“Je kan lachen of wenen: ik koos om te lachen”

Een vrouw uit Kroatië, slachtoffer van clustermunitie, vertelt haar verhaal

“Ik weet niet waar te beginnen; want mijn verhaal heeft een happy end. Veel slachtoffers waren niet in staat om de weg naar de samenleving te hervinden. Ik werd geboren in 1974 als het gelukkigste kind van de wereld, maar in 1995 probeerden ze mijn geluk af te nemen. Het was het einde van de oorlog in Kroatië en er was werkelijk geen reden om dit wapen (clustermunitie) te gebruiken in een hoofdstad tijdens het spitsuur, maar ze deden het toch. Ik was 21 op dat moment. Voor mij was de oorlog zo goed als gedaan, maar ik was verkeerd. Het Servische leger had als doelwit het centrum van Zagreb gekozen, waar er geen militaire doelwitten waren. Het was een korte aanval. Ik werd gewond door clustermunitie en bracht het volgende jaar in het ziekenhuis door.” 

Een vechter

“Ik bevond me op een parkeerplaats tegenover een bank. Ik dacht dat ik een plaats moest vinden om te schuilen. De hele tijd was ik bij bewustzijn. Er waren veel mensen in shock. Twee mensen overleden ter plaatse. Ik weet niet hoeveel gewonden er waren. Vier van hen stierven later in het ziekenhuis. Ik niet. Ik ben er in geslaagd te overleven. Vele artsen deden er een jaar over om mijn been te redden. Ik had zeven operaties in de eerste drie maanden en vier of vijf later. Ze vochten werkelijk hard voor mijn been, omdat ik een vrouw was en jong. Enkel nadien vernam ik dat de normale procedure in mijn geval amputatie zou zijn geweest. Ze deden hun best. Ik was een vechter en mijn chirurge was het ook. Ik ben haar eeuwig dankbaar. Ik heb mijn been nog of wat ervan overgebleven is. Ik kan stappen. Ik was de gelukkigste mens ter wereld, omdat ik gewond raakte in een stad waar ze mijn been konden redden. Veel mensen in Afrika of Azië kunnen zich niet voorstellen welke zorg ik kreeg.
Kroatië is slechts een paar honderd kilometers van Wenen verwijderd, weet je. Ik werd geïntroduceerd tot MTV in de jaren ’80 in heel Europa en de wereld. Kroatië is niet dat godvergeten land in “the middle of nowhere”. Het is net in het midden van Europa: het is een deel van Europa.”

Mijn moeder was bij me toen het gebeurde

“Op dat moment - ik was 21 – woonde ik nog altijd bij mijn ouders. Mijn vader was op het werk maar mijn moeder was bij me toen ik gewond werd. Kan je je voorstellen wat het betekent om te zien dat je kind in het been wordt geraakt en bloedend op de grond ligt? Ik denk niet dat haar emotie in enkele woorden kan worden beschreven. Mijn moeder werd samen met mij naar het ziekenhuis gebracht. Mijn vader kwam later, wanneer hij het vernam. Mijn ouders hebben me altijd gesteund en doen dat ook nu nog. 

Ik realiseerde me dat ik heel mijn leven verminkt zou zijn. Het eerste wat ik probeerde te zien, wanneer ik wakker werd na de operatie was: heb ik mijn been nog altijd. Wanneer ik een metalen ding zag om mijn been te fixen, was ik opgelucht: een steen viel van mijn hart. Ik heb mijn been nog.”

Geen medelijden met mezelf

“Dag in dag uit, probeerde ik geen medelijden te koesteren voor mezelf. Ik ging verder, dag na dag, proberend om telkens iets meer te bereiken… Ik wist wel dat ik niet helemaal zou kunnen genezen gezien mijn vewondingen.

Er lag een ander slachtoffer in het bed naast me. Het was een jonge vrouw van rond de twintig. Ze hadden ons met opzet naast elkaar gelegd. Zo kwam er spontaan ‘peer support’ tot stand. We spendeerden een jaar samen. Zo werden we vrienden. Ik zie haar nog altijd. Ze brak haar bovenbeen en had problemen met de knie maar ze herstelde. Vrienden kwamen op bezoek. Ik verloor geen vrienden; ik won er enkele nieuwe bij. Diegene die ik verloor zijn diegenen die stierven, omdat ze zich bevonden in de frontlinie.”

Hiërarchie in mijn leven veranderde

“Op dat moment werkte ik al in de privéfirma van mijn moeder. Ik deed administratief werk, import-export, betalingen. Dat is de reden waarom ik naar die bank in het centrum van de stad moest. Omdat we wisten dat parkeren een probleem zou zijn, was mijn moeder met me naar de stad gereden. Zij bleef in de auto, zij werd niet geraakt. Er was geen enkel alarm geweest. Al een jaar lang was er geen alarm geweest in Zagreb en deze aanval kwam zonder enige verwittiging.

Na mijn herstel nam ik mijn oude job opnieuw op. Mijn moeder zou het niet overleefd hebben zonder mij. Ik ging voort met werken zoals gewoonlijk. Maar ik was wel veranderd. De hele hiërarchie in mijn leven veranderde: wat belangrijk is en wat niet. Ik realiseerde me dat ik niet onsterfelijk was. Wanneer je jong bent, denk je dat je alle tijd van de wereld hebt om te doen wat je wil. Het ongeval veranderde alles. Ik moest snel volwassen worden. De pijn en de lelijkheid van de wereld, waarin we leven, onder ogen zien. Ik werd er geen minder gelukkige persoon door. Je hebt wel iets groter nodig dan clustermunitie om van me af te geraken, om mijn geluk te doden. Ik wilde alles doen. De wereld veroveren. De wereld was mijn speeltuin. Geen ballerina meer. Niet meer de 100 m lopen. Ik kan het niet zo precies aangeven, wat er allemaal veranderde. Ik was anders dan mijn generatiegenoten. (…) Ik moest met een rolstoel leren rijden. Dat is niet wat een twintigjarig meisje zou moeten leren, maar ik deed het.”

“Je bent vol leven”

“Ik probeerde de positieve kant te zien. Ik waakte er over mijn tijd niet te verliezen met de vraag: waarom ik? Het gebeurde en ik moest er mee leren leven.
Wat me hielp om vol te houden? Mijn koppigheid: je zal niet van me af geraken. Wel: je bent vol leven. Ik was egocentrisch op mijn twintigste. Ik heb geen reden nodig om te bestaan. Ik bén de reden. Jij als persoon. In het centrum van het zonnestelsel: dat ben ik. De zon draait voor mij, rond mij. Sommige fysici zullen zeggen dat ik verkeerd ben maar zij zijn verkeerd. (…)”

Samen rijden, maar elk op zijn motorfiets

“Ik ben nu 37 en ik verander nog altijd. In goede zin. Maar je moet het mensen om me heen vragen. Ik heb al vijftien jaar een vriend. Vraag het hem. Wat is er mis met hem dat hij van me houdt? Hij moet blind en doof zijn! Hij vindt mijn onafhankelijkheid - fysiek, financieel en mentaal - helemaal goed en hij steunt me in wat ik denk dat belangrijk is voor mij om te doen. Zoals deze conferenties? Ja, ik bedoel het is niet zijn ding om te zeggen dat ik niet kan gaan. Hij kan het niet aandurven dat te zeggen. (…) Hij is voorzitter van een motorclub. We rijden samen, maar wel op twee motorfietsen.”

Mijn plicht

“Ik doe dit lobbywerk, omdat het mijn burgerplicht is of ik het graag doe of niet. Iemand moet het doen en het is nu zo dat ik het ben. Als iemand me vraagt om het te doen, dan doe ik het. Het heeft geen belang wat ik er persoonlijk over denk. Het is mijn morele plicht als een menselijk wezen. Maar weet je, het is niet zo gemakkelijk. Neen. Het herinnert me aan de slechtste dag van mijn leven. En ik moet er altijd over spreken. Kan je het herhalen? Kan je het nog eens voor de camera zeggen? Ik zal u zeggen, zo voelt het aan voor alle Ban Advocates. Om eerlijk te zijn, ik wil er niet aan herinnerd worden. Ik heb mijn been, dat me herinnert aan mijn pijn. Maar af en toe kan ik het uit mijn geest bannen of uit mijn zicht. Dus zo’n conferentie is helemaal niet zo’n fijne tijd. Het geeft me stress.
Maar je hebt de keuze: je er om lachen of je kan er om wenen. Ik heb gekozen om te lachen.”

 Hildegarde Vansintjan, Advocacy Officer, Handicap International, 2012