Aïda blijft stokstijf in de gang staan.
De stemmen van haar ouders waaien haar tegemoet, overstemd door het lawaai van de wijk buiten. De details ontgaan haar, maar de essentie heeft ze gehoord.
Een kind. Een ongeluk.
Iemand die ze kent.
De zoon van Malika.
Meteen ziet ze zijn gezicht voor zich. Ze denkt aan zijn lach en aan de manier waarop hij tijdens het voetballen altijd sneller rende dan zijn vriendjes.
Hij speelde vlak bij het veld van Momo.
Plotseling ziet ze dat rode bord weer voor zich. Het voelt als een schop in haar buik.
Aïda haalt diep adem en gaat naar haar kamer. Ze sluit de deur zachtjes achter zich en gaat op de rand van haar bed zitten. Het lukt haar niet om haar gedachten te verzetten.
Ze probeert zichzelf ervan te overtuigen dat het haar schuld niet is.
Het is niet haar fout. Ze wist het niet. Zij heeft die dingen daar tenslotte niet neergelegd. Ze heeft niets verkeerd gedaan.
Maar dat is juist het probleem: ze deed helemaal niets.
Als ze er nu eens met Samir over had gepraat? Als ze dat bord had vermeld? Als ze haar moeder had verteld wat ze had gezien? Misschien had Malika haar zoon dan gewaarschuwd dat hij daar niet mocht spelen. Misschien had iemand dan actie ondernomen.
Ze sluit haar ogen, maar het beeld staat in haar geheugen gegrift: het stoffige terrein, de lachende kinderen. Hoe langer ze erover nadenkt, hoe meer haar gedachten met haar op de loop gaan. Ze ziet dingen voor zich die je normaal alleen in de engste horrorfilms tegenkomt.
Ze krijgt er letterlijk buikpijn van.
Sinds die dag voelt alles anders.
De straten lijken smaller, op school is het luider. Opeens merkt ze borden op die ze vroeger nooit echt zag: waarschuwingen en affiches die voorheen onzichtbaar leken.
En dan zijn er nog de anderen. Op school hoort ze de gesprekken; iedereen heeft het erover.
Niet alleen over de zoon van Malika, maar over landmijnen, ongelukken en de gevaren die er nog steeds zijn, ook al denkt iedereen dat het hier niet gebeurt.
Aïda voelt zich met de minuut slechter.
’s Nachts droomt ze dat er onder elke straatsteen een bom ligt. Ze schrikt telkens wakker met een hartslag die als een gek tekeergaat.
Zo kan het niet verder.
Ze moet het begrijpen.
Ze moet weten hoe het zit, zodat er nooit meer iets gebeurt met iemand van wie ze houdt.
Wat doet ze?
Contactgegevens
Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]
Ondernemingsnummer: BE0432235661
IBAN: BE80 0000 0000 7777
BIC: GEBABEBB
Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]
Ondernemingsnummer: BE0432235661
IBAN: BE80 0000 0000 7777
BIC: GEBABEBB