Roepnig: ontmijner in Laos

  • Kengkeo Boulipavone, Technical Survey and Clearance Operations Manager (TSCOM).

Kengkeo Boulipavone vervult nu al bijna een jaar de functie van Technical Survey and Clearance Operations Manager (TSCOM). Hij is dan ook de grote chef van de ontmijningsacties voor Handicap International in Laos. Een veeleisende job waarbij de kleinste vergissing fataal kan zijn … voor hem, maar ook voor de teams die van zijn beslissingen afhankelijk zijn.

Kengkeo buigt zich over een gat, bekijkt een tijdlang de 750 pond zware bom op de bodem, en staat daarna terug op. Deze opdracht zal niet simpel zijn. Het tuig ligt op ongeveer 500 meter van een dorp. Onmogelijk om de ontsteker eruit te trekken en de bom te verplaatsten alvorens ze te vernietigen. Er moet ter plaatse worden gewerkt, met alle nodige gebruiksvoorzorgen. De huizen kunnen beschadigingen oplopen door de druk van de explosie, zelfs op deze afstand en zelfs ondanks de bomen die bescherming bieden. Hij is merkbaar ongerust.

Wanneer ik zo’n delicate problemen als dit moet aanpakken, dan wil ik graag met anderen overleggen en onze standpunten uitwisselen.” Bij ontmijningsacties betaal je je fout zwaar, want dat kan het leven kosten van zowel dorpsbewoners als leden van het ontmijningsteam.

Een zware verantwoordelijkheid, maar Kengkeo beschikt over de opleiding, de ervaring en vooral de kracht om die te kunnen dragen. Hij begon zijn loopbaan in 1996 als ontmijner van niveau 1, het laagste niveau. In die tijd verleende Handicap International haar steun aan UXO Lao, een gouvernementele organisatie belast met de problematiek rond UXO’s, voor de opleiding van ontmijningsteams enerzijds, en voor de ontmijningsacties anderzijds.

Toen ik zeven was, ben ik in het district Xepon gaan wonen. In dit district hoorde ik vaak bomontploffingen, en ik heb er zelf ook veel gezien. Laos was bevuild met UXO’s (niet ontploft-oorlogstuig, nvdr) en ik wou iets aan deze gevaarlijke situatie doen. De provincie Savannakhet – en vooral de disctricten Xepon, Nong, Pinh en Vilabuly – is een van de gebieden die het ergst geleden heeft onder de Amerikaanse bombardementen tijdens de Vietnamoorlog.

Kengkeo maakte deel uit van de eerste promotie van ontmijners uit het opleidingscentrum van Nam Soua, nabij Vientiane. Hij is 27 jaar. “Ik leerde over de verschillende soorten bommen, de gepaste reactie en juiste technieken. Ook leerde ik niet alleen een detector gebruiken, maar ook bommen opsporen en vernietigen, het ontstekingsmechanisme aansluiten, de ontsteker en het ontploffingslont gebruiken. Het centrum voorzag in haar opleiding ook de sensibilisering van de gemeenschappen voor de gevaren van UXO’s en gaf eveneens een medische opleiding. Ze leerden me de basiskneepjes om bij een ongeluk toch de eerste zorgen te kunnen toedienen.

Eens zijn opleiding achter de rug keert hij terug naar de provincie Savannakhet, maar hij moet nog even wachten voordat hij aan een operatie mag deelnemen: “Er waren slechts tien personen in mijn lichting, wij moesten wachten op de tweede”. Kengkeo heeft duidelijk zijn roeping gevonden. Hij wordt al snel gepromoveerd tot afdelingshoofd en later tot supervisor. In 1999 biedt het opleidingscentrum van Ilai hem een job als vormer aan. Daar blijft hij vier jaar. Dan beslist hij een opleiding te volgen waarmee hij technicus van niveau 4 kan worden, dat is het hoogst bereikbare niveau in Laos. Hij gaat opnieuw aan de slag in opruimingsacties, verzekert een jaar lang de opleidingen voor het centrum van Ilai, en keert dan in 2006 terug naar de provincie Savannakhet om er bij Handicap International te werken. Zo wordt hij de rechterhand van de technisch adviseur en expat Yvon Le Chevanton.

In september 2007 geeft Yvon de fakkel door aan Kengkeo. De ontmijners uit Laos hebben niet langer nood aan de supervisie van een expat, een ware erkenning van de kwaliteit van het geleverde werk. “Als verantwoordelijke voor de opruimingsacties sla ik een brug tussen het bureau in Xepon en dat in Vientiane. Tegelijkertijd ben ik ook de link met de component die verantwoordelijk is voor de sensibilisering voor de gevaren van niet-ontploft oorlogstuig (UXO). De rest van de tijd besteed ik aan het werk op het terrein, de supervisie en de ondersteuning van de teams die technische bijstand nodig hebben. Dagelijks heb ik radiocontact, ik moet controleren of alles in orde is. Ik heb vertrouwen in mijn ontmijningsteams, in hun capaciteiten. Ik geloof ten stelligste in de bekwaamheid van de afdelingscommandanten, maar ik moet dit op het terrein gaan bekijken zodat ik zeker ben dat ze doeltreffend te werk gaan. Ik moet het “roving team” (verantwoordelijk voor het plaatselijk opruimen van bommen en mijnen) van dichtbij volgen, omdat dit technisch gezien de moeilijkste operaties zijn.”

Het moeilijkst en dus het gevaarlijkst, Kengkeo en de andere leden van het ontmijningsproject ontkennen de risico’s van het vak niet. “Wij voeren gevaarlijke taken uit, wij krijgen geen tweede kans, geen excuses. Eén vergissing leidt regelrecht tot een ongeluk.” Zijn antwoord op de vraag of hij soms bang is: “Ik heb schrik, maar het is nu eenmaal mijn job. En ik ga altijd heel voorzichtig te werk. Veiligheid is bij ons topprioriteit. Dat blijf ik ook maar aan mijn teams herhalen: veiligheid vóór alles, nooit vergeten.

De ogen van Kengkeo stralen wanneer hij het heeft over zijn werk en over de verwezenlijkingen van “zijn” teams. Hij weet dat dit nog enkele jaren zal duren totdat alle voor de bevolking gevaarlijkste zones volledig ontmijnd zullen zijn. Dan zal dit land een zelfde situatie kennen als het Europa van na de twee Wereldoorlogen. Er zal nog steeds niet-ontploft oorlogstuig worden gevonden en het land zal altijd nood hebben aan een ontmijningsdienst. Maar de bevolking zal voortaan niet meer in angst moeten leven voor een ongeluk.

En daarna, wat zal hij dan doen? “Ik? Ik zou graag verder studeren en mijn kennis inzake UXO’s uitdiepen. Als ik er de capaciteiten voor heb, dan zou ik in een ander land als expat willen werken.” Kengkeo vult aan: “Momenteel zie ik de noden van Laos, van Handicap International. Ik doe dit werk voor mijn land.”