Goto main content
Barre de progression de page

Hoofdstuk 13 

Aïda voor een bord dat op gevaar wijst. Aïda voor een bord dat op gevaar wijst. Aïda voor een bord dat op gevaar wijst. Aïda voor een bord dat op gevaar wijst.

Aïda slikt. Ze zou gewoon kunnen doorlopen en doen alsof er niks aan de hand is… maar wat als dat bord echt is? Als ze een omweg moet maken, verliest ze tijd en ze haat het nu al om hier buiten te zijn. Maar de waarschuwing negeren? Dat is misschien spelen met haar leven.

Besluiteloos staart ze nog een paar seconden naar het bord. Een rood bord betekent niet per se dat er onmiddellijk gevaar is… toch? Misschien heeft iemand het daar gewoon laten slingeren.

“We zullen wel zien. Zulke borden blijven wel vaker ergens staan,” denkt ze koppig.
Of misschien staat het er alleen maar om kinderen bang te maken, zodat ze daar niet gaan spelen.

“Gelijk hebben ze. De kinderen uit de buurt spelen echt overal! Vooral op het veld van Momo, dat veel te vaak als voetbalveld wordt gebruikt naar zijn zin.”

En trouwens, dit is háár buurt. Ze kent de weg hier uit haar broekzak. Ze is hier al tientallen, misschien wel honderden keren gepasseerd. Ze is echt niet van plan om voor dat bord een hele omweg te maken. Maar ze is natuurlijk niet stom; ze gaat niet zomaar te werk zonder eerst na te denken. Geen onnodige risico’s nemen, gewoon voorzichtig zijn.

Ze knoopt haar sjaal opnieuw vast en haalt diep adem. Ze gaat geen omweg maken, maar ze zal wel verdomd goed opletten. Ze is een grote meid, bijna volwassen en ze is verantwoordelijk. Ze moet dat brood gaan halen — stomme Samir! — naar huis gaan, eten, helpen afwassen en haar huiswerk afmaken. Ze heeft echt geen tijd voor een kilometerslange omweg.

Aïda legt haar hoofddoek weer over haar haar. Aïda legt haar hoofddoek weer over haar haar. Aïda legt haar hoofddoek weer over haar haar. Aïda legt haar hoofddoek weer over haar haar.

Ze begint trager te stappen. Ze speurt de grond af, op zoek naar… tja, naar wat eigenlijk? Ze weet het zelf niet goed. Ze zoekt naar dingen die ze uit films kent, maar ze ziet niks verdachts. De weg ligt vol stof, putten en afval — zoals overal trouwens. Het ziet er zo doodgewoon uit dat ze zich amper kan concentreren: het is gewoon een oude weg zoals alle andere. Toch probeert ze de grote keien en hopen vuilnis te ontwijken. Haar spieren staan gespannen, alsof haar lichaam minder overtuigd is dan haar hoofd.

Aïda's benen, van achteren gezien, voordat ze een weg kiest. Aïda's benen, van achteren gezien, voordat ze een weg kiest. Aïda's benen, van achteren gezien, voordat ze een weg kiest. Aïda's benen, van achteren gezien, voordat ze een weg kiest.
Aïda loopt bezorgd over straat. Aïda loopt bezorgd over straat. Aïda loopt bezorgd over straat. Aïda loopt bezorgd over straat.

Het lawaai van de wijk achter haar wordt stiller. Normaal valt het haar niet eens op hoe stil het hier is. Ze baalt van haar eigen gedachten: dit heeft totaal geen zin en ze krijgt er alleen maar stress van. Als ze zo traag blijft slenteren, is ze straks langer onderweg dan wanneer ze de omweg had genomen.

En dan ziet ze het plots.

Op een paar meter afstand steekt er iets uit het stof omhoog. Er is geen enkele reden om te stoppen. Dat is vast niks anders dan al de rest dat ze al is tegengekomen. Behalve dan dat dit haar aandacht trekt. Het lijkt op een conservenblik, maar iets aan het beeld klopt niet.

Haar maag trekt samen.

Close-up van het gezicht van Aïda, met een angstige blik. Close-up van het gezicht van Aïda, met een angstige blik. Close-up van het gezicht van Aïda, met een angstige blik. Close-up van het gezicht van Aïda, met een angstige blik.
Close-up van Aïda’s voeten. Vlakbij ligt een metalen voorwerp dat op een mijn lijkt. Close-up van Aïda’s voeten. Vlakbij ligt een metalen voorwerp dat op een mijn lijkt. Close-up van Aïda’s voeten. Vlakbij ligt een metalen voorwerp dat op een mijn lijkt. Close-up van Aïda’s voeten. Vlakbij ligt een metalen voorwerp dat op een mijn lijkt.

Het is waarschijnlijk niks. Gewoon een oud stuk metaal. Een platgedrukt blik, een verroest deksel, een vergeten onderdeel van een motor. Een conservenblik.

Het lijkt verbazingwekkend hard op de blikken die mama soms koopt. Het is trouwens daarom dat Aïda gestopt is: ze zou die blikken overal herkennen.

Wat doet ze?

Samen voor een inclusieve wereld

 

Blijf op de hoogte

sociale media

 

Blijf op de hoogte

sociale media

 

Blijf op de hoogte

 

sociale media

 

Contactgegevens

Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]

Ondernemingsnummer: BE0432235661

IBAN: BE80 0000 0000 7777

BIC: GEBABEBB

Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]

Ondernemingsnummer: BE0432235661
IBAN: BE80 0000 0000 7777
BIC: GEBABEBB