Meteen naar de inhoud

Aantal slachtoffers van explosieve wapens kent alarmerende stijging

Mijnen en andere wapens
Steeds meer burgers zijn het slachtoffer van explosieve wapens: in 2016 werden 32.008 burgers gedood of verwond (op een totaal van 45.624 slachtoffers). De cijfers van Action on Armed Violence (AOAV) zijn al een tijdje bekend, maar we vrezen dat de tol bij burgers nog hoger zal liggen in 2017. Handicap International is uitermate bezorgd om deze evolutie.
De stad Jalawla in Irak ligt bezaaid met niet-ontploft oorlogstuig. Handicap International sensibiliseert de bevolking over de gevaren en begint binnenkort met de opruiming van de explosieven.

Steeds meer burgers zijn het slachtoffer van explosieve wapens: in 2016 werden 32.008 burgers gedood of verwond (op een totaal van 45.624 slachtoffers). De cijfers van Action on Armed Violence (AOAV) zijn al een tijdje bekend, maar we vrezen dat de tol bij burgers nog hoger zal liggen in 2017. Handicap International is uitermate bezorgd om deze evolutie.

Op 4 april “vieren” we de Internationale Dag tegen Mijnen, al valt er helemaal niets te vieren. Explosieve wapens worden nog steeds ingezet in dichtbevolkte gebieden, met afschuwelijke gevolgen: 90% van de slachtoffers zijn gewone burgers zoals u en ik. Ook de Landmine Monitor, die de slachtoffers van landmijnen en explosieve resten registreert, ziet de voorbije jaren een alarmerende stijging van het aantal slachtoffers: van 3.450 in 2013 naar 8.605 in 2016.

Handicap International roept de internationale gemeenschap op om het Verdrag tegen Landmijnen en de Conventie tegen clustermunitie te respecteren en de inspanningen hiervoor te verdubbelen. Alle landen moeten elkaar ook op internationaal niveau vinden om het gebruik van explosieve wapens in dichtbevolkte gebieden te beëindigen. “Bombardementen laten een groot aantal explosieve oorlogsrestanten achter, omdat een groot deel van de bommen en granaten niet ontploffen bij de impact. Deze oorlogsresten blijven nog lang na het conflict een gevaar voor de levens van alle burgers, een gevaar identiek aan dat van antipersoonsmijnen,” aldus Anne Héry, Advocacy Director bij Handicap International.

In onder meer Irak, Syrië en Oekraïne liggen grote gebieden bezaaid met explosieve oorlogsresten, lang nadat de gevechten er gestopt zijn. De zware bombardementen op Raqqa in 2017 en Oost-Ghouta eerder dit jaar hebben deze dichtbevolkte gebieden sterk verontreinigd met niet-ontplofte explosieven. Het zal jaren duren om deze gebieden op te ruimen.

Handicap International zet onverwijld de strijd verder om onze planeet veiliger te maken: laat ons weten dat je onze strijd steunt: teken onze petitie ‘Stop Bommen op Burgers’ en roep jouw vrienden op om hetzelfde te doen!

Meer over dit onderwerp

Jemen: een hele generatie ernstig gewond voor het leven Mijnen en andere wapens Noodhulp Revalidatie

Jemen: een hele generatie ernstig gewond voor het leven

Sinds het begin van het conflict in Jemen heeft Handicap International meer dan 3.000 slachtoffers van explosieve wapens behandeld, waaronder 850 slachtoffers van mijnen en explosieve oorlogsresten. Bijna allemaal hebben ze een blijvende handicap overgehouden als gevolg van hun verwondingen en zullen ze specifieke nazorg voor de rest van hun leven nodig hebben. De organisatie maakt zich zorgen over de vele belemmeringen voor humanitaire interventies en de toegang tot de bevolking. Thomas Hugonnier, projectverantwoordelijke voor de organisatie in het Midden-Oosten, getuigt over de situatie in het land.

Laos: twee overlevenden van clustermuntie getuigen
© N. Lozano Juez / HI
Mijnen en andere wapens

Laos: twee overlevenden van clustermuntie getuigen

Ze wonen in hetzelfde dorp. Ze werden ook allebei het slachtoffer van clustermunitie. Eerst Kua Tcho Tor … dertig jaar later ook Chue Por Vang.

Laos: Onze ontmijningsteams geven niet op!
© N. Lozano Juez / HI
Mijnen en andere wapens

Laos: Onze ontmijningsteams geven niet op!

Explosieve oorlogsresten blijven een dreiging vormen voor de bevolking in Laos. Handicap International zet zich in om die dreiging weg te nemen en om de humanitaire en socio-economische risico’s te verminderen.