Conflict in Soedan: amper 43% van de gezinnen van personen met een handicap krijgt noodhulp
Handicap International roept op tot inclusieve humanitaire noodhulp.
Mariam Adam Haroun Ibrahim (53) uit het Soedanese Maku vluchtte voor het conflict in Darfoer. | © T. Nicholson / HI
Handicap International luidt de alarmbel over de situatie van personen met een handicap in Soedan. In een nieuwe beleidsnota belicht de organisatie dat huishoudens met een gezinslid met een handicap systematisch minder toegang hebben tot levensreddende hulp, terwijl hun noden net groter zijn. Met de aanhoudende onderfinanciering voor humanitaire hulp dreigt deze groep nog verder uit beeld te verdwijnen.
Wereldwijd heeft naar schatting 16% van de mensen een handicap, onder wie 93 miljoen kinderen, van wie 13 miljoen met een ernstige beperking. In Soedan ligt dat percentage disproportioneel hoog. Handicap International onderzocht de cijfers van de Multi-Sector Needs Assessment (MSNA) van 2025 en stelde vast dat in Soedan bijna 4 op de 10 gezinnen (39,6%) minstens één gezinslid een lichte tot ernstige beperking heeft. Bij bijna 1 op de 10 gezinnen (9,8%) gaat het om een matige tot ernstige beperking.
Hoe ouder het gezinshoofd, hoe vaker er een handicap in het gezin voorkomt: bij gezinnen met een gezinshoofd van 60 jaar of ouder loopt dat op tot 66%. Ook gezinnen geleid door een vrouw hebben vaker een gezinslid met een handicap (43,6%) dan gezinnen geleid door een man (37,7%).
De problematiek is het meest uitgesproken in de Noordelijke Staat, Khartoem, de Rivier-Nijlstaat en de regio Darfoer.
Grotere noden, minder hulp
Het conflict in Soedan treft personen met een handicap onevenredig hard. Velen raakten hun hulpmiddelen kwijt, raakten gescheiden van familie of zorgverleners, en verloren toegang tot gezondheidszorg, revalidatie en psychosociale ondersteuning. De cijfers zijn schrijnend: bijna 2 op de 3 van deze gezinnen (63,5%) kampt met extreme, meervoudige noden. Voedselonzekerheid treft 88,2% van hen, en 75,1% heeft dringende gezondheidsnoden.
Toch krijgt slechts 43,1% van de gezinnen met een gezinslid met een handicap effectief humanitaire hulp. Die hulp bestaat dan vooral uit voedselhulp: toegang tot cash, gezondheidszorg en onderdak blijft veel beperkter.
De toegang tot hulp zelf vormt een extra drempel. Meer dan 1 op de 3 gezinnen met een handicap (34,9%) meldt bewegingsbeperkingen door fysieke of veiligheidsgerelateerde barrières, tegenover 26,6% van de andere gezinnen. Personen met een handicap bezitten bovendien minder vaak een gsm (min 15%) en nog minder vaak een smartphone, wat hun toegang tot levensreddende informatie sterk bemoeilijkt.
Onvoldoende inclusie in humanitaire respons
Hoewel inclusie van personen met een handicap wordt erkend in het Humanitarian Needs and Response Plan voor Sudan, blijft de uitvoering ervan ongelijk, door een gebrek aan kennis, capaciteit en middelen bij humanitaire actoren. Organisaties van personen met een handicap worden vaak niet betrokken bij de planning van de respons, ondanks hun expertise.
Handicap International roept donoren, VN-agentschappen en humanitaire actoren op om:
- concrete doelen voor inclusie op te nemen in de financiering, planning en rapportering van hun hulpprogramma's.
- systematisch gegevens te verzamelen over handicap, leeftijd en geslacht, zodat duidelijk wordt wie welke hulp nodig heeft.
- de extra kosten te helpen dragen die nodig zijn om hulp toegankelijk te maken voor personen met een handicap.
- organisaties van personen met een handicap actief te betrekken bij het inschatten van de noden en het uitwerken van de hulpverlening.