Opvallend bezoek

afbeelding van Catherine Billiau

Deze voormiddag reden we tot bijna aan de grens met Tanzania om nog twee families met kinderen met een handicap te bezoeken. In deze streek wonen veel Burundezen die jarenlang in de vluchtelingenkampen over de grens woonden. Tijdens de oorlog werden hier hele dorpen verwoest, dat zie je nog steeds aan de verlaten huizen. Wanneer we aankomen bij het huis waar Steven woont, de jongen met een handicap die we willen bezoeken, staat een hele menigte ons op te wachten. We zien kinderen met een hazelip, een baby’tje met klompvoeten, jongeren met misvormde benen en vergroeiingen… Deze mensen zijn van heinde en verre te voet hierheen gekomen omdat ze gehoord hadden dat Handicap International op bezoek komt. We voelen ons gegeneerd omdat we enkel komen om Steven te fotograferen en te interviewen en vrezen dat onze aanwezigheid deze mensen valse hoop geeft. We vragen onze begeleider dan ook om deze mensen uit te leggen dat we niet zijn gekomen om hun kinderen te genezen. Toch zijn ze niet voor niets gekomen. De begeleider van Handicap International noteert de namen en adressen van de kinderen om ze op de lijst voor hulp te zetten. Blijkt dat dit kinderen met een handicap zijn die de organisatie ondanks haar grondige speurwerk nog niet had kunnen detecteren. Nu de mensen horen over het werk dat de organisatie doet, durven ze pas hun kinderen met een handicap uit hun huis te halen en hulp te zoeken, zo wordt ons verteld.

[caption id="attachment_832" align="alignleft" width="300" caption="De rolstoel van Steven is stuk en er zijn geen vervangstukken te vinden. © Dieter Telemans"]ruyigi-steven1[/caption]

Steven is een vrolijke jongen. Hij laat zich gewillig fotograferen terwijl hij demonstreert hoe hij zich op handen en knieën verplaatst. Zijn ouders zijn gestorven in het vluchtelingenkamp in Tanzania en hij woont nu bij zijn stiefbroer. Die is echter net getrouwd en de begeleiders vrezen dat hij Steven op straat zal zetten wanneer hij een eigen gezin sticht. Het lapje grond dat de stiefbroer van de familie geërfd heeft is erg klein… De stiefbroer haalt een rolstoel  uit het huisje, maar er mankeert een wiel aan. Dat is al drie maanden zo, vertelt hij, maar hij heeft geen vervangstukken om de rolstoel te repareren. Later vertelt Zéphyrin, de directeur van het programma in Ruyigi, dat deze niet verkrijgbaar zijn in Burundi. Voorlopig behelpt Steven zich door zich als een krab voort te bewegen. Hij zit graag aan de kant van de weg om naar de mensen te kijken die passeren.

Op het volgende adres dat we aandoen, woont een kroostrijke familie met twee gehandicapte meisjes. Het jongste is vijftien, maar is amper groter dan een tweejarige. Ze zit in elkaar gedoken en vertoont geen enkele reactie. Haar zus is twintig en kan een paar wankele passen lopen, maar heeft ook een mentale handicap. Haar beide benen zijn zwaar verbrand. Te dicht bij het vuur gelopen. ‘Toen we hier voor het eerst kwamen, zei de moeder dat het de moeite niet waard was om voor “de vleermuis”, zoals ze haar jongste dochter noemde, te zorgen’, vertelt begeleidster Hortence me. ‘Ze zou toch niet lang meer leven.’ De mensen van Handicap International overtuigden de moeder om het meisje toch te verzorgen en eten te geven. Het is in mijn ogen een wonder dat ze al zo oud geworden is. De situatie is op korte tijd al duidelijk verbeterd. Beide meisjes zijn gekleed en de ouders bekommeren zich om hen. Ze zijn naar het gezondheidscentrum geweest om medicijnen te halen. Wanneer we weer naar de auto lopen, zien we dat ook hier heel wat mensen met een handicap uit de omgeving zijn komen opdagen.

[caption id="attachment_828" align="alignleft" width="300" caption="Onderweg, in de buurt van de Tanzaniaanse grens."]Onderweg, in de buurt van de Tanzaniaanse grens.[/caption]

In de late namiddag zetten we koers naar Gitega, een stadje op anderhalf uur rijden van Ruyigi. In het huis van Handicap International ginds, treffen we programmadirecteur Caroline die vandaag de consultaties heeft bijgewoond voor de kinderen die morgen naar het ziekenhuis in Ijenda zullen vertrekken om geopereerd te worden door de Belgische organisatie Artsen zonder Vakantie. We sluiten de dag af met een lekkere brochette van geitenvlees. De frieten die we erbij krijgen, zijn zeker even lekker als in België – zou het feit dat Burundi een ex-kolonie is, daar voor iets tussenzitten?