Vooruitgang in strijd tegen clusterbommen

  • Aynalem Zenebe, ban advocate uit Ethiopië

De tweede conferentie van de verdragspartijen aan het Verdrag inzake Clustermunitie (Verdrag van Oslo) loopt vandaag ten einde met de unanieme goedkeuring van de verklaring van Beiroet.Handicap International is verheugd over de aanzienlijke vorderingen en de aangekondigde inzet voor de slachtoffers. De aanwezigheid van naties die nog steeds clusterbommen produceren, zoals China en Rusland, toont dat ook zij geloof hechten aan het Verdrag. De organisatie roept dan ook alle landen op om zich achter het Verdrag te scharen, zodat zo’n wapens - die onlangs nog door Libië werden ingezet - nooit meer gebruikt worden.

Hulp aan de slachtoffers centraal in het debat

Meer dan 120 landen hebben van 12 tot 16 september aan de Conferentie van Beiroet deelgenomen.De verdragspartijen hebben vandaag unaniem de Verklaring van Beiroet aangenomen, waarin hun plichten voor de komende vier jaar opgesomd worden.Handicap International is verheugd over de aanzienlijke vorderingen in de strijd tegen clustermunitie.“De hulp aan slachtoffers werd vandaag erkend als één van de belangrijkste prioriteiten van het Verdrag tegen clustermunitie,” aldus Aynalem Zenebe, een Ethiopische overlevende van een ongeval met clustermunitie[1]. “De partijen zijn er zich eindelijk bewust van hoe wreed die wapens zijn.De duizenden slachtoffers (mannen, vrouwen en kinderen) die tegen wil en dank gewond geraakt zijn, kunnen eindelijk van het Verdrag profiteren.

Tijdens de conferentie moesten de partijen preciseren welke methoden ze gebruiken om de bestaande gegevens over slachtoffers van die wapens in te zamelen, alsook welke financiële en technische middelen ze gebruiken voor de revalidatie van die mensen.

De groeiende betrokkenheid van de partijen

Sinds de eerste conferentie van Vientiane in november 2010 zijn 17 landen verdragspartij geworden. Eén van hen is Afghanistan. “Het heeft een enorme symbolische waarde dat Afghanistan het Verdrag heeft geratificeerd”, zegt Bruno Leclerq, hoofdlobbyist van Handicap International Belgium. “Afghanistan is immers een van de landen die het zwaarst is getroffen door clustermunitie.”

Nog andere vorderingen illustreren de inzet van de verdragspartijen voor het Verdrag van Oslo:

  • 12 landen hebben aangekondigd dat ze hun voorraad van 600 000 clusterbommen (meer dan 25 miljoen clusterbommen) zullen vernietigen.
  • Tot op vandaag werd meer dan 16 miljoen m² ontmijnd.Bovendien bestaan er nieuwe, preciezere methodes voor de identificatie van getroffen gebieden en kunnen de middelen beter besteed worden.

Daarenboven zijn niet-verdragspartijen, zoals China, Rusland, Iran en Noord-Korea als waarnemer naar de conferentie van Beiroet gekomen.Hun aanwezigheid bewijst dat het Verdrag van Oslo meer en meer beschouwd wordt als de internationale norm betreffende clusterbommen, en dat de humanitaire doelstellingen onderkend worden, ook door hen die het Verdrag niet ondertekend hebben.De stigmatisering van die wapens is zo groot dat zelfs niet-verdragspartijen tijdens die conferenties hun standpunt moeten motiveren.Hoewel dat een interessante evolutie is, wil Handicap International erop aandringen niet te vergeten dat de ondertekening van het Verdrag van Oslo de enige efficiënte manier is om clustermunitie uit te bannen en ervoor te zorgen dat de slachtoffers de hulp krijgen die ze nodig hebben.

Blijven mobiliseren, ook in Libië

De inzet van burgers en staten mag niet verzwakken.De slachtoffers staan wel centraal in de onderhandelingen, maar clustermunitie is wereldwijd nog steeds een regelrechte plaag in 31 landen en territoria.Honderdduizenden mensen leven elke dag met de dreiging van clustermunitie en zijn dus potentiële nieuwe slachtoffers.

Helaas is het onderwerp nog steeds brandend actueel. In Libië werden in april van dit jaar immers nog clusterbommen gebruikt en Handicap International moest toen een urgentiemissie opzetten om de bevolking over de risico's van niet-ontploft oorlogstuig te informeren.De organisatie informeert nu de bedreigde bevolkingsgroepen in het oosten van het land, en heeft speciaal aandacht voor kinderen, die meestal het eerste slachtoffer van dergelijke wapens zijn.Tot vandaag heeft Handicap International al tienduizenden mensen geholpen endeze week heeft de organisatie nog een ontmijningsexpert afgevaardigd om de behoeften in de conflictgebieden te evalueren.

Het symbolische belang van Libanon

Dat Beiroet de conferentie heeft ontvangen, heeft een grote symbolische waarde, aangezien ze exact vijf jaar na het drama in Zuid-Libanon plaats vond: Israël dropte toen 4 miljoen clusterbommen over de regio, het merendeel tijdens de laatste 72 uur van het conflict. Die zware aanval heeft de internationale opinie sterk beïnvloed en het proces in Oslo een boost gegeven; dit leidde in 2008 tot de ondertekening van het Verdrag dat clustermunitie verbiedt. Handicap International heeft zich sterk geëngageerd in de politieke strijd en is actief op het terrein, zoals in Libanon, waar we ‘vervuilde’ gronden opruimden en die daarna opnieuw vrij maakten voor de lokale bevolking.


[1]Aynalem Zenebe is lid van de Ban Advocates, een project van Handicap International dat slachtoffers van clustermunitie toelaat om overal ter wereld hun stem te laten horen. De aanwezigheid van de Ban Advocates, die tijdens de conferenties ook geregeld het woord nemen en getuigen over de impact van clusterbommen op hun leven, heeft al een belangrijke internationale gespeeld.