Aïda dacht dat ze het incident met de tijd wel zou vergeten. Ze hoopte dat de dagen de herinnering aan dat gevoel onder haar voet en de ijskoude schok in haar lichaam zouden uitwissen. Maar ’s nachts merkt ze dat het zo simpel niet is.
Ze droomt constant over het moment waarop alles veranderde. Soms spelen de kleinste details zich opnieuw af: het opvliegende stof, de verstikkende hitte, het exacte gevoel van haar voet op de losse grond en dat instinct dat haar plots deed bevriezen.
Andere nachten verandert haar droom in een echte nachtmerrie: ze hoort een klik en voelt haar lichaam verstijven, waardoor ze niet meer kan vluchten of hulp roepen.. Ze ziet de ontploffing voor haar ogen gebeuren en schrikt badend in het zweet wakker. Haar hart gaat dan zo tekeer dat ze denkt dat het nooit meer rustig zal worden.
Overdag is het niet veel beter. Elk onverwacht geluid voelt als een stomp in haar maag. Een deur die dichtslaat, een deksel dat valt, een ballon die knapt… Alles jaagt haar een onmiddellijke, oncontroleerbare angst aan. Gewoon over straat wandelen voelt ineens vreemd, alsof de grond elk moment kan openbarsten.
Zonder erbij na te denken, mijdt ze bepaalde straten. Ze begrijpt zelf niet goed waarom ze liever een omweg maakt langs wegen waarvan ze zeker is dat de grond niets verbergt onder het stof. Ze raakt ook verlamd als ze ergens verdacht afval ziet liggen. Soms krijgt ze zelfs een paniekaanval als iemand gewoon iets opraapt om het in de vuilnisbak te gooien.
En dan is er nog dat korte lontje. Dat vervelende gevoel waardoor ze om het minste uit haar vel springt. Samir doet niets verkeerd, maar hij werkt haar gewoon op de zenuwen. Haar ouders zeggen niets mis, maar ze schiet al in de verdediging zodra ze haar iets vragen.
Tot Samir op een dag uitspreekt wat iedereen denkt: "Waarom ben je eigenlijk altijd kwaad?"
Ze wil hem eerst afsnauwen en zeggen dat hij overdrijft, maar ze krijgt geen woord over haar lippen. Ze ziet zichzelf weer staan gisteren, terwijl ze tegen hem brulde om een bord dat op de grond viel. Of eergisteren, toen ze hem een ijskoude blik gaf omdat hij haar stoorde.
"Ik ben moe", zegt ze uiteindelijk.
"Dat zeg je altijd."
Hij kruist zijn armen en kijkt haar aan met een blik die het midden houdt tussen bezorgdheid en onbegrip. Aïda voelt zich er ongemakkelijk door. Ze buigt haar hoofd en draait zich om; ze kan hem niet recht in de ogen kijken. Ze had de situatie misschien nog aangekund als het hierbij bleef, als het enkel bij de nieuwsgierigheid van Samir bleef. Maar het probleem beperkt zich niet tot thuis. Ook op school is er iets geknakt.
Normaal gezien gaat ze graag naar school. Ze is niet de beste van de klas, maar ook zeker niet de slechtste. Ze doet gewoon wat er van haar verwacht wordt. Maar de laatste weken lukt het haar niet meer om zich te concentreren. Wat de leerkracht vertelt, klinkt als een verre echo die totaal niet meer tot haar doordringt. In haar schrift staan alleen nog halve zinnen, haar oefeningen blijven onafgewerkt en letters lijken hun betekenis te verliezen.
Telkens wanneer ze probeert op te letten, dwalen haar gedachten weer af. Ze wordt afgeleid door het geluid van een stoel die over de vloer schuurt, de schaduw van een vogel op de vensterbank of een pluisje dat in het zonlicht danst. Ze is met alles bezig, behalve met de les.
En dan is er die verpletterende vermoeidheid.
Haar oogleden worden loodzwaar en soms zakt haar hoofd op haar armen op de schoolbank. Ze vecht om haar ogen open te houden, maar het heeft geen zin.
Onverwachte geluiden blijven het ergste.
Zoals die keer dat er een handboek van de tafel viel. Aïda sprong zo hard op dat ze haar pennenzak van de tafel stootte. De pennen rolden over de hele vloer en de klas keek haar verbaasd aan. Haar hart bonsde in haar keel. Iemand lachte, eerder spottend dan gemeen:
"Dacht je dat het een bom was of zo?"
De klas lachte.
Maar Aïda niet. En de leerkracht ook niet.
Ze voelde een krop in haar keel en een zware druk op haar borst. Ze beet op haar tanden, begon in stilte en met gebogen hoofd haar spullen te verzamelen, beschaamd. Ze besefte het nu echt: iedereen ziet het aan haar. Ze was niet gewoon moe of verstrooid; ze was veranderd.
Haar vriendinnen vragen haar regelmatig of alles oké is. Ze antwoordt altijd met een gemaakte glimlach en een kort ja’tje. Maar ze weten wel beter. Ze voelt hun blikken in haar rug prikken en merkt hoe ze twijfelen voor ze haar iets durven vragen.
Ze herinnert zich die ene ruzie nog, een totale misstap voor een meisje dat altijd zo verantwoordelijk was. Zoiets zou ze vroeger nooit gedaan hebben. Op de speelplaats liep Mehdi per ongeluk tegen haar op. Niet eens hard, net genoeg om haar uit evenwicht te brengen. Maar voor Aïda was het de druppel. Ze was zo gespannen dat ze zich omdraaide en hem met volle kracht achteruit duwde.
"Raak mij nog één keer aan en ik zweer je dat…"
Ze maakte haar zin niet eens af. De stilte om haar heen was oorverdovend. Mehdi staarde haar aan met grote ogen, totaal in shock.
Dit was Aïda niet.
Aïda vocht nooit.
De leerkracht kwam natuurlijk direct tussenbeide en stuurde hen allebei naar het kantoor van de directeur. Daar moesten ze uitleggen wat er aan de hand was.
Aïda wist niet wat ze moest zeggen.
Ze wílde het ook niet zeggen. Ze balde haar vuisten en hield haar mond stijf dicht.
"Ze is zichzelf niet", fluisterde Mehdi, nog steeds onder de indruk. "Ze doet de laatste tijd echt raar."
Het was niet gemeen bedoeld, gewoon een vaststelling. En zo kwam het dat haar ouders werden uitgenodigd.
Het kantoor van de directeur is klein en volgepropt met dossiers en oude schoolboeken. Aïda staart naar een punt op het bureau, haar handen om haar knieën geklemd. Ze vraagt zich af of er wel genoeg plaats is voor iedereen. Haar vader komt als eerste binnen, gehaast en met een frons op zijn gezicht. Haar moeder volgt hem op de voet en klemt haar tas stevig tegen zich aan. De directeur verwelkomt hen rustig.
"Bedankt om te komen. We moeten het over Aïda hebben."
Aïda voelt haar maag inkrimpen. Dit was het moment waar ze het meest tegenop zag. De directeur legt kort uit wat er gebeurd is: haar overdreven reactie, haar veranderde gedrag. Hij wilde haar niet straffen, maar begrijpen wat er aan de hand was.
Haar vader kruist zijn armen. Hij ziet er vermoeid uit.
"Het is niet de eerste keer dat we hierop aangesproken worden", geeft hij zachtjes toe. "Thuis merken we ook dat er iets mis is."
Haar moeder knikt en perst haar lippen op elkaar. "Ze slaapt slecht, ze is nerveus en ze vliegt om het minste in brand."
Aïda voelt de warmte naar haar wangen stijgen. Ze had zo gehoopt dat niemand het zou merken. Ze wilde geloven dat als ze maar lang genoeg deed alsof, alles vanzelf wel weer normaal zou worden.
De directeur kijkt haar aan. "Aïda, wil je ons iets vertellen?"
Ze opent haar mond, maar de woorden blijven steken. Uiteindelijk zegt ze wat ze al weken herhaalt, als een soort mantra: "Het gaat wel."
Haar moeder zucht. "Schatje… Je weet toch dat je alles tegen ons kunt zeggen?"
Aïda blijft naar het bureau staren. Als ze nu opkijkt, ziet ze de bezorgdheid van haar moeder, de serieuze blik van haar vader en het geduld van de directeur.
"Aïda", zegt haar vader uiteindelijk. "Je kunt blijven zeggen dat alles oké is, maar dat gaat het probleem niet oplossen."
De directeur knikt. "We denken dat ze hulp nodig heeft. Iemand met wie ze kan praten, buiten de familie."
Aïda voelt haar hele lichaam verstijven. "Het gaat goed", herhaalt ze, korteraf dan ze bedoelde.
Haar vader verliest zijn geduld niet, maar blijft streng. "Je slaapt niet meer. Je eet bijna niets. Je bent constant boos zonder reden. Dan 'gaat het niet goed', Aïda."
Ze kruist haar armen en weigert nog te antwoorden.
De directeur legt zijn handen op tafel. "Aïda, ik weet dat het verschrikkelijk is wat je hebt meegemaakt. Soms blijven die herinneringen aan je plakken, zelfs als je denkt dat het voorbij is."
Haar hart slaat een slag over. Hij wist het. Iemand had het hem verteld, en zij was het zeker niet. Ze werpt een woedende blik naar haar ouders: hoe durfden ze?
Haar vader knikt traag. "We weten dat je bang was", zegt hij zacht. "En dat is normaal. Er is geen schande aan. Je moeder en ik waren ook bang. Wij hebben ook nachtmerries."
Haar moeder legt een hand op haar arm. Aïda trekt ze weg. Dat kleine contact is genoeg om de dam te doen breken. Haar ogen beginnen te prikken. Ze haat dat gevoel; ze wil niet huilen waar iedereen bij is. Ze wil haar moeder ook niet kwetsen, maar ze kan niet meer.
"Ik… Ik wou gewoon dat het stopte", mompelt ze. "Ik schaam me voor wat er gebeurd is. Het is mijn schuld. Ik heb zoveel mensen lastiggevallen, ik heb anderen bang gemaakt, ik ben dom geweest. Ik heb dit verdiend."
Haar moeder verstrakt de grip om haar arm.
“We gaan je helpen, meisje. We gaan samen doen wat nodig is.”
“Oké”, fluistert ze, uitgeput.
Haar vader knikt, duidelijk opgelucht.
“We gaan iemand zoeken.”
De directeur voegt daaraan toe: “En als je wil, hebben we ook meer informatie om zulke situaties te begrijpen. Dat kan helpen om je vertrouwen terug te winnen.”
Aïda kijkt een beetje op.
Ze is niet zeker dat ze hier zin in had.
“We zullen zien”, mompelt ze.
Deze keer zei ze geen nee.
Wat doet ze?
Contactgegevens
Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]
Ondernemingsnummer: BE0432235661
IBAN: BE80 0000 0000 7777
BIC: GEBABEBB
Handicap International vzw
Gewijde-Boomstraat 44, bus 1, 1050 Brussel
[email protected]
Ondernemingsnummer: BE0432235661
IBAN: BE80 0000 0000 7777
BIC: GEBABEBB