Bewonderenswaardige mensen

afbeelding van Catherine Billiau

Dinsdag 28 april

Sinds gisterennamiddag zijn we terug in Bujumbura. Het Burundese sitting volleyball-team heeft ons uitgenodigd om vanochtend de training bij te wonen. Het spel is gebaseerd op volleybal voor validen, maar wordt gespeeld op een kleiner terrein met een lager net. Het team bestaat voornamelijk uit ex-militairen die tijdens de oorlog gewond raakten. De spelers zijn al volop aan het trainen voor het eerste sitting volleyball-tournooi van de regio van de Grote Meren dat in juli dit jaar in Kigali, Rwanda, zal plaatsvinden. Daar zullen ze het opnemen tegen de teams van Rwanda, Congo, Kenia, Oeganda en Tanzania. De winnaars worden gekwalificeerd voor de Wereldbeker in de VS in 2010. Er staat dus veel op het spel en de Burundezen zijn supergemotiveerd. Ik sta ervan versteld hoe snel de spelers zich op hun achterste over het veld verplaatsen. Hun shorts, verstevigd met mousse lappen, zijn tot op de draad versleten. ‘Handicap International helpt ons waar mogelijk, maar we hebben nog altijd een gebrek aan materiaal en financiële middelen’, vertelt coach Cassien Bizabigomba. Hij is zelf verlamd aan beide benen, maar is enorm energiek en zit boordevol toekomstplannen. ‘We hebben nu al ook een team voor vrouwen, maar ik wil nog meer sitting volleyball-ploegen opzetten. Ook in andere disciplines, zoals rolstoelbasket, zou ik de gehandicaptensport in Burundi willen uitbouwen’, zegt hij. ‘Via de sport kunnen we laten zien dat mensen met een handicap geen tweederangsburgers zijn. Het helpt ons ook om het harde dagelijkse bestaan even te vergeten.’

Even later maken we in de school St. Kizito kennis met nog meer bewonderenswaardige mensen met een handicap. Speciaal voor ons geven de ‘tambours’ en acrobaten van de school een voorstelling. Percussie maakt deel uit van het cultureel erfgoed van Burundi. Wat deze acrobaten met een handicap presteren, heb ik echter nog nooit gezien. Het merendeel van de Burundezen trouwens ook niet, maar daar komt stilaan verandering in. Zo traden de ‘tambours’ en acrobaten vorig jaar op tijdens de festiviteiten ter gelegenheid van de Internationale Dag voor Personen met een Handicap, waar ook veel hoogwaardigheidsbekleders zwaar onder de indruk waren van hun kunsten.

‘Heel wat ex-leerlingen van deze lagere school voor personen met een handicap hebben het al ver geschopt in het leven’, meldt de directeur, een polio-patiënt, trots. We gaan een kijkje nemen in de zesde klas, het laatste jaar voordat de studenten het toelatingsexamen voor het middelbaar afleggen. Wanneer we binnenkomen, veren de leerlingen recht en scanderen in koor ‘Bonjour madame, bonjour monsieur!’. Wat een discipline! De lessen gaan door in het Frans; alleen de taallessen zijn in het Kirundi. Vandaag leren de leerlingen hoe ze een handeltje moeten runnen: prijsberekeningen, basiskennis van boekhouden… Als ze niet slagen voor het toegangsexamen, kunnen ze dankzij deze kennis nog altijd een winkeltje beginnen. Sonja, een verlegen meisje van 15 dat een been kwijtraakte na een verkeersongeval, heeft andere plannen: ze wil arts worden om andere mensen met een handicap te kunnen helpen. En ze is niet de enige. In het revalidatiecentrum dat bij de school hoort, geeft kinesist Leon advies aan een jongen die met één been leert fietsen. De 40-jarige man lijdt aan polio en is een ex-leerling van de school. ‘De verpleegkundigen hier hebben me  helemaal weer op de been gekregen. Toen dacht ik meteen: dat wil ik later ook doen’, vertelt hij. Dankzij kinesitherapie en een orthese kan hij nu vlot lopen en is zijn handicap nog nauwelijks zichtbaar. ‘Ik moedig de kinderen aan om goed hun best te doen op school. Kijk naar mij. Ondanks mijn handicap ben ik verpleger geworden. Via Handicap International kreeg ik een bijkomende opleiding kinesitherapie. Het doet deugd als je een kind hier op handen en voeten ziet toekomen en je zijn mobiliteit sterk kunt verbeteren.’ Leon heeft heel wat zien veranderen in het revalidatiecentrum sinds Handicap International te hulp schiet. ‘Vroeger konden we moeilijk aan materiaal geraken om hulpmiddelen te vervaardigen. Nu kunnen we veel meer kinderen helpen’, zegt hij.