DR Congo

Veilig bevallen in Bumbu

  • Een vroedvrouw houdt een pasgeboren baby in een roze deken.
  • baby hangt in een witte draagzak te bengelen die toelaat zijn gewicht te meten.
  • verplegend personeel en mama's zitten rond een tafel met daarop een sensibiliseringsaffiche over de motoriek van jonge kinderen

In Congo sterft 1 op 137 moeders tijdens de bevalling. In België is dat 1 op 16.600. Nochtans kunnen relatief eenvoudige ingrepen dit cijfer snel naar beneden halen. Dat bewijst het medisch centrum in Bumbu waar Handicap International enkele jaren geleden training en materiële steun gaf. “Sinds januari 2015 is hier geen enkele moeder meer gestorven.”

In het Centrum voor Moeder en Kind gonst het van de bedrijvigheid. Het is het enige ziekenhuisje van Bumbu, een buitenwijk van Kinshasa waar 377.000 mensen wonen. Er zijn één gynaecoloog en 23 vroedvrouwen voor maar liefst 150 bevallingen per maand.

Het centrum is als het ware een kleine babyfabriek. En toch weten de vrouwen dat ze hier in goede handen zijn. Het centrum heeft een goede naam. Het ziet er ook al veel beter dan andere ziekenhuizen in Kinshasa: sinds Handicap International het onder handen nam, heeft de zaal voor kersverse moeders ramen. Er zijn nieuwe bevallingstafels, het verouderde medisch materiaal is vervangen. Dankzij zonnepanelen, kan het ziekenhuis toch werken als de elektriciteit uitvalt.

Opleiding

Die elektriciteit is zeer belangrijk om de couveuses, eveneens geschonken door Handicap International, draaiende te houden. “En daarnaast leerden we ook de kangoeroe-techniek: dankzij huidcontact kan de temperatuur van te magere baby’s toch op peil worden gehouden en wordt de ontwikkeling van het kind gestimuleerd. Handicap International bouwde zelfs een speciale kangoeroe-unit”, zegt Lily Nsongo, de hoofdvroedvrouw

De opleiding die alle vroedvrouwen hebben gekregen van onze medewerkers is misschien wel het belangrijkste. “Dankzij de opleiding van Handicap International weten we veel sneller wanneer er een probleem is en kunnen we tijdig ingrijpen of doorsturen als het moet. Vroeger wisten we bijvoorbeeld niet wat we moesten aanvangen met een baby die niet ademde bij de geboorte, dit is nu routine”, zegt de hoofdvroedvrouw.

“We hebben geleerd hoe we moeten reageren als een vrouw niet stopt met bloeden. Dergelijke bloedingen zijn in Congo de belangrijkste reden dat vrouwen hun bevalling niet overleven. Tot 2008 stierven hier nog 10 moeders per jaar. Daarna waren het er gemiddeld vier. En dit jaar hadden we nog geen enkele sterfgeval”, voegt ze er trots aan toe.  

Te weinig prenatale consultatie

Problematisch in Congo is dat te weinig vrouwen op prenatale consultatie komen. “Eigenlijk zou je tijdens de zwangerschap vier keer op consultatie moeten. Maar de meeste vrouwen gaan slechts één keer, meestal als ze al acht maanden ver zijn.”

Om dit probleem te counteren, leidde Handicap International straathoekwerkers op. Dat zijn gezondheidswerkers die in hun dichte omgeving vrouwen gaan sensibiliseren: ze sporen zwangere meisjes aan om zich te laten controleren. Dankzij hun inbreng is het aantal vrouwen dat de vier consultaties doet, gestegen van 22% naar 38%. Een belangrijke vooruitgang, met een belangrijke impact. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie verhoogt een vrouw die zich laat opvolgen tijdens haar zwangerschap haar kansen om zonder problemen te bevallen met 87%. De kans dat ze geen kind met een handicap ter wereld brengt, verhoogt met liefst 92%.

Toch blijft het grootste probleem van al de heersende armoede in Congo. Vier keer op consultatie gaan kost 11.000 Congolese frank (10 euro) en dat is voor veel Congolese vrouwen onbetaalbaar. De realiteit blijft hard. Ondanks het nu gekwalificeerder personeel en de technieken om te vroeg geboren kinderen te verzorgen, wordt er in het ziekenhuis van Bumbu nog te vaak een kindje in een klein wit kistje naar buiten gedragen. Want een goede opvolging komt niet alleen de gezondheid van de mama, maar ook die van het kind ten goede. Een op tien kinderen in Congo wordt niet ouder dan 5 jaar. Een vijfde van hen sterft tijdens de eerste levensdagen.