Aïda duwt de verroeste deur open en loopt de trappen af; haar sandalen weerklinken onder de kleine veranda. Achter haar hangt de geur van linzenragout in het huis.
“Ongelofelijk”, mompelt ze, terwijl ze zenuwachtig wat denkbeeldige plooien uit haar kleurrijke jurk strijkt. Samir. Altijd Samir. Natuurlijk was hij het brood vergeten. En wie mag er weer voor opdraaien? Zij natuurlijk. Tegen haar moeder ingaan heeft geen zin: Aïda is de oudste, dus is het haar taak. Bovendien is ze een meisje en moet ze volgens haar moeder leren hoe ze een huishouden runt.
Ze had nee kunnen zeggen, voet bij stuk houden en roepen dat het niet eerlijk is. Maar ze weet hoe dat eindigt: ruzie, straf en nog altijd geen brood op tafel. Dus doet ze het maar weer, ook al heeft ze stapels huiswerk. Haar toekomst wacht niet, en ze weet dat niet elk meisje de kans krijgt om zo lang naar school te gaan. Als ze door dit soort stomme taakjes niet slaagt voor haar examens... Oké, ze overdrijft misschien een beetje. "Je bent veel te dramatisch, meisje!," zegt haar moeder altijd. Maar toch: Aïda is kwaad.
Ze geeft een harde trap tegen een steentje en kijkt hoe het wegrolt. Zij heeft dromen! Zij wil geen voetballer worden zoals Samir! Maar een klein stemmetje (dat verdacht veel op de stem van haar moeder lijkt) herinnert haar eraan dat iedereen mag dromen en dat Aïda niet moet oordelen.
Ze trekt haar sjaal wat strakker, rolt met haar ogen en versnelt haar pas. Als ze zich een beetje rept, kan ze straks nog even studeren voor ze gaat slapen.
Buiten is het vochtig en er hangt stof in de lucht. De stad, of wat ervan overblijft, leeft nog ondanks het late uur. Enkele mannen zitten op plastic dozen op de stoep voor een half verlichte winkel en praten zachtjes. Een motor knalt voorbij en laat een zandwolk achter die prikt aan de ogen. Een stuk verderop spelen enkele kinderen met een bal, onder een knipperende lamp.
Aïda kent de weg uit haar hoofd: ze moet gewoon het stoffige plein oversteken, langs de afgeleefde muur van het tankstation lopen, het groot veld van meneer Momo oversteken… Twintig minuutjes wandelen, meer niet.
Maar vanavond is er iets raars. Aan een scheef paaltje hangt een bord dat er gisteren nog niet hing. De rode letters knallen eruit tegen de witte achtergrond:
☠️ GEVAAR ☠️
Aïda fronst haar wenkbrauwen. Dit bord was er gisteren niet en vorige week ook niet. Haar hart gaat tekeer als een gek. Ze heeft dit soort borden al eerder gezien, vastgemaakt aan de omheiningen van militaire terreinen of aan de ingang van verlaten werven.
Ze stopt, twijfelt en kijkt om zich heen. Niemand houdt haar in de gaten. De verkopers ruimen hun kramen op, de laatste klanten onderhandelen nog over de prijs van de tomaten, …niemand lijkt het bord op te merken.
Zal ze gewoon doorlopen? Misschien is het een flauwe grap. Maar wat als het echt is? Een omweg kost haar minstens een uur, en ze is al lastig dat ze zo lang weg is. Maar die waarschuwing negeren... is dat niet spelen met haar leven?
Wat doet ze?
Contactgegevens
Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]
Ondernemingsnummer: BE0432235661
IBAN: BE80 0000 0000 7777
BIC: GEBABEBB
Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]
Ondernemingsnummer: BE0432235661
IBAN: BE80 0000 0000 7777
BIC: GEBABEBB