Cluster Munition Monitor 2014 Rapport: Syrië werpt een schaduw op een anders positieve balans

Brussel, 27 augustus 2014. Volgens het rapport 2014 van de Cluster Munition Monitor dat vandaag in Washington DC voorgesteld werd, was Syrië in 2012 en 2013 het enige land ter wereld waar nog clustermunitie gebruikt werd. Het rapport – dat elk jaar controleert of het Verdrag van Oslo met een verbod op het gebruik, de productie, het vervoer en de opslag van clustermunitie nageleefd wordt[1] – toont aan dat 96 % van de slachtoffers van clustermunitie in 2013 in Syrië overleed of verminkt raakte. Handicap International veroordeelt dan ook het gebruik van deze barbaarse wapens. Het geweld in Syrië werpt bovendien een schaduw op de andere, positieve resultaten van het Verdrag van Oslo dat door 113 staten wordt aangehangen: meer dan 80 % van de reserves van de staten die bij dit verdrag betrokken zijn, werd in 2013 vernietigd. Enkele van de betrokken staten, zoals Irak en Tsjaad, die vervuild zijn door clustermunitie, keurden bovendien het verdrag goed.

 

Het rapport 2014 van de Cluster Munition Monitor werd vandaag in Washington DC voorgesteld. De belangrijkste vaststelling is dat er in Syrië minstens vier keer (juli en oktober 2012, januari en maart 2013) clustermunitie gebruikt werd. Dat zijn meteen ook de enige momenten van 2012 en 2013 waarop dit soort wapens ingezet werd. Handicap International uitte dan ook heel wat kritiek op dit herhaaldelijke gebruik van clustermunitie. In 2013 werden 1 038 mensen het slachtoffer van clustermunitie, onder wie 1 001 mensen in Syrië. Dat is maar liefst 96 % van alle slachtoffers. "Deze wapens werden gebruikt in zeer dichtbevolkte gebieden. De overgrote meerderheid van de mensen die omkwamen door clustermunitie – 97 % – bestond uit burgerslachtoffers. Een voorbeeld: op 1 maart 2013 omstreeks 11.30 u. – een tijdstip waarop heel wat kinderen buiten in de tuin aan het spelen waren – werd er clustermunitie ingezet in een residentiële woonwijk. Die aanslag maakte heel wat slachtoffers. Minstens 19 mensen lieten het leven en 60 mensen raakten gewond", vertelt Marion Libertucci, hoofd van de Advocacy Unit van Handicap International. "Clustermunitie doodt en verwondt heel wat slachtoffers op het moment van gebruik, maar ook onontplofte munitie zal de komende jaren het leven van talloze burgers in gevaar brengen." Ondertussen hebben al meer dan 140 landen het gebruik van clustermunitie in Syrië veroordeeld, waaronder 50 niet-betrokken staten, zoals de VS. "Het internationale protest tegen het gebruik van dit soort wapens bewijst nog maar eens dat het Verdrag van Oslo ondertussen een onbetwistbare internationale norm is, ook al maakt het land waar de wapens gebruikt worden geen deel uit van het Verdrag, zoals in dit geval in Syrië", verduidelijkt Marion Libertucci.

 

Al sinds de zomer van 2012 begeleidt Handicap International slachtoffers van de Syrische oorlog in Libanon, Jordanië en Syrië. De teams van HI verzorgen gewonden en mensen met een handicap en ze steunen met materiële of financiële hulp de meest kwetsbare vluchtelingen die weinig of geen toegang hebben tot humanitaire hulp.

 

Het gebruik van clustermunitie in Syrië is dus een bedroevende smet op het anders zo positieve rapport over de toepassing van het Verdrag van Oslo. Zo werd in 2013 meer dan 24 miljoen clustermunitie van de betrokken staten vernietigd (vooral door Duitsland, Frankrijk, Italië en Japan). Dat maakt dat – sinds de ondertekening van het Verdrag van Oslo – meer dan 140 miljoen wapens of ongeveer 80 % van de reserves van de betrokken staten vernietigd werden. Hoewel dit soort wapens nog steeds in 38 landen/gebieden gebruikt wordt, slinken de reserves snel: zo werd sinds 2010 meer dan 180 km² land gevrijwaard. Nieuwe staten die vervuild zijn door clustermunitie, waaronder Tsjaad en Irak, keurden in 2013 het Verdrag van Oslo goed. Daardoor leven de meeste slachtoffers in staten die bij het verdrag betrokken zijn. Deze landen zijn dus ook verplicht om aan de behoeften van deze mensen te voldoen.

 

Dankzij deze vooruitgang wordt het nogmaals duidelijk dat het enorm belangrijk is dat we onze inspanningen tegen deze wapens verder zetten. Alleen zo kunnen we onze resultaten de volgende jaren behouden en kunnen we de betrokken partijen onder druk zetten om het verdrag wereldwijd in acht te laten nemen. De lancering van dit rapport vindt plaats op slechts enkele dagen voor de vijfde vergadering van de staten die partij zijn bij het Verdrag van Oslo, die van 2 tot en met 5 september 2014 in San José (Costa Rica) gehouden wordt. Daarbij zullen ook enkele vertegenwoordigers van Handicap International aanwezig zijn.

 


[1] De Cluster Munition Monitor, die door het personeel van de ICBL-CMC samen met Handicap International en drie andere ngo's opgesteld wordt, is ondertussen aan zijn vijfde editie toe. In het rapport worden heel wat problemen met betrekking tot clustermunitie aangekaart, zoals het wereldwijde verbod, gebruik, productie, handel en opslag van deze wapens. Daarnaast toont het ook aan waar clustermunitie ingezet wordt, waar het gebruik van wapens vermindert en hoe het met de begeleiding van slachtoffers gesteld is. Dit rapport omvat de resultaten van 2013.