Aïda kijkt nog een laatste keer naar het bordje van de infosessies. Ze haalt haar schouders op; ze zal het er later wel over hebben met haar familie, misschien na het eten. Maar nu moet ze echt dat brood gaan halen en maken dat ze wegkomt. Zo snel als de bliksem naar huis!
Ze neemt haar gsm, checkt het uur en versnelt haar pas. Geen tijd om te treuzelen, want die berg huiswerk ligt te wachten.
Wanneer ze eindelijk bij de bakkerij aankomt, ruikt ze meteen de heerlijke geur van versgebakken brood. De bakker, een oude man met een zongebruinde huid, staat achter de toonbank. Hij schuift net een khobz in de oven. Hij kijkt nauwelijks op, maar zijn vertrouwde gegrom is voor haar welkomstgroet genoeg.
“Ge hebt chance,” mompelt hij. “Ze komen net uit de oven.”
“Eén khobz, alstublieft,” zegt ze snel terwijl ze hem de muntjes geeft die ze van haar moeder kreeg. Ze wijst naar een van de warme broden: “Dat daar!”
De bakker steekt het dampende brood in een papieren zak. Aïda bedankt hem en is de bakkerij alweer uit voor de deur goed en wel dichtvalt.
Eens thuis staat Samir al klaar om het brood uit haar handen te grissen. Haar moeder werpt hen een strenge blik toe.
“Eindelijk. We waren bijna zonder jou begonnen.”
Aïda zucht, legt het brood op tafel en schuift haar stoel bij. Tijdens het eten denkt ze terug aan die affiche. Tussen twee happen door zegt ze, alsof het niks is: “Ik heb trouwens een affiche gezien voor sessies over landmijnen, niet ver van de bakker.”
Haar moeder kijkt niet eens op van haar bord. “Mmh, je ziet er tegenwoordig steeds meer.”
“Da’s niet stom,” zegt Samir met zijn mond vol brood. “Dan weet je tenminste waar je mag lopen.”
Het onderwerp is even snel weer van tafel als het erop kwam. Het gesprek dwaalt af naar de roddels uit de wijk, de tante die morgen op bezoek komt en het feit dat Samir zijn werkboek alweer "kwijt" is. Ook Aïda denkt er niet meer aan; ze gaat volledig op in het gekibbel met haar broer.
De dagen en weken vliegen voorbij. De affiche, de sessies, het rode waarschuwingsbord… het zakt allemaal weg naar de achtergrond.
Tot ze op een dag een reportage op tv ziet.
Die avond zit ze in de woonkamer gebogen over haar wiskunde. Naast haar zit Samir te kleuren. De tv staat aan op de achtergrond voor het avondnieuws. “Na een zwaar ongeval met een kind dat van de weg afweek, willen de autoriteiten nogmaals wijzen op het belang van waarschuwingsborden…”
Aïda kijkt op, geïntrigeerd. Er verschijnen beelden van een terrein dat sprekend lijkt op het veld waar zij bijna was overgestoken. Een rood bord dat exact hetzelfde is als het bord dat zij toen tegenkwam. Het is misschien niet op dezelfde plek, maar het gaat om exact hetzelfde gevaar. En er is een kind gewond geraakt.
Een ijskoude rilling loopt over haar rug.
Ze had er serieuzer over moeten praten. Ze had moeten aandringen.
Haar blik dwaalt af naar Samir. Hij zit daar, volledig geconcentreerd op zijn kleurplaat, zich totaal niet bewust van de gevaren in de wereld rondom hem.
Hij had het kunnen zijn.
Hij loopt altijd zo te dromen dat hij zijn eigen hoofd nog zou vergeten! Ze krijgt spontaan buikpijn bij de gedachte dat Samir dat kind op het nieuws had kunnen zijn.
Aïda doet traag haar werkboek dicht.
Het is misschien te laat voor dat andere kind, maar nog niet voor haar en haar familie. Morgen gaat ze naar die sessie. En Samir gaat mee.
Wat doet ze?
Contactgegevens
Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]
Ondernemingsnummer: BE0432235661
IBAN: BE80 0000 0000 7777
BIC: GEBABEBB
Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]
Ondernemingsnummer: BE0432235661
IBAN: BE80 0000 0000 7777
BIC: GEBABEBB