De eerste dagen in Ivoorkust

afbeelding van Luc Etienne

Tien dagen geleden ben ik aangekomen in de enorme stad Abidjan. Ik ben hier voor een urgentiemissie voor Handicap International die de missie van Artsen Zonder Grenzen ondersteunt. Al van dag één is het mij pijnlijk duidelijk geworden dat de oorlog veel lijden heeft veroorzaakt.

Het gewapende conflict in Ivoorkust heeft veel gewonden gemaakt. Veelal gaat het over mensen die geraakt werden door kogels en die nu kampen met ernstige complicaties. Veel gewonden hebben zich lang verstopt omdat de onveiligheid op straat hen bang maakte. En nadien konden de ziekenhuizen de toestroom niet aan en kregen ze te kampen met een tekort aan personeel en materiaal (gebrek aan medicijnen, chirurgisch materiaal, geen mogelijkheden om materiaal te steriliseren). De wonden zijn dus zwaar geïnfecteerd, er is gangreen, …

Artsen Zonder Grenzen heeft zich geïnstalleerd in het ziekenhuis van Nana Yamousso in Abidjan in de gemeente Treichville. De capaciteit van het ziekenhuis, dat normaal twintig bedden heeft, werd zo vlug verdubbeld. De spoedafdeling ligt propvol. Daarom werden drie tenten op de binnenplaats geplaatst. Veel mensen moeten dringend een operatie ondergaan: er zijn de gewonden van de oorlog maar er zijn ook veel hoogzwangere vrouwen met verloskundige problemen. De operatiezalen draaien op volle toeren om breuken te herstellen, om schotwonden te behandelen en te reinigen en om de zware verbanden te verversen om infecties te voorkomen.

De meerderheid van onze patiënten zijn mannen die werden geraakt door kogels. Ze hebben schotwonden, breuken, verbrijzelde botten, amputaties, … Gelukkig zijn we heel snel kunnen starten met postoperatieve kinesitherapie : mobilisatie, mensen in verticale positie helpen, ademhalingsoefeningen (die zijn nodig door schade ter hoogte van de borstkas of pompjes die in de longen werden geplaatst), we werken aan de houding van de patiënt, vaak met hulp van zelf geknutselde hulpmiddeltjes.

Het is eigen aan ons beroep dat we snel een geprivilegieerd contact krijgen met de patiënten. We brengen veel tijd met hen door en tijdens de kiné-oefeningen hebben we tijd om te luisteren. Michel rouwt om zijn been dat hij verloor. Ouara blijft maar volledig uitgeput. Anderen vertellen hun oorlogsverhaal, over het geweld dat ze moesten ondergaan, over hun angsten… Hun blikken zijn leeg en verwilderd.

Er is ook een kleine jongen van twaalf van wie we zijn linkerbeen moesten amputeren. We hebben hem krukken gegeven, we leren hem opnieuw stappen en we maken zijn stomp klaar zodat hij binnenkort een prothese zal kunnen dragen.
Er zijn patiënten die nog steeds geen kleren hebben. Ze hebben geen familie, geen bezittingen. Anderen durven niet haar huis terug te keren omdat ze bang zijn voor de onveiligheid die heerst in hun (Yopougon) of omdat hun huis werd geplunderd en vernield.

Op de spoedafdeling melden zich geregeld mensen aan met breuken die al twee of drie maanden oud zijn. Zo is er een jongeman van 21, hij lag in de urgentietent met een verbrijzeld dijbeen. Zijn been was korter gemaakt, maar hij had nog steeds enorm veel pijn. Dankzij mobilisatie, een goede houding ’s nachts (met dank aan twee zakken zand) en spieroefeningen die de jongen met heel veel moed heeft uitgevoerd, kon hij twee dagen later rechtop staan. Ondersteund door twee houten krukken, is hij beginnen stappen. Een glimlach en veel emoties…

Momenteel bereiden we de verhuis voor naar een nieuwe structuur in de buurt van Port Bouët. Die zal 60 bedden bevatten en zal de primaire gezondheidszorg bieden. Het wordt een ziekenhuis met de structuur van een paviljoen, zodat ze gemakkelijk kan worden uitgebreid met extra tenten. Er komt een spoeddienst en een operatiekwartier voor gewonden uit de oorlog en voor vrouwen met verloskundige problemen.