Meteen naar de inhoud

Gebruik van verboden clusterbommen in conflict Armenië-Azerbeidzjan

Brussel, woensdag 25 november 2020 – Uit het verslag van 2020 van de Cluster Munition Monitor, dat vandaag wordt gepubliceerd, blijkt dat in 2019 nieuwe aanvallen met clusterwapens hebben plaatsgevonden in Syrië. Volgens het verslag zijn nagenoeg alle slachtoffers van deze wapens burgers. Het recente gebruik ervan in de oorlog tussen Armenië en Azerbeidzjan, bewijst dat de strijd tegen het gebruik van deze wapens nog lang niet is gestreden. Van 25 tot 27 november vindt de tweede conferentie plaats – dit keer online - waarop de verdragspartijen zich buigen over de naleving van het Verdrag van Oslo, dat clusterwapens verbiedt. Handicap International roept alle staten op om elk gebruik van deze wapens door partijen in conflict systematisch te veroordelen, ongeacht de omstandigheden. De organisatie vraagt daarnaast alle staten die het verdrag nog niet hebben ondertekend, om dat alsnog te doen en zo levens te redden.

Wereldwijd werden in 2019 in negen landen en twee gebieden minstens 286 personen gedood of verwond door clusterwapens en de springtuigen die ze achterlaten. Al sinds 2012 eisen clusterwapens elk jaar de meeste slachtoffers in Syrië, dat volgens de Cluster Munition Monitor ook in 2019 80 % van de gevallen voor zijn rekening nam. In 2019 werden in Syrië 219 slachtoffers van aanvallen met clusterwapens gemeld, naast dertien slachtoffers van achterblijvende springtuigen.

Tussen juli 2019 en juli 2020 werden nieuwe meldingen gemaakt van het gebruik van clusterwapens in Syrië en Libië. Zo zouden in Syrië minstens elf aanvallen hebben plaatsgevonden met clusterwapens tussen augustus 2019 en juli 2020. Sinds midden 2012 tekende de Cluster Munition Monitor minstens 686 aanvallen met clusterwapens op in het land. En ook in Libië zouden in 2019 verscheidene keren clusterwapens zijn gebruikt of gemeld.

De Cluster Munition Monitor maakt gewag van 286 nieuwe slachtoffers van clusterwapens in 2019, hetzij tijdens aanvallen met de wapens (221), hetzij door achterblijvende springtuigen (65). Uit de jaarlijkse verslagen van de Cluster Munition Monitor blijkt dat clusterwapens in 99 % van de gevallen uitsluitend burgerslachtoffers maken.

Het recente gebruik door Azerbeidzjaanse en Armeense troepen

Recentelijk werden de wapens door Azerbeidzjaanse en Armeense troepen ingezet in het conflict in Nagorno-Karabach. Die meldingen werden niet opgenomen in het verslag van 2020 van de Cluster Munition Monitor, aangezien dat alleen het jaar 2019 behandelt. Volgens Human Rights Watch hebben de Armeense troepen clusterwapens afgevuurd of geleverd voor een aanval op de stad Barda. Daarbij kwamen minstens 21 burgers om het leven en raakten minstens 70 andere personen gewond. Het Azerbeidzjaanse leger heeft al in minstens vier verschillende incidenten clusterwapens ingezet.

“Onlangs werden clusterwapens gebruikt in het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan, wat erop wijst dat onze strijd tegen deze wapens nog lang niet is gestreden," vertelt Anne Héry, directrice Advocacy bij Handicap International. "Elk nieuw gebruik van deze wapens moet door de staten stellig veroordeeld worden. Alleen door het gebruik van clusterwapens systematisch te veroordelen en met de vinger te wijzen, en alle staten op te roepen het Verdrag van Oslo te onderschrijven, kan de internationale gemeenschap het gebruik van clusterwapens de wereld uit helpen.”

Dit recente gebruik van clusterwapens, bovenop de meldingen in Syrië en Libië door de Cluster Munition Monitor 2020, moet des te meer staten ertoe overhalen het Verdrag van Oslo te onderschrijven. Sinds 2010 verbiedt het Verdrag het gebruik, de productie, het transport en de opslag van clusterwapens. Momenteel telt het Verdrag 110 partijen en 13 ondertekenende staten. Azerbeidzjan, Armenië en Syrië hebben het Verdrag nog niet ondertekend, terwijl landen als de Verenigde Staten, Rusland en China weigeren het verdrag te omarmen. Het Verdrag van Oslo moet een universele norm worden.

Diana Diana Diana Diana

NEEM CONTACT OP MET
DIANA VANDERHEYDE

+32 489 77 92 77
d.vanderheyde@hi.org