NAVO-top in Newport: Handicap International wijst de regeringen op hun verantwoordelijkheid en roept hen op om de burgers in Afghanistan te beschermen

Brussel, 2 september 2014 - De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) organiseert op 4 en 5 september een top in Newport, Wales, met als doel het aantal militaire operaties in Afghanistan geleidelijk aan af te bouwen. Naar aanleiding van deze top wijst Handicap International alle regeringen, die troepen leveren aan de ISAF-veiligheidsmacht (International Security Assistance Force), op hun verantwoordelijkheid en vraagt hen de gebieden die met explosieve oorlogsresten (ERW, explosive remnants of war) bezaaid liggen zo snel mogelijk af te bakenen. De organisatie spoort hen eveneens aan om de nodige financiële steun te leveren om deze gebieden op te ruimen en om de slachtoffers van het conflict onpartijdig te steunen, d.m.v. de gemeenschappelijke fondsen van de Verenigde Naties. De militaire basissen en de schietbanen worden immers sneller gesloten, zonder eerst de explosieve oorlogsresten systematisch te verwijderen die de militairen er hebben opgeslagen, gebruikt of achtergelaten. Duizenden km² grond liggen vandaag bezaaid met deze nieuwe ERW. De kaarten van de gebieden die tijdens de militaire operaties van de ISAF vervuild zijn, zijn nog niet beschikbaar. Volgens de Verenigde Naties is het aantal burgerslachtoffers door explosieve oorlogsresten aanzienlijk gestegen in 2013 en 2014.   

 

Tijdens de NAVO-top, die op 4 en 5 september plaatsvindt in Newport, zullen alle nodige maatregelen getroffen worden om een einde te maken aan de 13 jaar durende interventie van de ISAF in Afghanistan. Het doel van deze top is het welslagen van het beleid omtrent de terugtrekking van de aanwezige militaire strijdkrachten. Er zijn opleidingsactiviteiten gepland na de terugtrekking in december 2014, die moeten garanderen dat de Afghaanse veiligheidstroepen efficiënt kunnen optreden en over voldoende capaciteiten beschikken om de veiligheid in het land te handhaven. Handicap International grijpt deze top aan om de aanwezige regeringen eraan te herinneren dat de terugtrekking van de ISAF-troepen gepaard dient te gaan met de afbakening en opruiming van de door ERW vervuilde gebieden. De organisatie roept ook op hierbij een strategie rond slachtofferhulpverlening uit te tekenen, die kan inspelen op de uitdagingen. Het merendeel van de staten die momenteel in Afghanistan actief zijn, zijn immers partij bij het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens, Protocol V, dat hen verplicht de ERW te vernietigen en slachtofferhulpverlening te bieden.

 

Sinds 2010 worden de gesloten militaire basissen en schietbanen geleidelijk aan terug gebruikt door burgers. De explosieve oorlogsresten die de ISAF er heeft opgeslagen, gebruikt of achtergelaten, werden echter niet systematisch opgeruimd. Volgens een rapport dat de Washington Post in april 2014 publiceerde, is nog minstens 2000 km² meer grond bevuild door granaten, raketten en mortierbommen. Deze oorlogsresten kunnen op ieder moment ontploffen en burgers verwonden of doden. Bovendien liggen meer dan 300 slagvelden eveneens bezaaid met ERW, die gebruikt werden door de ISAF. De cartografie van deze gebieden is momenteel echter niet beschikbaar. Dit gebrek aan gegevens verhindert een nauwkeurige schatting van de opruimingskosten en van de precieze oppervlakte die opgeruimd dient te worden. "Een van de belangrijkste uitdagingen is het verkrijgen van precieze gegevens van de aanwezige militaire strijdkrachten. De regeringen die de landen vertegenwoordigen die bij de ISAF betrokken zijn, dienen een budget toe te kennen voor de opruiming van de explosieve oorlogsresten en dienen een duidelijke strategie te ontwikkelen over de opruiming", aldus Anna Nijsters, directrice van het ENNA (‘Europees netwerk van ngo's in Afghanistan’ - Brussel), waar Handicap International lid van is.

 

De steunmissie van de VN in Afghanistan (UNAMA) heeft een stijging van 14% gemeld van het aantal burgerslachtoffers door ERW in de eerste zes maanden van 2014, ten opzichte van dezelfde periode in 2013 (206 burgerslachtoffers in totaal, onder wie 76% kinderen). Dit komt bovenop een eerdere stijging van 63% van het aantal burgerslachtoffers in 2013, ten opzichte van 2012 (343 slachtoffers in totaal, onder wie 83% kinderen)[1]. Rahmatulla Gholam Reza, die op 9-jarige leeftijd het slachtoffer werd van een mijn, is vandaag actief voor de Ban Advocates[2]. Hij vreest voor nieuwe burgerslachtoffers, vooral kinderen: "Mijn land was vóór de interventie van de ISAF reeds een van de meest vervuilde landen ter wereld. De NAVO-lidstaten dienen hun verplichtingen na te komen om nieuwe burgerslachtoffers te vermijden. Als kind verloor ik mijn twee benen door een mijn en dit heeft mijn hele leven veranderd. Ik wil niet dat dit iemand anders overkomt."

 

Handicap International is ongeveer 20 jaar aanwezig in Afghanistan (1996). De organisatie is getuige van de steeds erger wordende vernieling die ERW aanrichten en is verontwaardigd over de huidige situatie die voor de burgers ondraaglijk is. Meer dan 180 mensen, onder wie sommige slachtoffers van mijnen en ERW, werken voor de organisatie in Afghanistan. Ze zetten zich voornamelijk in voor fysieke revalidatie, slachtofferhulpverlening en preventie van risico's van mijnen en explosieve oorlogsresten.

 

[1]UNAMA Halfjaarlijks rapport 2014, Protection of Civilians, pp. 66-67.
http://www.unama.unmissions.org/Portals/UNAMA/human%20rights/English%20e...

[2] De Ban Advocates zijn slachtoffers van mijnen of clustermunitie die op het internationale toneel het woord voeren over de behoeftes van de overlevenden van deze wapens.