Overlevenden clustermunitie juichen sterke taal van verdrag over slachtofferhulp toe

Overlevenden clustermunitie juichen sterke taal van verdrag over slachtofferhulp toe
Handicap International roept Staten wel op om Amerikaanse druk te weerstaan
Vier dagen vóór de goedkeuring van een nieuw internationaal verdrag over het verbod op clustermunitie, juichen overlevenden van clustermunitie over heel de wereld de baanbrekende vooruitgang inzake slachtofferhulp toe. De bepalingen inzake hulp aan overlevenden omvatten onder meer een heel ruime definitie van de term "slachtoffers van clustermunitie", die zowel getroffen individuen als hun familie en hun gemeenschap omvat.

Raed Mokaled van Libanon, wiens zoontje gedood werd door clustermunitie.

Volgens de tekst waarover momenteel onderhandeld wordt, hebben Staten de plicht om medische hulp, fysieke revalidatie en sociaaleconomische en psychologische begeleiding te bieden aan slachtoffers van clustermunitie, en om statistieken over slachtoffers te verzamelen. Daarnaast bevat de goed te keuren tekst een gedetailleerde lijst van concrete maatregelen die Staten moeten nemen inzake slachtofferhulp. "Die lijst is van cruciaal belang om te vermijden dat het Verdrag niet gewoon een vodje papier wordt", aldus Dejan Dikic, een clustermunitieslachtoffer uit Servië en voorstander van een verbod ("ban advocate"). "Dit kan een enorm verschil maken op het terrein, maar vereist wel een grondige en vastberaden follow-up door de slachtoffers zelf, om de concrete vooruitgang te meten." "Overlevenden uit alle getroffen landen moeten toegang krijgen tot slachtofferhulp", voegde Youern Sam En eraan toe, overlevende en verbodsactivist uit Cambodja. "Er werden maar liefst honderd miljoen clustersubmunities gedropt over Vietnam, waarvan 30 procent niet ontplofte", aldus Pham Quy Thi, overlevende en Ban Advocate uit Vietnam. "Meer dan dertig jaar na de oorlog worden burgers nog altijd gewond en gedood door clustermunitie. Vandaar dat ik alle landen oproep om concreet werk te maken van het verdrag."

Toch blijft er nog heel wat werk te doen, vooral als het gaat om gezamenlijke acties met Staten die geen partij zijn bij het Verdrag over Clustermunitie. Volgens het huidige ontwerpverdrag is het verboden om andere Staten te "helpen" bij het gebruik van clustermunitie. "Blijkbaar hebben een aantal Staten brieven gekregen van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleeza Rice, waarin ze erop aandringt om deze bepaling uit het verdrag te schrappen. Daardoor zouden Staten die clustermunitie verbieden, de VS toch kunnen helpen die munitie te blijven gebruiken. Dat is compleet onaanvaardbaar, want het zou het Verdrag compleet ondergraven", zo verklaarde Stan Brabant, hoofd van de beleidseenheid van Handicap International in België. "Staten moeten zich verzetten tegen pogingen van de VS om het Verdrag te ondermijnen", aldus Raed Mokaled, een verbodsactivist uit Libanon wiens zoontje van vijf gedood werd door clustersubmunitie.

Daarnaast moeten Staten het nog eens raken over hoe ver de definitie van clustermunitie mag gaan. "Staten mogen niet proberen om een nieuwe generatie clustermunitie te ontwikkelen, maar moeten deze onmiddellijk bannen", vervolgde Raed Mokaled. "Staten hebben een unieke kans om levens en ledematen te redden voor de komende generaties, en om geschiedenis te schrijven. Ze moeten die kans nú grijpen", benadrukte Marc Joolen, algemeen directeur van Handicap International in België.