Meteen naar de inhoud

Handicap International veroordeelt de beslissing van de regering Trump om opnieuw landmijnen te gebruiken

Brussel, zaterdag 1 februari 2020 - Handicap International veroordeelt de beslissing van de regering Trump om de opslag en het gebruik van antipersoonsmijnen door de VS voortaan weer toe te laten. Antipersoonsmijnen zijn verwoestende wapens die geen onderscheid maken tussen burgers en soldaten. Handicap International, medeoprichter van de Internationale Campagne tegen Landmijnen (ICBL), veroordeelt deze beslissing, een historische stap achteruit wat de bescherming van burgers in gewapende conflicten betreft.

De aankondiging van de regering Trump over de antipersoonsmijnen is volgens Jeff Meer, directeur van Handicap International in de VS, als een terdoodveroordeling voor de burgers. "Sommige oorlogsdaden overtreden eenvoudigweg elke regel. Het gebruik van antipersoonsmijnen is daar één van."

De beslissing van de regering Trump staat overigens lijnrecht tegenover het engagement van president Obama, die in 2014 verdere stappen zette in de richting van de naleving van het Verdrag van Ottawa uit 1997 dat het gebruik van antipersoonsmijnen aan banden legt. De enige uitzondering op Obama's besluit was het Koreaanse schiereiland, waar landmijnen worden gebruikt in de gedemilitariseerde zone.

"Geavanceerde" landmijnen

Dit nieuwe beleid van regering Trump zal de legerleiding in staat stellen om, "in uitzonderlijke omstandigheden, geavanceerde en niet-permanente landmijnen te gebruiken die specifiek ontworpen zijn om verwondingen bij burgers en strijdkrachten van partners te verminderen”.

"Laten we ons niet misleiden", waarschuwt Alma Taslidžan Al-Osta, advocacyverantwoordelijke voor ontwapening en de bescherming van burgers bij Handicap International. "Het idee dat zogenaamde "geavanceerde" mijnen veiliger zullen zijn dan de oude antipersoonsmijnen is absurd. Onze teams zien hoe wapens die vaak als "zelfvernietigend" op de markt worden gebracht, dagelijks burgers over de hele wereld blijven verwonden, verminken en terroriseren."

Het verbod op antipersoonsmijnen: een universele norm

De Verenigde Staten is een van de weinige landen ter wereld die zich nog niet aansloten bij het Verdrag van Ottawa uit 1997, naast China, Egypte, India, Israël, Pakistan en Rusland. Toch onthielden de VS zich bijna dertig jaar lang van het gebruik of de commercialisering van antipersoonslandmijnen. Het verdrag telt vandaag 164 partijen, wat het verbod op antipersoonsmijnen tot een universele norm maakt in het internationaal humanitair recht.

"De Verenigde Staten bevestigt dat het de bescherming van burgers centraal plaatst in zijn defensiebeleid", zegt Alma Taslidžan Al-Osta. "Al vier decennia lang brengt onze organisatie de nietsontziende gevolgen van deze mijnen voor de burgers in kaart. Deze aangekondigde stap achteruit inzake landmijnen is dan ook in strijd met het huidige Amerikaanse beleid."

Een negatief signaal

"De koerswijziging stuurt een negatief signaal de wereld in. De VS overhandigt zo als het ware een blanco cheque aan landen of groeperingen die het gebruik van antipersoonsmijnen wensen verder te zetten of op te drijven. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Ottawa was het gebruik van landmijnen immers aanzienlijk afgenomen," besluit Taslidžan Al-Osta.

"Handicap International heeft voldoende ervaring in de ontmijning en de behandeling van overlevenden van landmijnen om te weten dat geen enkel gebruik van dergelijke wapens zonder gevaar is. We willen ons dan ook uitdrukkelijk en ten stelligste verzetten tegen het idee dat militaire bevelhebbers zich het recht toe-eigenen antipersoonsmijnen te gebruiken", aldus Meer.

Handicap International zal de komende maanden met haar partners van de Internationale Campagne tegen Landmijnen (ICBL) samenwerken om de Amerikaanse autoriteiten alsnog op andere gedachten te brengen.

Gepubliceerd op: 1 februari 2020
Diana Diana Diana Diana

NEEM CONTACT OP MET
DIANA VANDERHEYDE

+32 489 77 92 77
d.vanderheyde@hi.org