Verdubbeling aantal slachtoffers door clustermunitie

  • Jongen met geamputeerd been
  • Jongeman met verminkte arm

Tussen 2015 en 2016 is het aantal slachtoffers van clustermunitie verdubbeld volgens de Cluster Munition Monitor. 98% waren burgers! De oorzaak van de stijging ligt bij het Syrische conflict.

Sinds midden 2012 worden clusterwapens continu ingezet in het Syrische conflict. In 2016 vielen hierbij 89% van het wereldwijd aantal opgetekende slachtoffers van clustermunitie.

Elders is de situatie er wel op vooruitgegaan, sinds in 2010 het verdrag van Oslo van kracht werd. Dat verdrag verbiedt vandaag het gebruik van clustermunitie in een belangrijk deel van de wereld. Handicap International heeft een belangrijke rol gespeeld in die evolutie.

In het kader van een conferentie begin september in Genève, roept onze organisatie de staten op om het internationale recht toe te passen en druk uit te oefenen op de oorlogvoerende partijen om deze barbaarse wapens niet langer te gebruiken. Anne Héry, onze advocacydirectrice, licht de situatie helder toe.

Waarom is clustermunitie verboden?

Anne Héry: “Het zijn wapens die vrijwel volledig willekeurig zijn. Ze maken geen onderscheid tussen strijders en burgers. Dat is in strijd is met het internationaal humanitair recht. Daarom heeft Handicap International, als lid van de  Cluster Munition Coalition (CMC), gestreden voor een ban op deze wapens. In 2008 zijn we daarin geslaagd, met de aanname van het verdrag van Oslo, dat twee jaar later van kracht werd.”

Hoe werkt clustermunitie?

Anne Héry: “Clusterbommen zijn wapens die doorgaans door een vliegtuig gedropt worden. Zodra ze in de lucht hangen, gaan ze open en wordt de zogenoemde ‘clustermunitie’ in de vorm van honderden kleine bommen verspreid. Clusterbommen zijn dus verre van precies. Het impactgebied kan zo groot zijn als een voetbalveld. Als het doelwit een militaire opslagplaats is, komen er onvermijdelijk ook bommen terecht op omringende woningen. Die willekeur maakt ze bijzonder gevaarlijk voor burgers en dat is onaanvaardbaar.”

“Er is nog een tweede effect: maar liefst 40% van die clustermunitie, vaak niet groter dan een tennisbal, ontploft niet bij impact. Ze blijven op de grond liggen en kunnen nog tientallen jaren geactiveerd blijven als gevaarlijke landmijnen. Ze kunnen ontploffen als iemand te dicht in de buurt komt of als ze worden opgeruimd. Laos is het opmerkelijkste voorbeeld van verontreiniging door clustermunitie. In de jaren ‘60 werd het oosten van het land bestookt met die wapens. Nu nog worden mensen gedood en verminkt door niet-ontplofte clustermunitie. Handicap International helpt de slachtoffers van clustermunitie op dezelfde manier als slachtoffers van mijnen. De problemen zijn immers dezelfde.”

Hoe kan HI helpen?

Anne Héry: “Sinds het begin van de jaren ’90 voeren we campagne tegen landmijnen,wat ons veel expertise oplevert, ook in de problematiek van clustermunitie: beide wapens zijn willekeurig en de restanten van clustermunitie hebben veel weg van landmijnen. Op het terrein zien we dat de verwondingen van beide soorten wapens sterk op elkaar gelijken. Door de explosie kunnen ledematen verbrijzeld worden of kunnen er scherven in het lichaam terechtkomen. De slachtoffers verliezen vaak een of meerdere ledematen. Ze kunnen permanente handicaps oplopen, met sociale, economische en psychologische gevolgen als resultaat. Handicap International helpt hen revalideren, zowel fysiek, maar ook sociaal en economisch.”

Heeft het verdrag van Oslo iets veranderd?

Anne Héry: “In zeven jaar tijd hebben we heel wat vooruitgang geboekt wat de wereldwijde invoering van het verdrag betreft. 119 landen hebben zich erbij aangesloten: er zijn 102 verdragsstaten en 17 ondertekenaars. Dat maakt het een efficiënt instrument. Het gebruik van clustermunitie wordt almaar meer gestigmatiseerd. Steeds meer staten veroordelen officieel het gebruik van deze barbaarse wapens, waardoor het land dat de wapens gebruikt dan weer in nauwe schoentjes komt te staan ... Dankzij de vernietiging van de voorraden en het verbod op de commercialisering ervan, wordt het steeds moelijker om ze aan te schaffen. En door de slinkende afzetmarkten produceren sommige wapenproducenten zulke wapens gewoon niet meer.”

Zijn er nog landen die clustermunitie produceren?

Anne Héry: “Dat is moeilijk te zeggen omdat de wapensector niet transparant is. We verdenken 16 landen ervan dat ze nog clustermunitie produceren of zich het recht voorbehouden om er in de toekomst nog te produceren (Brazilië, China, Egypte, Griekenland, India, Iran, Israël, Noord-Korea, Pakistan, Polen, Roemenië, Rusland, Singapore, Turkije, de Verenigde Staten en Zuid-Korea). Door het gebrek aan transparantie en gegevens is het onmogelijk om te achterhalen of die landen onlangs nog clustermmunitie geproduceerd hebben.”

“Het probleem ligt ook bij de voorraden. Er zijn nog miljoenen stuks clustermunitie voorhanden in militaire opslagplaatsen. Daarom is de vernietiging ervan een van de verplichtingen van het verdrag. 28 verdragspartijen hebben wel al 1,4 miljoen voorraden van clustermunitie vernietigd, goed voor 175 miljoen stuks submunitie. Dat is 97% van alle clustermunitie en 98% van de clustermunitie die door de partijen bij het verdrag werden aangegeven. Bovendien hebben al acht staten de ontmijning van hun verontreinigde gebieden afgerond sinds het Verdrag van Oslo in 2010 van kracht werd.”