Nooit zo veel verboden wapens gebruikt sinds 2010

Brussel, 4 april 2016. Syrië, Yemen, maar ook Afghanistan, Colombia, Myanmar en Tunesië: tussen 2014 en 2015 is het gebruik van verboden wapens significant gestegen. Vandaag, op de Internationale Dag tegen Landmijnen en Clustermunitie, vraagt Handicap International de Internationale gemeenschap om deze praktijk met klem te veroordelen.

4 april is dag waarop jaarlijks wereldwijd wordt gesensibiliseerd rond landmijnen en clustermunitie. Dit jaar is dat meer dan nodig, want hoewel beide wapens zijn verboden door internationale wetgeving, werden ze de voorbije jaren alarmerend vaak gebruikt. Sinds 2010, het jaar waarin de Internationale Conventie tegen Clustermunitie in werking trad, werden nog nooit zoveel clusterbommen gebruikt. Landmijnen werden gebruikt in 10 landen, wat het hoogste aantal is sinds 2006. Ook het aantal slachtoffers is gestegen. Tussen 2014 en 2015 stierven 3.700 mensen door mijnen of clusterbommen, het jaar ervoor 3.250.

Handicap International vraag alle Staten en gewapende groeperingen om het gebruik, verkoop en transport van beide wapens stop te zetten. “In een oorlogssituatie is niet alles toegestaan”, benadrukt Alma Al-Osta, wapenexpert en lobbyist voor Handicap International in Brussel. “Er bestaan internationale regels, waaronder de Conventies van Genève en Ottawa, die moeten worden gerespecteerd, want die conventies moeten burgers behoeden voor barbaars geweld.”
“Momenteel woeden wereldwijd enkele zware, erg gewelddadige conflicten waarvan burgers de voornaamste slachtoffers zijn. We mogen deze barbarij echt niet toestaan en er blijven aan herinneren dat deze wapens verboden zijn en dat de internationale wetgeving moet worden gerespecteerd.”

 

Enkele feiten:

Volgens het laatste rapport van de Cluster Munition Monitor (augustus 2015), werden tussen juli 2014 en juli 2015 clusterbommen ingezet in Libië, Soedan, Syrië, Oekraïne en Yemen. Dat is het hoogste aantal sinds 2010, het jaar van de Conventie. De Cluster Munition Coalition (CMC) signaleert dat we in Syrië en Yemen zelfs kunnen spreken van het herhaaldelijk gebruik van clusterbommen.

Het laatste rapport van de Landmine Monitor (november 2015) wees op een alarmerend en toenemend gebruik van landmijnen en geïmproviseerde explosieven door gewapende groeperingen in 10 landen: Afghanistan, Colombia, Irak, Libië, Myanmar, Pakistan, Syrië, Tunesië, Oekraïne en Yemen. De laatste keer dat de Monitor 10 of meer landen vermeldde, was in 2006.

Zowel landmijnen als clusterbommen maken vooral burgerslachtoffers: 79% van de geregistreerde slachtoffers is een gewone burger en in meer dan een derde van de gevallen gaat het om een kind.

Yemen geldt als triestig voorbeeld: al meerdere maanden is het land het schouwspel van alle mogelijke verboden praktijken. Alle strijdende partijen gebruiken zware explosieven in dichtbevolkte gebieden en zowel landmijnen als clusterbommen worden regelmatig ingezet. Sinds maart 2015 heeft Human Rights Watch 15 incidenten met 6 types van clustermunitie vastgesteld in minstens vijf gouvernementen: Amran, Hajja, Hodaida, Saada en Sanaa. In Saada landden de bommen op minder dan 600 meter van huizen.

Handicap International is stichtend lid van de Internationale Campagne tegen Landmijnen (ICBL) en van de Coalitie tegen Clustermunitie (CMC), de twee organen die jaarlijks de Landmine Monitor en het Cluster Munition Report uitbrengen. Handicap International is op verschillende niveaus actief. We helpen slachtoffers, we waarschuwen burgerbevolking voor de aanwezigheid van de wapens, we doen aan ontmijning en lobbyen op internationaal niveau. Maar in de huidige conflicten, waar de wapens worden gebruikt, is het momenteel erg moeilijk werken, omdat – zoals in Syrië -volledige zones compleet zijn afgesloten.