Ebola: interview met onze Belgische directeur op het terrein

"We moeten absoluut waakzaam blijven"

  • Portret van Bruno Leclercq

Tien maanden na de uitbraak van de ebola-epidemie spreekt de Belg Bruno Leclercq over de hoop die in de regio is teruggekeerd, nu het aantal ebolabesmettingen eindelijk daalt, en over de gevolgen van de lange epidemie. Bruno is directeur van de programma’s van Handicap International in Sierra Leone en Liberia.

De media beginnen te berichten over een daling van het aantal personen dat met ebola besmet is. Is dit ook wat jullie ter plaatse vaststellen?

Ja, dat klopt. Er zijn heel hoopgevende signalen. Vooral in Liberia, waar de daling van het aantal nieuwe besmettingen zeer duidelijk is en de presidente heeft aangekondigd dat de scholen vanaf februari weer opengaan. Maar ik wil benadrukken dat we waakzaam moeten blijven. Want als we één geval op de verkeerde manier behandelen, kan dit al voor een nieuwe uitbraak zorgen. Het is absoluut niet het moment om onze waakzaamheid te laten verslappen. In Sierra Leone bijvoorbeeld worden nog ongeveer honderd besmettingen per dag gesignaleerd, ondanks de duidelijke vooruitgang die we boeken.

De ebola-epidemie is al een tijdje aan de gang. Hoe houden de burgers dit zo lang vol?

De mensen in de ebolahaarden worden mentaal erg op de proef gesteld. Zij leveren sinds deze zomer enorm veel inspanningen, maar zagen tot voor kort het aantal besmettingen niet dalen. De beperkingsmaatregelen voor verplaatsingen en bijeenkomsten werden alsmaar dwingender, vooral in de maand december, traditioneel gezien een zeer feestelijke maand. Dit jaar konden de families niet samenkomen zoals gewoonlijk, wat het voor de mensen nog moeilijker maakte.
Vandaag is iedereen opgelucht om tekenen van beterschap te zien. Zeker wij ook als hulpverleners. Het gevaar is natuurlijk dat de mensen minder waakzaam worden. Daarvoor is het uiteraard nog te vroeg. Iedereen zal extra discipline aan de dag moeten leggen, zodat de mensen zich ondanks alles kunnen houden aan de verplichtingen die van kracht zijn en de gezondheidsprotocollen. Pas zo zullen we eindelijk een einde kunnen stellen aan deze epidemie.

In welke mate heeft onwetendheid over het virus een rol gespeeld in de verspreiding ervan?

Het voorlichtingssysteem functioneert momenteel zeer goed. De burgers weten wat er gaande is en kennen de besmettingsfactoren vrij goed. Natuurlijk zijn er ook vandaag nog een aantal mensen die de sensibiliseringsboodschappen naast zich neerleggen en weigeren om hun gezond verstand te gebruiken. Dat moeten we aanvaarden en trachten te begrijpen, zodat we toch manieren kunnen vinden om het aantal besmettingen aan banden te leggen.
Het is bijvoorbeeld zeer moeilijk om bepaalde gemeenschappen ervan te overtuigen om begrafenisrituelen aan de kant te schuiven. Nochtans zijn deze begrafenisrituelen verantwoordelijk voor meer dan de helft van de nieuwe besmettingen. Men raakt het lichaam van de overledene aan om het te wassen, zodat zijn ziel het lichaam in vrede kan verlaten. Want het vertrek van de ziel uit het lichaam van de overledene zou niet afhangen van de manier waarop hij heeft geleefd, maar wel van de begrafenis die hij krijgt. Voor de gemeenschappen die vrezen dat ze gekweld zullen worden door geesten, is het dan ook ondenkbaar om een overlijden aan te geven aan de autoriteiten en om hun naaste in een zwarte plastieken zak te zien verdwijnen.
Er zijn wel aanpassingen doorgevoerd om minder strikt om te gaan met de lichamen, maar in veel gevallen bestaat de enige oplossing uit een zorgvuldige toepassing van de protocollen voor opvang en isolement van zieke en besmette personen en onderzoek naar de personen met wie ze in contact zijn gekomen.

Hoe draagt Handicap International bij tot het indijken van het virus?

Handicap International beheert een vloot van dertig ziekenwagens, die speciaal wordt ingezet in de strijd tegen het ebolavirus. Iedere ziekenwagen wordt vergezeld van een ontsmettingsteam die de plaatsen waar de zieke heeft verbleven met chloorhoudend water onder handen neemt, om ervoor te zorgen dat zijn omgeving niet besmet raakt.
We hebben eveneens bewustmakingsacties op poten gezet voor mensen met specifieke behoeften. Het gaat voornamelijk om mensen met een handicap, seropositieve mensen of mensen met aids, mensen die in de prostitutie werken, kinderen, … Kortom, alle mensen aan wie de standaardboodschappen dreigen te ontglippen. Wanneer we bijvoorbeeld dove of slechthorende mensen aanspreken, stellen we vast dat ze zeer slecht op de hoogte zijn van de situatie. Ze weten dat er iets gaande is, maar weten er niet zo veel van af als de andere burgers.

Hoe zie je de epidemie evolueren?

We moeten positief blijven. De besmettingshaarden nemen overal in de regio af. De nieuwe gevallen worden vooral in Freetown gemeld, waar twee miljoen inwoners leven en waar enorm veel werk verzet wordt voor de gezondheidszorg. Er zijn momenteel financiële en materiële middelen beschikbaar, maar we ondervinden nog wel moeilijkheden om personeel te vinden.
Eenmaal dat de epidemie onder controle is, zullen we de gemeenschappen moeten begeleiden. Ze zijn al hard op de proef gesteld en vaak ook kwetsbaar geworden door de beperkingen die van kracht zijn. We zullen ook psychologische en sociale steun moeten bieden aan mensen die ziek waren en ervoor moeten zorgen dat de instellingen in het land, zoals scholen en gezondheidszorginstellingen, zo snel mogelijk weer operationeel zijn.
Het is in ieder geval cruciaal dat iedereen zich blijft inzetten en dat we deze epidemie zo snel mogelijk onder controle krijgen, want de humanitaire gevolgen ervan zijn reeds dramatisch en de burgers zijn aan het eind van hun Latijn.