en heeft voortdurend pijn. Dat maakte het vluchten niet gemakkelijk …

In Musa’s dorp Kaloba waren er gevechten tussen verschillende gewapende groeperingen. ‘Er vielen veel doden’, vertelt Neema. ‘Onze nonkel heeft de gevechten niet overleefd. Met de hele familie zijn we de brousse in gevlucht. Een week lang hebben we er ons verstopt, in de hoop dat de troepen zouden vertrekken. We leefden van fruit (colcasse). We durfden bijna geen vuur te maken, uit angst dat onze rookpluimen zouden worden gezien en dat de gewapende mannen ons zouden aanvallen.’

Na een week zag de familie dat van hun huis en hun dorp niets meer zou overblijven. Alles was platgebrand. Daarom sloegen moeder, vader, dochter, Neema en Musa op de vlucht, net als bijna het hele dorp. De familie van Musa kwam in het kamp Kihuna terecht. Overdag gaan ze werken op het veld. Ze worden betaald met wat spullen in natura en eten dat ze ofwel zelf opeten ofwel verkopen.

Nu zit Musa in het derde leerjaar. Zijn lievelingsvak is Frans. Later wil hij graag directeur van een secondaire school worden. Zijn broer zit in het tweede middelbaar en is vastbesloten om het tot automecanicien te schoppen. Maar de broers zullen nog even moeten wachten om hun dromen na te jagen, want teruggaan naar hun dorp kunnen ze niet. De gevechten zijn nog steeds aan de gang. Bovendien heeft het gezin geen geld genoeg om de schoolkosten te betalen.

Dankzij de teams van Handicap International, die hem hebben gevonden in het kamp, is Musa nu in het centrum "Shirika La Umoja" in Goma. Daar heeft een kinesitherapeut hem onderzocht. Die heeft jammer genoeg vastgesteld dat Musa niet meteen een nieuwe prothese zal kunnen krijgen. Musa's scheenbeen is heel gevoelig. Een nieuwe prothese zou hem kunnen kwetsen. Om dat te voorkomen, moet Musa eerst een nieuwe chirurgische ingreep ondergaan.

Handicap International heeft Musa naar het algemeen ziekenhuis van Masisi doorverwezen. Artsen Zonder Grenzen zal voor zijn operatie instaan. Als de stomp goed geneest en er in de drie maanden na de operatie geen complicaties optreden, zal Musa een nieuwe prothese kunnen krijgen.