Handicap International veroordeelt gebruik van clustermunitie in Syrië

Brussel 16 januari 2013. Handicap International veroordeelt sterk het gebruik van clustermunitie door Syrië. Het gebruik van clustermunitie werd bevestigd door Human Rights Watch in de regio’s Idlib en Latamneh, in het noorden van Syrië. De organisatie die het gebruik bekend maakte vanaf juli 2012 (en opnieuw in oktober) constateert een stijgend gebruik, ondanks de internationale veroordelingen. Handicap International is extreem bezorgd over de impact van deze wapens, vooral omdat ze gebruikt worden in dichtbevolkte zones. De organisatie werkt momenteel dicht bij de Syrische vluchtelingen in het noorden van het land en ook in Jordanië en Libanon. Onze teams zien dagelijks tientallen gewonde burgers die slachtoffer zijn van het conflict. Voornamelijk vrouwen en kinderen.  

 

Gebruik clustermunitie stijgt in Syrië

Handicap International veroordeelt sterk het gebruik van clustermunitie, wapens die verboden zijn volgens een internationaal verdrag (de Conventie van Oslo) dat in werking trad in 2010 en ondertekend werd door 111 staten. Volgens Human Rights Watch werden in december 2012 langeafstandsraketten van het type BM-21 Grad gebruikt vlakbij de stad Idlib en op 3 januari 2013 in Latamneh, in het noorden van Hama.Deze langeafstandsraketten kunnen in een enkele keer tot 40 raketten afschieten die elk meerdere tientallen submunities van het type DPICM (antipersonen en antivoertuigen) bevatten. Er werden al meerdere slachtoffers geïdentificeerd.

“Het is bijzonder zorgwekkend om deze wapens, die nooit gebruikt hadden moeten worden, te zien. Bovendien werden ze gelanceerd vanaf apparaten die de graad van onnauwkeurigheid nog verhogen. Met een lancering worden honderden submunities willekeurig verspreid »,zegt Marion Libertucci, Advocacy Officer voor Handicap International.

“Bovendien worden deze gebruikt in zones waar zich zeer veel burgers bevinden. Dat zorgt niet alleen voor veel slachtoffers vandaag, maar zorgt ook voor een groot risico voor de hele bevolking de komende jaren. De niet-ontplofte submunitie liggen verspreid rondom gevechtszones en zijn een dodelijke valkuil voor de burgers”. 

Handicap International herinnert dat 94% van de geregistreerde slachtoffers van clustermunitie burgers zijn. Het gebruik van clustermunitie in dichtbevolkte gebieden vormt een bijzonder onaanvaardbare bedreiging voor de burgers. Het gebruik, de productie, de opslag en de handel van deze wapens zijn vandaag door het Verdrag van Oslo verboden.

Handicap International is een van de grote actoren in de totstandkoming van dit Verdrag. Ook al heeft Syrië tot vandaag het verdrag niet ondertekend, het onderscheidt zich van de andere staten die niet ondertekenden en die zich onthouden van het gebruik van deze wapens.

Aanhoudende gevechten in zeer dichtbevolkte zones

Handicap International is bezorgd over de aanhoudende gevechten en bombardementen in de dichtbevolkte gebieden, die onophoudelijk slachtoffers maken onder de burgerbevolking en die geen onderscheid maken tussen strijders en bevolking, zoals bepaald door het internationaal humanitair recht. Het achtergebleven explosief oorlogstuig in bevolkingsgebieden vormt een constante dreiging voor de inwoners, zelfs na het stoppen van de gevechten.

Volgens de Conventies van Genève moeten de partijen die in conflict zijn zich weerhouden om burgers en hun eigendommen als doelwit te gebruiken. Ze moeten zich nauwgezet aan de militaire objectieven houden en aan het verbod op aanvallen die onevenredig en zonder onderscheid zijn. Ze moeten de burgerbevolking beschermen tegen de gevolgen van het conflict. Handicap International roept de partijen in het conflict op om zich aan de regels te houden en het geweld tegen burgers en het gebruik van clustermunitie onmiddellijk te stoppen.

Handicap International reageert op gevolgen van het conflict

Handicap International is dagelijks getuige van de gevolgen van de gevechten in Syrië. Dagelijks zien de teams van de organisatie, die actief zijn in de regio Idlib, in Noord-Syrië, en vanuit Libanon en Jordanië waar vluchtelingen toestromen, gewonden.  Meestal krijgen deze slachtoffers basiszorgen. Veel kinderen zijn slachtoffer van de bombardementen, maar ook families die hun huis verloren zijn, alleenstaande vrouwen met kinderen en mensen die geïsoleerd zijn. 

Handicap International steunt een Jordaanse actor en is eveneens gemobiliseerd om de bevolking te waarschuwen voor de gevaren van mijnen en achtergebleven oorlogstuig. De vluchtelingen worden gesensibiliseerd rond de risico’s van deze wapens die aanwezig kunnen zijn in de zones waarnaar ze terugkeren.

Meer info

Johanna Plas
Persverantwoordelijke Handicap International
0489 77 92 77