Meteen naar de inhoud

Handicap International helpt gewonden na de explosies in Congo-Brazzaville

Mijnen en andere wapens Noodhulp
Zondag 4 maart vonden explosies plaats in munitiedepots in Brazzaville. De Congolese hoofdstad werd zwaar getroffen. Meer dan 200 mensen kwamen om en 3000 mensen raakten gewond. De meerderheid van de gewonden kon het ziekenhuis snel verlaten, maar zonder opvolging om handicaps op langere termijn te voorkomen. Dit weekend startte de afdeling Noodhulp van Handicap International een interventie om hulp te bieden aan de slachtoffers. Vorige week al stuurde Handicap International een ontmijningsexpert naar de getroffen regio.
Foto van noodhulpteam in COngo-Brazzaville

Zondag 4 maart vonden explosies plaats in munitiedepots in Brazzaville. De Congolese hoofdstad werd zwaar getroffen. Meer dan 200 mensen kwamen om en 3000 mensen raakten gewond. De meerderheid van de gewonden kon het ziekenhuis snel verlaten, maar zonder opvolging om handicaps op langere termijn te voorkomen. Dit weekend startte de afdeling Noodhulp van Handicap International een interventie om hulp te bieden aan de slachtoffers. Vorige week al stuurde Handicap International een ontmijningsexpert naar de getroffen regio.

« Ik ben sinds vorige week ter plaatse, vertelt Cécile Dupré, specialist van het medisch team in Congo-Brazzaville. Ik heb verschillende ziekenhuizen bezocht waar de slachtoffers van de ramp liggen. Gezien de grote meerderheid van de slachtoffers niet meer in de ziekenhuizen ligt, ben ik naar de plaatsen gegaan waar slachtoffers samenkomen. Daar heb ik geen gewonden gezien.” Voor Handicap International is het van cruciaal belang om de slachtoffers terug te vinden en hen aangepaste zorg te geven. Zo kunnen handicaps vermeden worden.

“We hebben drie mobiele teams. Zij identificeren de gewonden in de wijken, bieden basiszorg  revalidatie en trachten handicaps te beperken of te voorkomen”, zegt Cécile Dupré. Door de explosies moesten bijna 20 000 mensen hun wijk verlaten en onderdak zoeken in extreem precaire omstandigheden of bij opvanggezinnen. Handicap International wil hulp bieden aan de meest kwetsbare mensen, meer bepaald de slachtoffers van de ramp, de slachtoffers met een handicap of oudere mensen. Om en bij de 750 mensen zullen met deze noodhulp geholpen worden. Handicap International is voornamelijk actief in Mfilou, Talangai, Ouenzé, Potopoto en Moungali, de wijken waar zich de meeste slachtoffers bevinden.

“Voor dit soort interventies, blijven we een korte periode en trainen we lokale teams, legt Hélène Robin uit, verantwoordelijke van de noodhulpprogramma’s van Handicap International. Het was voor ons van fundamenteel belang om snel te reageren. De situatie van de gewonden kan zeer snel verslechteren en onomkeerbaar worden als ze niet goed opgevolgd worden.”

Indien nodig, kunnen de mobiele teams de meest kwetsbare personen naar de aangepaste instellingen sturen (om te beantwoorden aan zeer specifieke noden of basisbehoeften). Er zal ook gesensibiliseerd worden rond handicaps en de risico’s van niet-ontploft oorlogstuig.

Een ander team van Handicap International, met verschillende ontmijningsexperten, is al meer dan een week ter plaatse. In de opslagplaatsen werden wapens en munitie van klein kaliber gestockeerd. De niet-ontplofte munitie werd 360° geprojecteerd in een straal van 4 tot 6 km. Ze raakte verspreid over de grond of ingekapseld in het puin en vormt een bedreiging voor de duizenden burgers die willen terugkeren om de weinige bezittingen die gespaard bleven van de explosies te recupereren. De zone is zo zwaar vervuild dat het verkenningsteam zich nog niet op het terrein waagt. De sensibilisatie en het verwijderen van niet-ontplofte munitie is een eerste noodzakelijke fase. Die zorgt ervoor dat de inwoners kunnen terugkeren en kunnen starten met de opbouw van hun woningen. 

Meer over dit onderwerp

Verboden clusterbommen blijven (burger)slachtoffers maken
© D. Kremer / HI
Mijnen en andere wapens Noodhulp

Verboden clusterbommen blijven (burger)slachtoffers maken

Uit het laatste verslag van de Cluster Munition Monitor, dat deze week gepubliceerd werd, blijkt dat Syrië voor het achtste jaar op rij verantwoordelijk is voor de meeste slachtoffers. In 2019 nam het land in oorlog 80% van de slachtoffers voor zijn rekening. Maar de Cluster Munition Monitor getuigt ook over het gebruik van clustermunitie in het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan.

Het 2020-rapport van de Landmine Monitor: "Covid-19 heeft de acties tegen mijnen ontregeld"
© Tannourine / HI
Mijnen en andere wapens

Het 2020-rapport van de Landmine Monitor: "Covid-19 heeft de acties tegen mijnen ontregeld"

Voor het vijfde jaar op rij maakt de Landmine Monitor gewag van een uitzonderlijk hoog aantal slachtoffers van landmijnen, voor het merendeel burgers. De uitbraak van de COVID-19-pandemie begin 2020 heeft ook een nieuwe reeks onvoorziene uitdagingen met zich meegebracht

Wanneer de bom valt
© Martin Crep/HI
Mijnen en andere wapens

Wanneer de bom valt

Bij gewapende conflicten wordt de rekening vaak gepresenteerd aan de ongewapende burgers. Vandaag maken burgers 90% uit van de slachtoffers bij bombardementen in bevolkte gebieden. Wat zijn de gevolgen en wie maakt hier een eind aan?