Handicap International lanceert de campagne ‘The Nobel Piece’
Ter gelegenheid van de Internationale Dag tegen Landmijnen (4 april) breken Handicap International en de Internationale Campagne tegen Landmijnen (ICBL) symbolisch de Nobelprijs voor de Vrede uit 1997. Dit gebeurt in het kader van hun ‘Nobel Piece’-campagne. Die campagne is nodig omdat vandaag, 28 jaar later, de internationale norm tegen antipersoonsmijnen onder druk staat. Landmijnen worden opnieuw ingezet in actieve conflicten, de productie neemt weer toe en sommige staten trekken zich terug uit hun verplichtingen onder het Ottawa-Verdrag. Wat ooit een krachtig symbool was van vooruitgang richting een mijnvrije wereld, ligt nu in stukken en weerspiegelt de afbrokkelende internationale inzet.
©Fonderie d'art Macheret
Het verhaal achter de Nobelprijs en het Ottawa-verdrag
In 1997 kreeg de International Campaign to Ban Landmines (ICBL, Internationale Campagne tegen Landmijnen), met Handicap International als een van de stichtende leden, de Nobelprijs voor de Vrede. De prijs erkende het pionierswerk van de campagne in de internationale strijd tegen antipersoonsmijnen.
Die Nobelprijs kwam er na vijf jaar intensieve campagnevoering van burgers en het middenveld tegen dit wapen. Een wapen dat in 90% van de gevallen burgerslachtoffers maakt en nog decennialang na conflicten een gevaar vormt voor de bevolking en de ontwikkeling van een land.
In datzelfde jaar werd ook het Verdrag tegen antipersoonsmijnen aangenomen, beter bekend als het Ottawa-verdrag. Dit verdrag groeide uit tot een belangrijke pijler van het internationaal humanitair recht, en telt vandaag 161 verdragspartijen.
De impact van het verdrag was groot:
- Het aantal jaarlijkse slachtoffers van landmijnen daalde van 25.000 in 1999 naar zo’n 6000 in 2024.
- In 1999 produceerden bijna 50 landen antipersoonsmijnen; vandaag zijn dat er nog een tiental.
- Meer dan 55 miljoen opgeslagen antipersoonsmijnen werden vernietigd.
- In 2024 maakten ze 1.114,82 km² landmijnen-verontreinigd gebied veilig. Dat is ongeveer zeven keer de oppervlakte van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Vrede in stukken
Nooit eerder in de geschiedenis verliet een land een ontwapeningsverdrag. Maar in 2025 deden Estland, Letland, Litouwen, Finland en Polen precies dat door uit het Ottawa-verdrag te stappen. Alle vijf delen ze een grens met Rusland en verwezen ze naar veiligheidsredenen om hun beslissing te rechtvaardigen. Polen, Litouwen en Finland gingen nog een stap verder en kondigden aan dat ze de productie van antipersoonsmijnen opnieuw willen opstarten. Het gebruik van antipersoonsmijnen neemt opnieuw toe, op een schaal die we al tientallen jaren niet meer zagen.
Hoewel deze landen reële veiligheidszorgen hebben, wordt het operationele nut van het opnieuw inzetten van landmijnen vaak overschat.
Het Verdrag van Ottawa is, net als andere ontwapeningsverdragen, bindend in vredes- én oorlogstijd. Vanaf de ratificatie heeft het rechtskracht en moet het worden nageleefd.
Naast het verbod op gebruik in oorlogstijd omvat het ook verplichtingen tot vernietiging van voorraden en het verbod op productie en overdracht in vredestijd.
De stilte van de internationale gemeenschap en de verdragspartijen is zorgwekkend en dreigt de bescherming van burgers en het internationaal humanitair recht te ondermijnen. Ze opent de deur naar een hernormalisering van deze wapens, die geen onderscheid kunnen maken tussen burgers en militairen.
90% van de slachtoffers zijn burgers
© Dieter Telemans. Mayda uit Soedan raakte gewond door een landmijn. Ze krijgt een nieuwe prothese en krukken van Handicap International.
Jaar na jaar zijn burgers de grootste slachtoffers van antipersoonsmijnen. Volgens de Landmine Monitor 2025 maakten zij 90 procent uit van alle geregistreerde slachtoffers, en bijna de helft daarvan waren kinderen. Zelfs als een mijn iemand niet doodt, veroorzaakt het vaak ernstige verwondingen, zoals amputaties, en langdurige psychische schade.
Mijnen zaaien ook angst in hele gemeenschappen en gezinnen. Eenmaal gelegd blijven mijnen nog tientallen jaren gevaarlijk, ook lang nadat een conflict voorbij is. Ze blokkeren de toegang tot essentiële diensten zoals gezondheidszorg en scholen, en vertragen de sociale en economische ontwikkeling, bijvoorbeeld omdat boeren hun land niet meer kunnen gebruiken.
Landmijnen opnieuw op de politieke agenda plaatsen
Gezien de huidige geopolitieke situatie, waarbij burgers in verschillende lopende conflicten nog steeds de hoogste prijs betalen, roepen Handicap International en de ICBL-staten op om dringend hun verantwoordelijkheden na te komen, het Ottawa-Verdrag dat antipersoonsmijnen verbiedt te respecteren en het gebruik van deze verraderlijke wapens te stoppen.
De campagne:
1 - We breken een replica van de Nobelprijsmedaille van 1997 en verwijderen vijf fragmenten. Elk fragment staat symbool voor een staat die zich uit het verdrag terugtrekt.
2 - Bepaalde staatshoofden, ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, invloedrijke parlementsleden en andere verantwoordelijken voor het verdrag krijgen een fragment van de gebroken medaille - een “Nobel Piece”.
3 - Elk fragment draagt een duidelijke boodschap: “Help herstellen wat gebroken is. Handhaaf het verbod en herstel de wereldwijde consensus tegen antipersoonsmijnen.”
Persmoment in Brussel
Tijdens een persevenement in de Brussels Press Club overhandigden Handicap International en ICBL stukken van de Nobelprijs voor de Vrede, zowel aan België – een van de eerste landen die het Verdrag tegen Antipersoonsmijnen ondertekende – als aan de Europese Unie als geheel.
Met dit symbolische gebaar richten de organisaties zich rechtstreeks tot beleidsmakers. Het verdedigen van het verbod op landmijnen mag niet als vanzelfsprekend worden beschouwd en vraagt blijvende en actieve inzet.
Vertegenwoordigers van beide organisaties, van de Finse campagne tegen landmijnen (een van de landen die het Verdrag verlieten) en een overlever van een landmijnongeluk namen het woord en zetten hun boodschap kracht bij met persoonlijke ervaringen.
FOTO + “QUOTE” Nijaz Memic, overlever van een landmijnongeluk en paralympisch atleet