Aïda wandelt aan een stevig tempo verder, haar blik recht vooruit en haar armen gekruist voor haar borst. Ze wil niet nadenken, niet praten. Ze wil gewoon dat dit verdomde taakje eindigt.
Ze had haar broer moeten dwingen om zelf te gaan. Of hij had minstens moeten meekomen om zijn lesje te leren, dan zou hij het de volgende keer wel laten. Maar nee hoor. Hij kwam weer aanzetten met het perfecte excuus: “Mama wil dat jíj gaat, jij kiest altijd het beste brood.”
Echt... grr! Met zijn grote onschuldige ogen en dat geslijm van hem! Hij gaat het nog ver schoppen, dat weet ze nu al. Maar dat houdt haar niet tegen om hem nu in gedachten de huid vol te schelden.
Natuurlijk, doordat ze is opgegroeid met een moeder voor wie brood heilig is, weet ze als geen ander welke korst perfect kraakt en welk kruim heerlijk zacht is. Ze ziet op vijftien meter afstand al of er een foutje in een khobz zit. Maar dat betekent nog niet dat ze het léuk vindt om dat verdomde brood te gaan halen.
Ze zucht, schudt haar hoofd en loopt verder, terwijl haar sandalen het stof van de kapotte weg doen opwaaien.
Ze heeft het warm, ze zweet, en de vochtige avondlucht plakt aan haar huid. Ze wordt gek van die ene lok haar die voortdurend tegen haar voorhoofd kleeft. Met een nijdige ruk steekt ze de lok weer onder haar sjaal.
“Als ik me haast, ben ik binnen twintig minuten terug, misschien zelfs binnen de vijftien,” zegt ze tegen zichzelf. Ze versnelt haar pas om er korte metten mee te maken. Ze begint zelfs te joggen! Ze is snel en heeft een goede conditie. Ze probeert er een spelletje van te maken, zodat ze tenminste nog het gevoel heeft dat ze zich amuseert.
Maar net dan ziet ze het.
Een bord.
Nog een bord, dat ze ook nog nooit gezien had.
Ze vertraagt en knijpt haar ogen tot spleetjes om de tekst te lezen.
⚠️ Gevaarlijke zone – Risico op explosieven
Een ijskoude rilling loopt over haar rug. Ze knippert met haar ogen, alsof de boodschap dan zou verdwijnen. Ze wil dat het weggaat. Ze wil dit soort dingen helemaal niet in haar buurt! Maar het bord blijft staan.
Haar hart begint plots in haar keel te bonzen.
“Is dit een grap?”
Zij vindt er alleszins niets grappigs aan.
Ze kijkt om zich heen. De weg voor haar ziet er exact uit zoals altijd. Rustig, stoffig, vertrouwd. Ze is hier al tientallen keren gepasseerd — nee, honderden, duizenden keren. En dan staat daar vandaag plots dat bord.
Een geluid achter haar doet haar opspringen.
“Aïda, stop!”
Ze draait zich bruusk om. Meneer Momo staat achter haar en kijkt haar met grote, verschrikte ogen aan:
“Zie je dat bord niet? Het is niet veilig!”
Ze slikt moeizaam. Het voelt alsof ze een hap zand heeft ingeslikt. Dat deed ze vroeger eens als klein kind, en dat gevoel was vreselijk. Nu voelt het tien keer zo erg.
“Ik...”
Haar blik schiet van de man naar het bord, en dan weer naar de weg voor haar. De paniek overspoelt haar als een tsunami. Ze wil wegrennen als een gek, zo snel mogelijk... Maar lopen in een zone waar misschien mijnen liggen, is het domste wat je kunt doen.
Ze haalt trillend adem. “Belachelijk. Ze zouden de weg toch wel afgesloten hebben als het echt gevaarlijk was?”
Wat doet ze?
Contactgegevens
Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]
Ondernemingsnummer: BE0432235661
IBAN: BE80 0000 0000 7777
BIC: GEBABEBB
Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]
Ondernemingsnummer: BE0432235661
IBAN: BE80 0000 0000 7777
BIC: GEBABEBB