Myanmar: kine in de Delta

  • Myanmar: kine in de Delta

De cycloon Nargis sloeg toe op 2 mei 2008 in Myanmar en vernielde een groot deel van de delta. Handicap International nam onmiddellijk contact op met de ambassade en kreeg in juni uiteindelijk toestemming om te vertrekken voor een evaluatiemissie ter plaatse. Daarna vertrok onder meer Rasmus, een kinesist, eind 2008 op missie voor twee maand. Hij vertelt over de noden in de delta.

Rasmus aan het werk in de zogenaamde 'kindvriendelijke ruimtes' waar hij kinderen met een handicap identificeert en met de ouders en gezondheidswerkers werkt.

Rasmus werkt als kinesist aan het Universitair Ziekenhuis in het Kopenhagen, waar ze zich onder meer specialiseren in ademhalingskinesitherapie. Hij verstuurde een algemene sollicitatie naar Handicap International omdat hij zich ook in het buitenland wilde inzetten. Hij vertrok uiteindelijk voor twee maanden naar Myanmar in de nasleep van de orkaan die daar op 2 mei lelijk huisgehouden had. We vroegen hem of deze minder evidente bestemming hem niet afschrok. “Zeker niet, we hebben lang op de visa moeten wachten maar het werk ter plaatse werd niet verhinderd door de regering, ze lieten ons doen wat we moesten doen. Het project moest wel volledig hervormd worden omdat ondervoeding, de oorspronkelijke focus van het project, vooral de eerste maand na de ramp voorkwam. Mensen aten de eerst weken alleen kokosnoten en ook al is er nu niet altijd genoeg eten, mensen daar delen wat er is, meestal vis, rijst en water.”

Handicap International stuurde het project dus ter plaatse bij omdat ondervoeding gelukkig voor veel minder problemen zorgde dan er ons oorspronkelijk verteld werd. “Die flexibiliteit binnen een project is heel belangrijk, je moet altijd zelf gaan kijken hoe de kaarten liggen.” vertelt Rasmus. “Er zijn in Myanmar nauwelijks opgeleide kinesisten. Met lokale organisaties werkten we in zogenaamde kindvriendelijke ruimtes waar we kinderen met een handicap identificeerden en met de ouders en gezondheidswerkers werkten. We boden ook steun in bestaande centra voor handicaps in Piapong en Laputta en ik gaf verschillende weken onderwijs aan lokale kinesisten van de Franse sectie van Handicap International die ook ter plaatse is. Via bezoeken aan verschillende dorpen brachten we in kaart hoe we die mensen het best kunnen helpen in de komende maanden.”

Rasmus vertelt dat het soort kinesitherapie sterk verschilt van dat in het Westen. “De laatste zes weken was er veel kinewerk in bestaande centra. We gaven training en opleiding aan lokale kines die weinig ervaring hebben. Het gaat daar allemaal veel meer over hoe we revalidatie kunnen organiseren in een zone waar er bijna geen voorzieningen zijn. Er is geen kennis over handicaps en er komt dus veel sensibilisatie van de lokale bevolking bij kijken. We werden er dan ook heel goed ontvangen. De mensen zijn echt heel open en behulpzaam.”

Rasmus kwam ook veel aandoeningen tegen die misschien niet door de orkaan Nargis veroorzaakt werden maar die wel een heel specifieke behandeling vragen, zoals polio en hersenverlamming. Mensen met een handicap behoren sowieso tot de meest kwetsbare laag van de bevolking na een natuurramp. Hij werd ook geconfronteerd met breuken die slecht verzorgd werden. Er zijn daarnaast ook veel chronische handicaps bij de dorpsbevolking en daar kan je ook een verschil maken vertelt hij. “We hebben in La Putta mensen die na een hersenbloeding zeven jaar niet van een glas konden drinken in een week geleerd om dat zelf te doen”. Op de vraag wat hem bijblijft antwoord Rasmus meteen: “de manier waarop mensen overleven. Ze zetten door en trekken goed hun plan in heel primitieve omstandigheden. De Myanmaresen zijn ook heel hulpbereid vanuit hun cultuur.” Hij vertelt tot slot dat Handicap International nog een belangrijke rol te spelen heeft. “We hebben fondsen nodig om lang genoeg te blijven voor de revalidatie, sommige mensen daar zagen er immers nog nooit medisch geschoold personeel.”