‘Tout otan tèt poko koupe ou espere met chapo’

afbeelding van Wendy Huyghe

Wat heeft het meeste indruk nagelaten in Haïti? Ik weet nu al dat het de meest gestelde vraag zal zijn na mijn missie. Nu, als je slechts vier dagen de tijd hebt om het puin en de projecten van Port-au-Prince te bezoeken, dan reis je aan honderd indrukken per uur en is het erg moeilijk om er enkele te selecteren.

Misschien kies ik het feit dat mensen er als het ware op, naast of tussen het puin leren leven. Ze laten de ruïnes van ’12 janvier’ met rust. Ze zijn bang voor beton, bang voor de vele lijken die ze zullen vinden. Slechts één keer zag ik er een groep mensen georganiseerd puin ruimen: dat van een grootwarenhuis dat nu een immense graftombe is. Mensen installeren zich onder de zeilen naast hun huis, of in de immense tentenkampen waar duizenden daklozen een manier zoeken om samen te leven. Dankzij ngo’s kan je (over)leven in de kampen: er zijn watertanks, degelijke tenten, een basishygiëne, er is medische verzorging in de buurt ... En toch. Hoe verder je in de kampen gaat, hoe leger de ogen, hoe magerder de kinderen. En het regenseizoen is begonnen. Ja, dat maakt indruk.

‘Haiti, c’est la lotterie’, zeggen de Haïtianen over de natuurrampen (in 2008 waren er vier zware orkanen) die hun land teisteren. De aardbeving heeft inderdaad geen rekening gehouden met arm of rijk, jong of oud, ... En toch is er niet alleen de willekeur van de natuur. Zovele duizenden studenten zijn gestorven omdat de faculteitsgebouwen slecht waren geconstrueerd. Dat maakt je kwaad.

Er is onveiligheid. Dat wordt snel duidelijk door de vele auto’s met kogelgaten en de vele VN-blauwhelmen die in jeeps door de straten patrouilleren. Hun aanwezigheid is niet overbodig. Als iedereen op straat leeft, raken de gemoederen snel verhit. Dat kon Etienne (21) mij vertellen. Een kogel tijdens straatgeweld na de aardbeving heeft hem levenslang verlamd.

Nog indrukken

Het ziekenhuis in Sarthe. De golfplaten versterken de hitte, ventilatoren blazen warme lucht en toch hebben de patiënten die er vaak al maanden liggen een levenskracht en optimisme waar we iets van kunnen leren. ‘Pour pouvoir vivre, il faut bouger.’
De lach van de Haïtianen. De manier waarop mensen elkaar begroeten, patiënten en hulpverleners, is hartelijk en oprecht. Het samenhorigheidsgevoel is er door het gedeelde leed vaak groot. ‘Haïti is misschien wel geen land, maar wij zijn wel een volk.’
De Creoolse levenswijsheden waarmee de Haïtianen je telkens weer verrassen. ‘Tout otan tèt poko koupe ou espere met chapo’ (zolang ons hoofd niet werd weggenomen, is er de hoop een hoed te kunnen opzetten)
De vochtige Caraïbische lucht die elke avond prachtig roze kleurt en ondanks alles bijna doet wegdromen.

Neen, wat het meest bijblijft zijn de individuele verhalen. Meisjes als Winchelle en Josil, ze zijn het gezicht van de aardbeving en ze spoken nog dagelijks door mijn hoofd. Ik nodig je uit om hier op de website hun verhalen te lezen.

Iguens (8 jaar), de lieveling van iedereen, die aan een rotvaart op zijn gekleurde krukken door het ziekenhuis rent en voetbalt met de kinderen die wel nog twee benen hebben. Hij moet leren wandelen met een prothese, maar vindt dat vreemde ding aan zijn lijf maar niets.

Winchelle is 13 jaar en erg intelligent. Ze houdt van rapmuziek, geschiedenis en sprookjes (Sneeuwwitje is haar favoriet). Sinds de aardbeving durft ze geen gebouw meer binnen. Instortend beton heeft immers haar drie zussen begraven, haar huis vernield en haar benen verbrijzeld. Gelukkig kan Winchelle sinds kort weer stappen en is ze weer ‘thuis’.

De ogen van Josil (18 jaar ) stralen als ze haar broertje ziet. Mikenley is 9 jaar en onderneemt bijna dagelijks een tocht van twee uur om zijn grote zus te bezoeken. Josil ligt sinds de aardbeving in een ziekenhuisbed en kan nog steeds niet zonder krukken of rolstoel.

Iedereen in het ziekenhuis kent Marguerite (29 jaar) en haar schaterlach. Na haar amputatie heeft ze zich moedig op haar revalidatie gestort. Ze wil zo snel mogelijk terug naar haar twee kinderen die ze sinds ‘la catastrophe’ niet meer heeft gezien. Maar haar stomp geneest slecht en Marguerite weigert te aanvaarden dat ze misschien opnieuw geamputeerd moet worden.