Over het vertrek en 'le Ko coubé'

afbeelding van Camille Petit

26 februari 2010, de laatste dagen in Haïti. Hoe zou ik mijn missiemaand in Haïti samenvatten?... Eerst en vooral zijn het de beelden, blikken, glimlachen en het gelach die me te binnen schieten. Ik herinner mij de getuigenissen van Haïtianen vol waardigheid, de stiltes die meer zeggen dan woorden, de lachsalvo's omdat het leven gewoon doorgaat "dankzij God". Lucielle, Rodney, Lovely, Jean, Prophète, Félix en nog anderen... Vervolgens zijn het de huizen... Fantomen die ronddwalen onder puinhopen, versperringen van stenen, staalplaten, balken, verloren voorwerpen als herinnering aan het verleden. Je blik blijft rusten op levens die brutaal gestopt zijn, bedolven onder het puin op die 12de januari 2010. En dan zijn er de ontmoetingen, korte of langere, met inwijkelingen. De inzet van fysiotherapeuten, hun professionaliteit en hun gave om te helpen, te overtuigen, onderhandelen, of simpelweg er te zijn wanneer iemand lijdt. Momenten van grote vreugde, kleine momentjes van ellende, steeds dat enthousiasme. Olivier, Mathilde, Viviane, Simon, Geoffroy, Raphaël, Luc. En de opluchting die er komt... een heel netwerk dat elke dag de toekomst plant om handicaps te voorkomen, zodat "le Ko coubé" (de gewonde wordt zo "het kromme lichaam [le corps courbé]" genoemd) zich letterlijk en figuurlijk weer opricht. Dit hele korps dat samengesteld is uit leden van het urgentieteam van Handicap International, die mails sturen en telefoneren vanuit België. Natuurlijk kan ik niet anders dan hulde brengen aan de ploeg van Artsen zonder Grenzen waarmee we dagelijks samenwerken. Zonder daarbij de samenwerking met ander ngo's en de vertegenwoordigers van het Haïtiaanse ministerie van Gezondheid uit het oog te verliezen, gericht op het onderzoek en de strategie na de aardbeving. Hoe moet men omgaan met de immense nood aan aanpassing, aan de plaatsing van prothesen bij geamputeerden, aan opleidingen voor de Haïtianen? Hoe moet men de aangekondigde "tweede amputatiegolf" voorkomen, de rehospitalisaties, de blijvende misvormingen door een tekort aan verzorging? Wat vager flitsen flarden voorbij: deinende muziek als je een auto passeert, geweerschoten, bendeoorlogen, majestueuze bomen bedekt met roze bloemen, naschokken die ons 's nachts wekken, telefoontjes naar familieleden die ons opnieuw energie geven, ... en steeds grote lachsalvo's van Haïtianen. Groetjes, Camille