Hulp verlenen wanneer je zelf getroffen wordt
Yohanna Talloli, specialist in inclusieve humanitaire hulp bij Handicap International, blikt terug op de aardbevingen die haar land in rouw hebben gedompeld en op de verschrikkelijke gevolgen daarvan voor de inwoners.
Evaluatie van de noden in La Guaira, enkele dagen na de ramp. | © A. Jota / HI
De dag van de ramp
Op 24 juni was ik klaar met werken en was ik thuis. Mijn dochter, een tiener met autisme, stond onder de douche toen mijn gsm trilde. Er verscheen een aardbevingswaarschuwing op het scherm – ik wist niet eens dat we zo’n systeem in Venezuela hadden. Ik dacht dat het een technische storing was, maar liep toch naar de badkamer toen, tien seconden later, de eerste aardbeving losbarstte.
We zochten beschutting in de deuropening van mijn slaapkamer en toen de eerste schok voorbij was, dachten we dat het voorbij was. Toen voelden we de tweede schok; mensen begonnen te schreeuwen omdat alles alle kanten op schudde. Ik probeerde mijn dochter gerust te stellen terwijl ik in het appartement glazen en schilderijen hoorde vallen.
Toen het voorbij was, zijn we naar beneden gegaan, en daar begon ik te beseffen wat er aan de hand was. In sommige gebouwen waren grote horizontale scheuren ontstaan. Niemand had informatie, want alle communicatie was uitgevallen. We hebben lang gewacht op meer nieuws; sommige mensen hebben op straat geslapen. Pas enkele uren later, toen we weer bereik hadden en de foto’s en video’s binnenstroomden, besefte ik de omvang van de ramp.
De psychologische gevolgen
De eerste twee nachten was iedereen gespannen; niemand heeft een oog dichtgedaan. Er werd ons verteld dat er bijna duizend naschokken zouden komen; tot op heden zijn er bijna 200 geweest en ze houden nog steeds aan. Maandag was er een hevig onweer boven Caracas en klonk er een oorverdovende donderslag; we dachten allemaal dat er weer een aardbeving was uitgebroken.
Een week na de aardbevingen, wanneer ik naar bijzonder zwaar getroffen gebieden zoals La Guaira ga, zie ik nog steeds lichamen van overledenen tussen het puin liggen. De begrafenisdiensten zijn volledig overbelast; soms zijn het de buren die de lichamen van de overledenen moeten weghalen.
Een paar dagen geleden ontmoette ik een jonge charismatische vrouw, die de leiding heft over een opvangcentrum waar meer dan 35 gezinnen hun toevlucht hadden gezocht. Alles werd daar gecoördineerd; ze beschikte over nauwkeurige informatie over de situatie en de behoeften van elke persoon die daar verbleef.
Toen ik haar vroeg wat ze het hardst nodig hadden, antwoordde ze: "We hebben hulp gekregen, het gaat goed met ons. Wat we echt nodig hebben, is dat iemand ons in de armen sluit."
Het zijn onze naasten die het moeten doorstaan
Als hulpverlener is het heel anders om op een noodsituatie te reageren in een ander land dan in je eigen land. Ik heb me dagenlang grote zorgen gemaakt omdat ik niets hoorde van een van mijn studentes die in La Guaira woont – haar huis was ingestort terwijl zij en haar grootmoeder erin zaten. En gisteren, na mijn werkdag bij Handicap International, ben ik naar de begrafenis geweest van de zus van een van mijn beste vriendinnen.
Het gaat om meer dan alleen reageren op een humanitaire noodsituatie; we zijn dubbel betrokken, dubbel geraakt, want het zijn onze naasten, onze vrienden, ons land die worden getroffen. Het is emotioneel heel zwaar; je moet echt je kalmte bewaren en af en toe even afstand nemen om je niet te laten meeslepen door alle gedachten en emoties die door je heen gaan.