Meteen naar de inhoud

Lichte wapens bedreigen burgers in Libië

Mijnen en andere wapens Noodhulp
De belangrijke opmars van de Libische verzetstroepen en de val van Tripoli betekenen nog niet het einde van het gevaar voor de burgerbevolking. De laatste dagen heeft Handicap International een nieuw, bijzonder geducht gevaar ontdekt: de verspreiding van verschillende soorten lichte wapens onder burgers die niet weten hoe ze ermee moeten omgaan. Daarom start de organisatie preventieacties om ongevallen met die wapens te voorkomen. Onze teams blijven bovendien intensief informeren over de gevaren van landmijnen en ander niet-ontploft oorlogstuig.
Niet-ontploft oorlogstuig

De belangrijke opmars van de Libische verzetstroepen en de val van Tripoli betekenen nog niet het einde van het gevaar voor de burgerbevolking. De laatste dagen heeft Handicap International een nieuw, bijzonder geducht gevaar ontdekt: de verspreiding van verschillende soorten lichte wapens onder burgers die niet weten hoe ze ermee moeten omgaan. Daarom start de organisatie preventieacties om ongevallen met die wapens te voorkomen. Onze teams blijven bovendien intensief informeren over de gevaren van landmijnen en ander niet-ontploft oorlogstuig.

Naarmate de opstandelingen oprukten, werden de wapenvoorraden van Kadhafi in beslag genomen en verschillende staten hebben bij het begin van de gevechten wapens geleverd. Daardoor is een niet te schatten hoeveelheid lichte wapens onder de bevolking verspreid. Voor die burgers, die niet gewoon zijn om dergelijke wapens te gebruiken, is dat een ware bedreiging.

“We zien dat de burgerbevolking na de opstanden de wapens heeft opgenomen, terwijl het voordien vooral militairen waren die over wapens beschikten”, vertelt James Turton bij zijn terugkeer uit Libië. Turton is expert van Handicap International rond het thema gewapend geweld. “De mensen die dergelijke vuurwapens hebben, weten niet hoe ermee om te gaan en kennen de veiligheidsregels niet. Zo zijn twee jongeren onlangs gewond geraakt toen ze met een vuurwapen speelden. Wij proberen ongevallen te voorkomen in de gebieden waar de gevechten zijn gestopt. Het is onaanvaardbaar dat er gewonden of zelfs doden vallen tijdens overwinningsoptochten, bijvoorbeeld wanneer mensen schoten in de lucht afvuren.”

Handicap International wil een onmiddellijk antwoord bieden op die nieuwe dreiging. De organisatie breidt bijgevolg haar acties uit. Ze sensibiliseert de bevolking over de gevaren van wapens en leert de mensen hoe te reageren om ongevallen te voorkomen.

Daarnaast worden tienduizenden burgers bedreigd door niet-ontploft oorlogstuig. Sommigen onder hen, zoals de inwoners van Ajdabiya en Brega zijn voor de gevechten gevlucht en leven nu in vluchtelingenkampen in Benghazi. Wanneer ze terugkeren naar hun woonplaats, lopen ze het – vaak dodelijke- risico om met niet-ontplofte wapens in aanraking te komen.

Handicap International leidt al sinds begin maart een project om het gewapend geweld te verminderen in Benghazi en Ajdabiya. Op dit moment zetten we onze preventieacties voort en willen we ze zo snel mogelijk uitbreiden naar Misrata, een stad die zwaar is getroffen door de gevechten tussen de troepen van Kadhafi en de rebellen. Intussen zijn in die stad, tot aan de Tunesische grens, folders en affiches over de gevaren van mijnen en ander niet-ontploft oorlogstuig verspreid. Handicap International heeft op dit moment een twintigtal hulpverleners in dienst, onder wie binnenkort zes expats, en kan ook rekenen op een honderdtal vrijwilligers.

Zodra het mogelijk is, zal Handicap International de toestand evalueren in de steden die na de gevechten toegankelijk zijn geworden. Bovendien gaat er binnenkort een expert naar Libië om na te gaan wat de noden zijn op het vlak van ontmijning (tellen van gebieden die door mijnen of ander niet-ontploft oorlogstuig zijn getroffen). Dat zal gebeuren in overleg met de overheid en andere ngo’s ter plaatse.
 

Meer over dit onderwerp

Verboden clusterbommen blijven (burger)slachtoffers maken
© D. Kremer / HI
Mijnen en andere wapens Noodhulp

Verboden clusterbommen blijven (burger)slachtoffers maken

Uit het laatste verslag van de Cluster Munition Monitor, dat deze week gepubliceerd werd, blijkt dat Syrië voor het achtste jaar op rij verantwoordelijk is voor de meeste slachtoffers. In 2019 nam het land in oorlog 80% van de slachtoffers voor zijn rekening. Maar de Cluster Munition Monitor getuigt ook over het gebruik van clustermunitie in het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan.

Het 2020-rapport van de Landmine Monitor: "Covid-19 heeft de acties tegen mijnen ontregeld"
© Tannourine / HI
Mijnen en andere wapens

Het 2020-rapport van de Landmine Monitor: "Covid-19 heeft de acties tegen mijnen ontregeld"

Voor het vijfde jaar op rij maakt de Landmine Monitor gewag van een uitzonderlijk hoog aantal slachtoffers van landmijnen, voor het merendeel burgers. De uitbraak van de COVID-19-pandemie begin 2020 heeft ook een nieuwe reeks onvoorziene uitdagingen met zich meegebracht

Wanneer de bom valt
© Martin Crep/HI
Mijnen en andere wapens

Wanneer de bom valt

Bij gewapende conflicten wordt de rekening vaak gepresenteerd aan de ongewapende burgers. Vandaag maken burgers 90% uit van de slachtoffers bij bombardementen in bevolkte gebieden. Wat zijn de gevolgen en wie maakt hier een eind aan?