Meteen naar de inhoud

Firoz Ali Alizada : Mijn parcours

Mijnen en andere wapens
Firoz Ali Alizada

Ik heet Firoz Ali Alizada. Ik ben geboren in 1982 in een centrale provincie van Afghanistan. Ik groeide op in het dorp van mijn vader, te midden van een grote familie. Mijn leven veranderde op de dag dat ik een kortere weg nam om naar school te gaan. Op die dag ben ik op een antipersoonsmijn gestapt. Ik was zwaar gewond aan mijn benen, ik bloedde enorm en ik had een stekende pijn in mijn rechterhand.

Ik werd een huis binnengedragen en daar kwam ik een beetje bij. Daarna bracht een vrachtwagen me naar het eerstehulpcentrum, voordat ik naar het regionale ziekenhuis van Charikar werd overgebracht. De dertien uur durende reis was te veel voor me en ik verloor mijn bewustzijn tijdens het traject.

In die tijd controleerden de Taliban-rebellen Kaboel. De gevechten strekten zich uit tot de vlakte van Shamali, vlakbij het ziekenhuis. Dat werd overspoeld door werk en had slechts beperkte middelen. Toen ik aankwam in het ziekenhuis, wou niemand me helpen. Mijn broer moest eerst een miljoen afghani aan een chirurg geven om me te laten opereren.

De volgende dag, toen ik wakker werd, wilde ik aan mijn benen voelen en gaan zitten, maar ik voelde alleen het bed: mijn benen waren weg. Dat was een schok voor mij. Mijn broer, mijn oom en mijn neef zaten huilend naast mijn bed en troostten me.

Mijn vader werkt en woonde in Kaboel. Gezien de ellendige toestand van het ziekenhuis waar ik lag, besloot mijn vader me over te brengen naar het ziekenhuis van Kaboel en me daarna bij hem thuis onder te brengen. We hadden geen nieuws meer van mijn familie; de meeste wegen waren geblokkeerd.

Ik heb het geluk gehad dat ik werd gesteund, dat ik kon leren lopen met prothesen van het Rode Kruis, dat ik een cursus Engels kon volgen en het vak van kleermaker leerde. Ik heb mijn familie teruggevonden en samen zijn we het Talibanregime ontvlucht in Peshawar, in Pakistan.

Toen de Taliban van de macht waren verdreven, kon ik terugkeren naar mijn land en werken, waarbij ik ook verder ging met lessen Engels en informatica. Toch was het leven niet altijd gemakkelijk: de universiteit en enkele werkgevers weigerden me vanwege mijn handicap.

In 2003 vertelde een vriend me dat Handicap International een vertaler zocht. Ik heb me voorgesteld en na een gesprek bood de directeur me mijn eerste contract aan. Kort daarna bood de vereniging me een opdracht van één maand aan en vervolgens ben ik drie maanden naar Japan gegaan om een cursus over prothesen te volgen.

Zo kon ik een aantal heel waardevolle ervaringen aan elkaar rijgen: ik werd assistent van de projectleider, daarna adviseur voor de verdediging van de rechten van mensen met een handicap en ik ging naar Washington om mijn land en Handicap International te vertegenwoordigen tijdens de wereldconferentie over handicaps en ontwikkeling, die was georganiseerd door de Wereldbank.

In januari 2005 ben ik assistent van de programmadirecteur geworden. Mijn belangrijkste taak is het versterken van de relaties met de regering en de lokale organisaties, het opzetten van projecten en het vertegenwoordigen van Handicap International op nationaal niveau.

In juni 2006 heb ik meegewerkt aan de oprichting van een comité voor hulp aan de slachtoffers en hun sociale en economische reïntegratie in Genève. Ik heb ook de Afghaanse slachtoffers en Handicap International Afghanistan vertegenwoordigd.

Vandaag ben ik nog steeds assistent van de programmadirecteur en ik hoop dat ik kan blijven werken voor deze organisatie, omdat haar programma's onmisbaar zijn voor de meest kwetsbare mensen van onze maatschappij.
 

Meer over dit onderwerp

Jemen: een hele generatie ernstig gewond voor het leven Mijnen en andere wapens Noodhulp Revalidatie

Jemen: een hele generatie ernstig gewond voor het leven

Sinds het begin van het conflict in Jemen heeft Handicap International meer dan 3.000 slachtoffers van explosieve wapens behandeld, waaronder 850 slachtoffers van mijnen en explosieve oorlogsresten. Bijna allemaal hebben ze een blijvende handicap overgehouden als gevolg van hun verwondingen en zullen ze specifieke nazorg voor de rest van hun leven nodig hebben. De organisatie maakt zich zorgen over de vele belemmeringen voor humanitaire interventies en de toegang tot de bevolking. Thomas Hugonnier, projectverantwoordelijke voor de organisatie in het Midden-Oosten, getuigt over de situatie in het land.

Laos: twee overlevenden van clustermuntie getuigen
© N. Lozano Juez / HI
Mijnen en andere wapens

Laos: twee overlevenden van clustermuntie getuigen

Ze wonen in hetzelfde dorp. Ze werden ook allebei het slachtoffer van clustermunitie. Eerst Kua Tcho Tor … dertig jaar later ook Chue Por Vang.

Laos: Onze ontmijningsteams geven niet op!
© N. Lozano Juez / HI
Mijnen en andere wapens

Laos: Onze ontmijningsteams geven niet op!

Explosieve oorlogsresten blijven een dreiging vormen voor de bevolking in Laos. Handicap International zet zich in om die dreiging weg te nemen en om de humanitaire en socio-economische risico’s te verminderen.