Goto main content

Mijnen: sporen van woelig Libanees verleden

Mijnen en andere wapens
Libanon
Mijnen in en op Libanese grond zijn nog steeds de gevaarlijke getuigen van een burgeroorlog en Israëlische aanval tijdens de voorbije decennia. Handicap International leidt ontmijningsacties in het land en probeert het aantal huidige slachtoffers van een woelig verleden zoveel mogelijk in te dijken en gezonde grond terug te schenken aan de burgers.
Een rood gevarenbord "danger mines" ligt in de berm, links ervan loopt een ontmijner in beschermingsoutfit

Mijnen in en op Libanese grond zijn nog steeds de gevaarlijke getuigen van een burgeroorlog en Israëlische aanval tijdens de voorbije decennia. Handicap International leidt ontmijningsacties in het land en probeert het aantal huidige slachtoffers van een woelig verleden zoveel mogelijk in te dijken en gezonde grond terug te schenken aan de burgers.

In 2006 zette Handicap International een ontmijningsactie op poten na een Israëlische aanval in het zuiden van Libanon, die de grond toen vol clusterbommen achterliet. Vervolgens nam de organisatie tussen 2008 en 2010 deel aan de opruiming van het Palestijnse kamp Nahr el Bared. Sindsdien is Handicap International actief in de provincie Noord-Libanon, waar ze gebieden ruimt die bezaaid liggen met antipersoonsmijnen die werden gebruikt tijdens de burgeroorlog (1975-2000).

Een toekomst voor de burgers

Handicap International is actief in drie districten in Noord-Libanon (namelijk Bsharri, Batroun en Koura) die voornamelijk bestaan uit landbouwgronden in berggebieden. Die landbouwgronden, voornamelijk olijf- en boomgaarden, worden niet meer bewerkt omwille van het gevaar van niet-ontplofte tuigen die er verborgen liggen.

De opruiming van de gronden zorgt er dus voor dat ze terug geschikt worden voor landbouw en dat de eigenaars opnieuw inkomsten kunnen vergaren. Ook kunnen gebouwen weer worden opgericht, wegen vernieuwd en toeristische projecten op touw gezet.

Ter illustratie: in juli van 2014 rondde een team van Handicap International de opruiming af van een olijfgaard met 60 olijfbomen. Deze werd sinds 2004 niet meer bewerkt door de ontploffing van een antipersoonsmijn die het leven kostte aan een herder. Na de jaarlijkse oogst eind november verkocht de eigenaar zijn olijven en verdiende hij zo ongeveer 5.000 euro.

Ontmijnen, handenarbeid in Libanon

Daarvoor staan drie teams paraat, die elk uit een twaalftal ontmijners bestaan. Gemiddeld ruimde één ontmijner van Handicap International gemiddeld 25 m² per dag op in 2014. In 2015 is Handicap International van plan om een vierde ontmijningsteam inschakelen, zodat de drie districten tegen 2016 volledig opgeruimd kunnen zijn.

"Onlangs namen we een veld van ongeveer 4.000 m² onder handen. Daar vonden we 73 antipersoonsmijnen! We hebben ze allemaal vernietigd, maar het was een werk van lange adem ", zegt Chris Chenavier, verantwoordelijke voor de ontmijningsactie.

"Door het bergachtige landschap kunnen we geen machines of honden gebruiken", voegt Mohamed Kaakour eraan toe, verantwoordelijke voor de acties van Handicap International in Libanon. "Alles wordt met de hand gedaan."

Blijvende handicaps tot gevolg

Een studie die in 2013 geleid werd door de universiteit van Balamand in Tripoli toont aan dat de slachtoffers van mijnen en explosieve oorlogsresten grotendeels volwassen mannen zijn (ongeveer 60%). In 45% van de gevallen veroorzaakt een ongeval door een mijn een blijvende handicap.

Volgens gegevens van het Libanese Centrum tegen Mijnen (LMAC) is er in het land nog ongeveer 3.000 hectare aan grond bevuild met antipersoonsmijnen (waarvan een kwart aan de grens met Israël) en is 1.700 hectare vervuild door clusterbommen. Gelukkig is er dankzij de gezamenlijke actie van de ontmijningsactoren tot op heden wel al ongeveer 1.260 hectare grond teruggegeven aan de burgers.

 

Gepubliceerd op: 14 september 2021

Meer over dit onderwerp

“Mijn letsel heeft alles veranderd”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Mijn letsel heeft alles veranderd”

Een granaatscherf doorboorde het lichaam van Hozeifa tijdens een bombardement in de Syrische stad Idlib in 2016. De jongen raakte verlamd aan zijn benen. Hij vluchtte daarna naar Libanon, waar hij in een tentje leeft met zijn gezin.

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”

De 48-jarige Mayada komt uit een buitenwijk van de Syrische stad Damascus. In 2014 werd haar huis gebombardeerd. Ze liep ernstige verwondingen op en moest naar het ziekenhuis voor een amputatie. Intussen leeft ze al twee jaar als vluchtelinge in Libanon, waar ze van Handicap International een prothese kreeg. Onze organisatie helpt haar met kinesitherapie.

“Ik mis mijn land heel erg”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Ik mis mijn land heel erg”

“Ik zou willen dat geen enkel ander kind nog gewond raakt in deze oorlog”, zegt Molham. Hij was 9 jaar toen een verdwaalde kogel zijn lichaam raakte, in de Syrische stad Homs. In 2014 sloeg het gezin van Molham op de vlucht voor het geweld en gingen ze naar Jordanië. Daar kan de jongen rekenen op revalidatietherapie en psychologische steun van Handicap International.