Gitega

afbeelding van Catherine Billiau

Het revalidatiecentrum van Gitega omvat zowel een hospitaal als een atelier waar hulpmiddelen worden vervaardigd. Handicap International financiert de behandeling van verschillende patiënten hier, die anders levenslang gehandicapt zouden blijven. De kleine Martin valt me meteen op. Hij zit aan een tafeltje tussen de andere kinderen en kijkt vinnig om zich heen. Het jongetje lijdt aan een aangeboren aandoening waardoor zijn spieren erg zwak zijn. Toen hij hier een jaar geleden aankwam, kon hij niet staan of zitten. Nu, na een jaar intense behandelingen, kan hij al een hele afstand afleggen met een rollator. Dieter wil de jongen fotograferen, maar alle heisa rond zijn persoontje wordt hem teveel en hij zet het op een huilen.

We  laten hem een tijdje met rust en even later doet een snoepje wonderen. Trots demonstreert Martin zijn pasverworven stapkunsten. Volgens de kinesitherapeut, Anicet, zal hij over een half jaar weer zelfstandig kunnen bewegen. Buiten op het grasveld zit een jongen verloren om zich heen te kijken, met twee plastic zakken naast zich. Hij is zwaar verbrand aan zijn arm en in zijn gezicht. Caroline herkent hem van de consultaties gisteren. Hij staat op de lijst om geopereerd te worden in Ijenda. Khaled, onze chauffeur, vraagt de papa van de jongen waarom hij niet op de bus zit die vanochtend alle kinderen die geopereerd moeten worden naar Ijenda heeft gebracht. Hij legt uit dat hij vanwege de regen, die de wegen in modderpoelen veranderde, niet op tijd in het centrum kon geraken. We besluiten om de jongen samen met zijn broer als begeleider mee te nemen naar Bujumbura, waar we ze op de bus zullen zetten naar Ijenda.

Een geluk dat Caroline de jongen herkende, anders zou hij de afspraak voor de operatie gemist hebben en zou hij wellicht veel later of zelfs nooit meer een operatie hebben kunnen ondergaan. De veertienjarige jongen, Chadrac, lijdt aan epilepsie en tijdens een van de aanvallen is hij een jaar geleden thuis in het kookvuur getuimeld. De brandwonden werden niet goed opgevolgd, waardoor hij zijn arm niet meer kan strekken. Een operatie zou dit moeten verhelpen. We nemen de jongens mee naar het huis van Handicap International waar ze hun buikje rond eten. Wat voor een vreemde belevenis moet dit voor deze jongens zijn. Wellicht hebben ze nog nooit in een auto gezeten. Nu gaan ze met mensen die een vreemde taal spreken op weg naar het ziekenhuis en zien ze hun familie pas over een paar weken terug…

Voordat we naar Bujumbura vertrekken, gaan we nog even langs bij een centrum in voor dove kinderen in Gitega. Wanneer we uit de auto stappen, worden we bestormd door een horde kinderen die ons aantikken om ons een hand of een knuffel te geven. Hier verblijven 276 kinderen, terwijl er maar plaats is voor 150. De paasvakantie is net afgelopen en druk gesticulerend vertellen ze elkaar in gebarentaal wat ze allemaal hebben gedaan. Zo vertelt Richard, een negentienjarige jongen, dat hij pinda's verkocht heeft in zijn dorp om het vervoer naar het centrum en een deel van zijn schoolgeld te kunnen betalen. In het centrum leert hij houtbewerking en hij zou hier later ook graag zijn beroep van maken, geeft hij ons nog mee. En of we voor een nieuwe keuken kunnen zorgen omdat de oude versleten is en aan de andere kant van het centrum ligt zodat ze telkens door de regen moeten met hun eten?